2001 – Versus de knikkerkampioen, deel 2

Løuie Hamers

-
Løuie Hamers (1994), schrijver/student aan het HKU. Schrijft over de tragikomische kanten van het leven en vermakelijke onvolmaaktheden. Gefascineerd door onder andere rotondes, diepzeevissen en mensen die gefascineerd zijn door onder andere lantaarnpalen, dubbellikkers of muurverf. Naast schrijver drummer. Meer weten? Neem contact op. Gegarandeerd binnen twee jaar reactie.
Løuie Hamers

Latest posts by Løuie Hamers (see all)

(Klik hier voor Deel 1)

Edgar is stil. Zijn lippen verraden dat hij elk moment mijn aanbod wil accepteren, maar daarna ontsnapt hij uit de door de bloedbonk gecreëerde hypnose, lacht hij me uit en geeft hij Thomas het bevel de knikker af te pakken.

Thomas laat het regenwormetende kind los en terwijl hij zijn mouwen opstroopt, komt hij steeds dichterbij. Een moment verstijf ik van angst, maar ik herpak me, en roep dat hij moet blijven staan en als hij dichter in de buurt komt, ik de knikker op de grond kapot gooi. Iedereen schrikt van deze woorden, -zelfs de struiken lijken even te huiveren-, maar ik wist dat dit dreigement de enige manier was om Edgar aan het knikkeren te krijgen; zelfs hij wil het niet op zijn geweten hebben dat een RB42s vernietigt wordt. Thomas stopt met lopen en kijkt Edgar afwachtend aan. Edgar knikt naar Thomas, grijpt naar zijn knikkerzak, -gevestigd aan zijn broek-, en vraagt met hoeveel knikkers we gaan spelen. Ietwat opgelucht stop de RB42s terug in het doosje. Ook ik pak mijn knikkerzak, en met bijpassend handgebaar stel ik voor dat we elk vier middelbonken gebruiken.

We pispotten. Mijn voet komt boven die van hem terecht, waardoor ik mag beginnen. Ik probeer mijn zenuwen te bedwingen door te denken dat Edgar al weken niet meer actief knikkert. In mijn beurt krijg ik de eerste twee knikkers de pot in, beiden met luid gejuich als gevolg, maar balende klanken klinken nadat de derde knikker rakelings langs de pot rolt. Edgar krijgt daarentegen knikker na knikker er met gemak in. de vijfde knikker werpt hij zelfs met effect, zodat deze om een andere knikker heen in de pot weet te belanden. Hij laat zien dat zijn skills en ervaring absoluut niet te onderschatten zijn. Het lijkt een grote vergissing om hem uitgedaagd te hebben.

Ik kijk naar het publiek en zie Zoey, die snikkend naar de grond staart. Ik word overheerst door schuldgevoel als ik besef dat door mijn toedoen, haar knikker in de handen van het kwaad belandt. Edgar werpt de zevende knikker, die wederom makkelijk de weg naar de pot baant, maar wonder boven wonder ontstaat er een kleine windvlaag, die genoeg blijkt om de knikker vlak voor de pot stil te leggen. Edgar vloekt; ook hij weet dat hierdoor het hele spel op zijn kop wordt gezet. Dit is een extreme buitenkans.

Met gemak tik ik de zevende knikker erin. Dan wend ik mij tot de achtste en laatste knikker, waar zowel Edgar als ik tot nu toe geen aandacht aan hebben besteed. De afstand tussen de achtste knikker en de pot is relatief groot, en vanuit deze hoek moet er rekening gehouden worden met scheefliggende stoeptegels die een rechtstreekse worp ondoenlijk maken. Ik krijg het benauwd. Ik besef mij al te goed dat ik maar één kans zou krijgen, en dat mijn worp duidelijk gaat maken wie van ons kampioen wordt.

Het is onaangenaam stil; enkel de vogels, de wind, en het kloppen van honderden harten zijn hoorbaar. Ik haal diep adem en reik mijn hand naar de knikker. In de seconde dat de wind gaat liggen en ik mij zeker genoeg voel om de allesbepalende worp uit te voeren, rijdt een mountainbike over mijn pols heen.

Ik laat de knikker vallen en schreeuw van de pijn. Mijn hand zit onder de schaafwonden en het bloed. Ik kijk naar de bestuurder. Het is Thomas. Op zijn gezicht is een koude lach te zien, waar zelfs de duivel van onder de indruk zou zijn. Het publiek wordt rumoerig. Edgar duwt me om, en zegt dat ik aan de kant moet gaan, aangezien ik de knikker heb  laten vallen, en het dus zijn beurt is. Een schoolgenoot merkt op dat dit tegen het reglement, maar neemt zijn opmerking terug nadat hij een maagstoot van Thomas ontvangt.

Edgar heeft ondertussen het potje in zijn voordeel afgemaakt, en tijdens het ontnemen van mijn knikkerzak en Zoeys RB42s fluistert hij in mijn oor dat ik hoe dan ook geen schijn van kans had gemaakt. Hij en Thomas verlaten de speelplek met alle knikkers. In het publiek ontstaan rellen: spijlen van hekwerken worden gesloopt, zand uit de zandbakken worden in elkaars ogen gegooid en vernieling van de glijbaan wordt gepoogd, totdat de schoolbel gaat. De kinderen strompelen mompelend naar binnen.

Ik wil opstaan maar door de pijn aan m’n hand is mijn lichaam volledig verlamd. Ik zie steeds waziger, een harder wordende piep slokt mijn omgevingsgeluid op en hoe hard ik ook probeer, om hulp roepen lukt niet meer. Ik denk aan de teleurgestelde schoolgenoten, maar het meest teleurgesteld ben ik in mezelf. Wat Edgar fluisterde, is waar. Ik heb alles gegeven wat ik had. Voor hem is het al die tijd gewoon een spelletje geweest.

De laatste die het speelplein verlaat, is Zoey. Zij kijkt mij ernstig aan, zucht, schudt haar hoofd, keert haar rug en verdwijnt achter de dichtklappende deuren van het schoolgebouw. Het was de laatste keer dat ze me ooit heeft aangekeken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *