Lief New York
13th Sep

#3 Lief New York – My First New York

Derdejaars studente Tessa loopt momenteel stage in New York. Elke week deelt zij haar avonturen, zielenroerselen en diepste geheimen in haar niet zo geheime dagboek. Vorige keer luchtte ze haar hart over haar stage. Deze keer over haar paranoïde huisbaas. 

Yo New York,

(5/9
ten eerste: gênant. Ik heb na twee keer niets meer geschreven. Ik ga er nog een einde aan breien, New York, maar eerst stuur ik deze naar je op, aangezien dit al sinds juni klaar stond om door jou gelezen te worden.)

14/6
Weet je nog dat ik over My First New York schreef? Die van mij is zonder twijfel mijn geweldige woonsituatie. Wonen met Glen is nog steeds… een uitdaging.

18/6 – Grapje

Ik neem de ‘uitdaging’ terug, en verander het in: niet te doen. Ik wou mijn dagboek van de week eerder af hebben, maar ik kon me er even niet toe zetten verder over Glen te schrijven. Normaal gesproken negeer ik hem zo veel mogelijk. Eergisteren wilde hij wel érg graag ruzie. Ik weet niet of jij dit met me doet, New York, maar ik knapte to-taal en ben nogal tegen hem tekeer gegaan. In ieder geval, het voorval hieronder is dus alweer gedateerd.

1/5 – Roach Village

Ik woon nu in East Village, Manhattan, in een oud appartement  – noem het liefkozend antiek, of noem het vervallen. Er lopen muizen. Er zijn kakkerlakken. De wc-rolhouder bestaat uit een gebogen stuk ijzerdraad. Hier woon ik samen met mijn huisbaas Glen en mijn huisgenootje Ségolène. Ségolène is een sprookjesachtige Française. Glen is gepensioneerd, type ‘eenzame New Yorker’. Hij fietst voor zijn lol toeristen rond door Central Park. Voor de rest zijn z’n andere hobby’s: stiekem blowen, (vervolgens dat niet toegeven maar dan wel heel) paranoïde zijn, en andere mensen de schuld geven voor wat er mis is met zijn leven, in dit geval mij.

Glen ergerde zich eraan dat ik de afwas deed (ja, lees deze zin nog maar eens). Hij had liever dat ik het in de gootsteen liet staan – zoals Ségolène –  zodat hij het zelf kon doen. Ik ben een flexibel mens, dus daar doe ik niet moeilijk over. Vervolgens ergerde hij zich eraan dat ik de deurtjes van het keukenkastje open had laten staan.
   ‘Weet je wat?’ zei hij, ‘ik haal ze er wel gewoon af’. Dus de volgende dag hadden de keukenkastjes geen deuren meer. Zo was er nog een reeks van oninteressante voorvallen, waar hij zich helemaal over opvrat.

Gisteren hadden Glen en ik ruzie. Ik heb niet vaak ruzie op die manier. Ik ben meer van het conflictvermijdende soort. Als ik ruzie heb met mijn vriendinnen, negeren we elkaar een week en/of hebben we een volwassen gesprek, waarin we luisteren naar elkaars gevoelens, deze bevestigen en erkennen,  en elkaar daarna complimenteren met hoe communicatief vaardig we zijn.

26/5 – You hate me?

Ik sta in mijn kamer mijn make-up te doen.
   ‘Tessa’, hoor ik vanuit de keuken, ‘can I ask you something?’ Ik voel de bui al hangen.
   ‘Yes’, zeg ik. Ik loop naar de keuken in, waar hij staat.
   ‘Do you hate me?’ zegt hij.
Ik ben een beetje verward door deze rare opening.
   ‘No?’ zeg ik.
   ‘Then why do you keep doing this to me?’ Glen wijst naar het aanrecht. Daar ligt precies één maiskorrel en één stukje sla met een oppervlakte van 1 centimeter. Hoewel het zo pietluttig is dat ik er best verantwoordelijkheid voor wil nemen, weet ik dat ze een restant zijn van Ségolènes healthy maaltijdsalade. Ik zucht zo zacht mogelijk.
   ‘I understand. I’ll take care of it’, zeg ik.
   ‘See, but I don’t think you do.  Why would you leave it like this?’
   ‘It isn’t mine.’
   ‘So you walk by, see this and then leave it like that?’ Ik ben bijna onder de indruk van zijn tactiek om mij alsnog de boosdoener te maken. ‘Is this like a gift to me? Why do you do this? What have I done to you? Do you hate me?’
   ‘I am really sorry, Glen. It isn’t mine, but I will clean it up for you.’
   ‘So you are blaming Ségolène for it? She is sloppy now? She is sloppy now too? I come home, I see jackets hanging there.’  Hij wijst naar mijn jas die op de kapstok hangt, de plek waar ik hem ophang sinds hij me had gevraagd het daar op te hangen. ‘I bump into it with my head. I see shoes there. The trashbin is like this.’  Hij wijst naar de deksel van de prullenbak die niet volledig op de prullenbak zit, waardoor er een spleet zit tussen de rand van de bak en de deksel. ‘So now it is Ségolène, huh? She is the sloppy one now?’
   ‘Okay Glen, I am happy to do anything your way, but I really do not appreciate the way you approach me and make it personal.’ Glen praat dwars door me heen. Hij somt alles opnieuw op in een tirade. Hij gaat zitten.
   ‘Sit down,’ beveelt hij, ‘sit down and talk with me’. Ik weet dat hij eigenlijk bedoelt ‘zit en luister naar mijn paranoïde tirade die ik graag opsteek nadat ik te veel heb geblowd’.
   ‘Glen you are not my dad. You are my landlord’, zeg ik ietwat theatraal.
   ‘I am not your landlord.’
Het valt stil. Glen kijkt me verontwaardigd aan.
Ik snap niet wat hij met deze zin bedoelt. Ik durf het ook niet te vragen omdat ik bang bent dat hij antwoordt dat we vrienden zijn. Één ding weet ik wel: I am outta here.
   ‘I am leaving’, zeg ik.

18/6 – Geen uitzondering

New York: dit is om maar even te illustreren dat het hier vol zit met rare mensen. Glen is geen uitzondering (maar dat weet jij best). Wel is hij voor mij veruit de raarste maar ook meest treurige persoon met wie ik ooit heb moeten leven.

PS: New York, misschien dat het door mijn laatste dagboeken lijkt alsof ik het hier niet leuk hebt. Dat is niet waar. Er gebeuren hier heel rare dingen, maar ik weet dat jij graag een levend rariteitenkabinet onderhoudt. Trouwens, wat er nu is gebeurd is echt bijzonder. Helaas. Ruimte te kort. Dus dat lees je volgende week weer.

PS2: Dus maak je geen zorgen.

Glens kunst 13-9

Reacties (0)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *