80 words – een interview met Sarah van Lamsweerde

Interview met Sarah van Lamsweerde over haar performance ’80 Words’
door Janneke Jansen

’80 Words’ was een onderdeel van Composing through Words in Het Veem Theater op 23 november 2013.
Interview: 2 januari 2014

2say-hair_small

* Hoe kwam u op het idee om het onderzoek voor ’80 Words’ te doen?

Door een inspirerend artikel in de wetenschapsbijlage van het NRC van Bianca Stigter (zie onderaan deze pagina) over taalkundig onderzoek naar het minimaal aantal woorden dat we nodig hebben om te communiceren, pidgintalen, de gebarentaal van gorilla Koko, en de vraag: Welke woorden zouden onmisbaar zijn in een gesprek over kunst?

* Op basis waarvan selecteerde u materiaal voor de performance? Heeft u hierbij gegevens achtergehouden?

Op basis van de vraag of het materiaal bijdroeg aan een interessant, coherent en verrassend geheel. Ik heb heel veel materiaal achtergehouden, gimmicks en niet-essentiële dingen, soms met pijn in het hart.

* Hoe rangschikt u de woorden die in de dia’s voorbij komen? Houdt u rekening met groepen woorden die bij elkaar horen of een logische volgorde?

De leidraad voor de volgorde was de frequentie waarmee mijn onderzoekspartner en ik bepaalde woorden gebruikten: daarna heb ik het statistische principe losgelaten en intuitief met de volgorde gerommeld om bepaalde woordcombinaties te krijgen. Ik wilde zo meteen bij het begin het publiek mee laten denken over taal en de vraag oproepen of er meer achter deze introductie zou kunnen zitten dan het simpelweg opsommen van 2 lijstjes.

* Wat was het beoogde effect dat u wilde bereiken met de beelden in de diavoorstelling? Wat voegen zij toe naast de woorden?

De gebaren vertegenwoordigen het non-verbale aspect van communicatie. Ik pretendeer in de performance dat ik gebaren introduceer om de lacunes van mijn 80 woorden-vocabulair op te vullen, maar het zijn ook vreemdsoortige elementen die een andere dimensie toevoegen aan de zogenaamde logica van mijn verhaal. Het is de combinatie van woord en beeld, en hoe deze twee instrumenten elkaar beïnvloeden, die ik interessant vind.

* Wat vond u van het verschil in woorden die uw vriend en die u vaak gebruiken? Wat viel daarbij het meeste op?

Ik denk dat je minimaal 160 woorden nodig zou hebben om culturele of sexuele verschillen te ontdekken. Pas op plaats 81 doken ‘betekenisvolle’ woorden op als “friend”, en “rain”. Ik ontdekte wel dat ik een obsessie had met mijn haar en dat hij het heel vaak over zijn kat had, die ziek was.

* In hoeverre was het werkproces voor deze voorstelling anders dan voor uw vorige performances? Hoe werkt u het liefst?

Dit is de eerste solo-performance die ik maak! Dat is wel eng, maar die keuze maakt het werk wel geconcentreerd en persoonlijk. Ik werk het liefst met arbeidsintensieve, licht bureaucratische karweitjes, omdat ik dan al beter op ideeën kom, als een soort artistieke arbeider.

De inspiratie:

Is vijftig woorden genoeg voor een gesprek en een taal?
Bianca Stigter

Vijftig woorden hebben de eskimo’s voor sneeuw; het is een bewering waarvan nu waarschijnlijk nog vaker gezegd wordt dat het niet waar is dan dat het wel waar is. De Inuit hebben helemaal geen vijftig woorden voor sneeuw.

Er is – helaas, misschien, want het is wel zo overzichtelijk en wel zo romantisch – geen verband tussen het belang van iets is in een bepaalde cultuur en hoeveel woorden er voor dat iets zijn. Bakkers hebben niet meer woorden voor brood; ze zeggen gewoon vaker brood. Vijftig woorden voor sneeuw is ook wel extravagant als je bedenkt dat vijftig woorden überhaupt genoeg zijn om je te kunnen uitdrukken.

Vijftig woorden schijnt ongeveer het aantal te zijn dat een kind moet kennen om als iemand die kan praten te gelden. Met vijftig woorden schijn je je in een pidgin ook aardig te kunnen redden. Een pidgin is een taal die voor de gebruikers niet de moedertaal is. De meeste pidgins bestaan uit een bekende taal als Engels, Frans of Spaans maar er is in de zeventiende eeuw ook een Baskisch-IJslandse pidgin geweest.

In zijn boek over het ontstaan van taal ziet de linguïst Derek Bickerton een parallel met een pidgin. Hij citeert in zijn nieuwe boek Adam’s Tongue een man op Hawaii, die in het daar nog net niet uitgestorven pidgin zegt: „Some time good road get, some time all same bend get, angle get, no? Any kind same, all same human life, all same, all same – good road get, angle get, mountain get, no? All, any kind, storm get, nice day get – all same, anybody me all same, small time.”
Dat zijn maar 22 verschillende woorden. Zou zo de eerste taal geklonken hebben, vraagt Bickerton zich af. Op zijn website derekbickertonmore.com zijn nog meer voorbeelden te zien van wat je kunt doen met weinig woorden. ’t Lijkt wel poëzie. Ook dieren kunnen die overigens maken: een gorilla die in een Amerikaans laboratorium gebarentaal werd geleerd, vroeg voor zijn verjaardag een huisdier. Koko kreeg een poesje. Ze noemde het All Ball. Misschien zijn apen wel betere dichters dan schilders. (Zie koko.org voor foto’s en filmpjes van de gorilla en haar huisdieren).
Is er meer mogelijk dan poëzie met zo’n klein vocabulaire? De linguïst Jill Bowie doet experimenten met weinig woorden aan de universiteit van Reading. Ze geeft mensen vijftig woorden en een soort scenario en dan moeten ze met die vijftig woorden aan anderen uitleggen wat er gebeurd is. Hoe zeg je de simpele zin ‘In het bos werd Fred gebeten door een gigantische slang?’ Bos werd in de vijftig woordentaal ‘veel veel bomen’, gigantische slang GROTE slang en gebeten werd een gebaar. Je kunt in ieder geval met minder gesproken woorden toe als ook het volume waarmee je iets zegt betekenis mag hebben en als ook gebaren een soort woorden zijn.
Het zou leuk zijn als het experiment van Bowie op andere gebeurtenissen dan een slangebeet werd toegepast. Welke woorden zouden onmisbaar zijn in een gesprek over kunst?

Reacties (0)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *