Wherefore art thou Romeo?

ROMEO (in de graftombe)
Zie hier, het laatste lampje in de duisternis…
Ik, Romeo, met goed gevoel voor mode.
In deze donkere tombe zal ook dit
licht met een laatste ademtocht doven.
Doof zullen ook mijn welgevormde oren
zijn voor nog meer schreeuwend hartenzeer.
Stilte wordt mijn trouwe metgezel.
En mocht er, elders, ooit nog vreugde klinken
als zoete roep van hoog en ver balkon
dan weet ik van de valsheid in haar stem:
want wat zij ook belooft, het eindigt hier.
Een arme jongen zonder hoop op leven.
Betekent ware liefde samen sterven?
Hoe waar de liefde ook, wat is zij waard
wanneer er na de dood geen leven blijkt?
Geen leven dus geen lichaam om van jou
te houden. Geen jongenshart dat sneller slaat in jouw
aanwezigheid, geen jongensogen om te zien
hoe mooi de wereld is met jou erin,
geen jongenshanden om je meisjesborsten aan te raken…
Wie zou zichzelf zo’n leven nou ontnemen?

(Hij wil zijn handen op Julia’s borsten leggen.)

O, Juultje, als je toch eens wist hoezeer
je me verwart! Zelfs in dit kille kaarslicht 
is je koude lichaam nog aantrekkelijk.
Zo lief’lijk nog dit levenloze lichaam.
Wie dacht dat bleekte zo begeerlijk bleek?
’t Is haast alsof je enkel ligt te slapen.
Even voelen of je hart toch klopt.

(Hij legt snel zijn handen op haar borsten.)

Nee! Bij al wat rooms en vroom is
laat mij de tempel niet ontheiligen
nu mijn godin haar aardse huis verlaten
heeft. Of moet ik, anti-kraak, zoals
dat heet, het pand juist preventief betrekken
tegen vandalisme en vieze zwervers?
Genoeg nu met die necrofiele praatjes!
Ik moet meteen een mes in mezelf steken
en me bij mijn dode Juultje voegen.
Want wat zint het liefdeloos te leven?

Fragment uit: Romeo & Juultje

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *