Bezoedeld beeld of gecensureerd geluid

Door Rafaelle Kwakkel (jaar 2)

Met welk middel kom je het minst bedrogen uit?

Nederland is een typisch ‘ondertitel-land’. Tezamen met inwoners van landen als België, Denemarken, Finland, Griekenland, Ierland, Luxemburg, Portugal en Zweden ergert het overgrote deel van de Nederlandse bevolking zich aan de beperkte lipsynchroniciteit van nagesynchroniseerde programma’s. Duitsers, Fransen, Italianen en Spanjaarden voeren echter aan dat het lezen van ondertiteling het makkelijk volgen van een programma dusdanig bemoeilijkt dat zij de voorkeur geven aan nasynchronisatie. Welke methode laat het meest van de oorspronkelijke betekenis heel? Welke methode geniet de voorkeur?

Een uiteenzetting.

Zowel vertalers als kijkers van beide methoden zijn er van overtuigd dat hun adaptatiemiddel het beste werkt. Esthetisch gezien lijkt een ondertiteld programma authentieker, de acteurs behouden immers hun eigen stem. Bij nasynchronisatie ontbreekt een deel van de acteerprestaties van de oorspronkelijke acteurs door het stemgeluid dat geheel vervangen wordt. Ook interviews die nagesynchroniseerd worden verliezen aan kracht: de niet-verbale informatie zoals intonatie en aarzeling gaan verloren.

De nasynchronisatieliefhebbers stellen daar tegenover dat een programma in de eigen taal meer uitnodigt tot identificatie en herkenning. Bovendien bezoedelt ondertiteling het originele beeld terwijl nasynchronisatie de eenheid tussen beeld en geluid niet verstoort (gebrekkige lipsynchroniciteit even buiten beschouwing gelaten).

Afgezien van de esthetische gevolgen van iedere keuze hebben zowel nasynchronisatie als ondertiteling ook beperkende gevolgen met betrekking tot de communicatie tussen het programma en de anderstalige kijker. Bij beide methoden kan bijvoorbeeld niet volstaan worden met een letterlijke vertaling. In het geval van ondertiteling wordt de informatie ingedikt, niet alles wat gezegd wordt kan in de ondertitels worden vermeld. Ook nasynchronisatie is beperkend: de tekst moet zo nagesynchroniseerd zijn dat ze door de personen in beeld uitgesproken lijkt te worden.Welk middel breekt nu het meest in op de oorspronkelijke betekenis van de gesproken taal?

Informatie-overdracht

Bij het ondertitelen wordt de 6-secondenregel toegepast: de langst mogelijke ondertitel, een ondertitel van twee regels met 64 tekens (karakters en spaties), wordt zes seconden in beeld vertoond. Hoe minder tekens, des te korter de aanbiedingstijd. De expositietijd bedraagt ongeveer tien karakters of twee woorden per seconde. Bij normale spreeksnelheid kunnen iets meer woorden worden uitgesproken. De tekst zal dus ingedikt moeten worden. Bij een Engelstalig programma wordt in de Nederlandse ondertitel gemiddeld dertig procent van de tekst weggelaten. Als het ondertitelaars niet lukt om de originele tekst bondiger weer te geven zonder essentiële informatie weg te laten, treedt voor de kijker informatieverlies op. Over het algemeen zullen vertalingen echter gelijkwaardig zijn aan de oorspronkelijke tekst.

Bij nasynchronisatie is zelden indikking nodig, het spreektempo van talen verschilt lang niet zoveel als op grond van subjectieve waarnemingen wordt aangenomen. Wanneer er echter in de oorspronkelijke taal een uitdrukking gebruikt wordt die in de vertaaltaal niet bestaat, zal deze in de nasynchronisatie uitgebreider moeten worden omschreven. Ook komt het tegenovergestelde voor: zinnen moeten worden opgerekt om de spreker in beeld niet langer aan het woord te laten dan de spreker die te horen is. Deze ruimteproblemen leiden echter zelden tot informatieverlies.

 Censuur en manipulatie

Kijkers van ondertitelde programma’s met enige kennis van de oorspronkelijke taal krijgen via drie verschillende modi (beeld, geluid, ondertiteling) dezelfde informatie aangeboden. Daardoor ontstaat overlap. De kijker merkt onvertaalde woordgrappen en slechte vertalingen onmiddellijk op.

Doordat bij nasynchronisatie de oorspronkelijk gesproken tekst geheel wordt vervangen beschikt de kijker niet over de overlappende informatie. Tenzij men uitstekend lipleest, is er geen mogelijkheid de vertaling te controleren aan de hand van het oorspronkelijke geluid.

Nasynchronisatie biedt daardoor de mogelijkheid tot censuur en manipulatie. Het voordeel van het wegknippen van het oorspronkelijke geluid is de mogelijkheid om nieuwe grappen te bedenken. In het geval van een afwijkende ondertitelde grap zou een kijker met enige kennis van de originele taal dit onmiddellijk opmerken.

De onervaren kijker

Hoe zit dat met de onervaren kijker? Vaart de kijker die nog weinig van de oorspronkelijke taal van het programma af weet het beste bij ondertiteling, of gaat het begrijpen van de kern hem beter af bij nasynchronisatie?

Beginnende lezers geven aan dat ondertitels negentig procent van de tijd te vlug verdwijnen. Luisteren gaat hen beter af. Als de snelheid van de ondertiteling te hoog ligt, zullen jonge kijkers minder van het programma begrijpen.  Echter blijkt uit onderzoek van Koolstra, Van der Voort en Van der Kamp (1997) dat, hoewel de gemiddelde ondertiteling meer spreek- dan schrijftaal bevat, kinderen die vaak naar ondertitelde programma’s kijken beter zijn in technisch lezen (het vlot en foutloos coderen van losse woorden) dan kinderen die dat niet doen. In dat opzicht heeft de snelheid juist een positief effect: kinderen zijn voortdurend bezig om op hoge snelheid te leren lezen.

Barbarismen en indringers

Televisie kijken heeft een grote invloed op de woordenschat. Ondertitelde programma’s dragen daarbij voornamelijk bij aan het leren van een vreemde taal. Behalve de woordenschat wordt bij het bekijken van een ondertiteld programma ook de uitspraak van de andere taal bevorderd. Helaas heeft het oppikken van woorden uit een vreemde taal ook een nadeel. De eigen taal raakt verstikt van barbarismen en andere indringers. Vandaar de voorkeur voor nasynchronisatie in nationalistische landen: bij nasynchronisatie is er geen mogelijkheid tot het oppikken van anderstalige woorden en leert de kijker meer over de eigen taal. Nasynchronisatie heeft het meest effect op jonge kinderen die op deze manier eerder de eigen taal aanleren.

Een kwestie van wennen

Het antwoord op de vraag welk middel het oorspronkelijke programma het meest intact laat, zal per land, doelgroep en programma verschillen. Welke methode het beste werkt voor welke doelgroep is wel te onderzoeken. Blinden hebben vanzelfsprekend het meest aan een nagesynchroniseerd programma, terwijl dove mensen baat hebben bij ondertiteling.

‘Gewone kijkers’ blijken afhankelijk van gewenning. Als kijkers aan een adaptatiemiddel gewend zijn bekommeren ze zich nauwelijks om de nadelen van het middel. Gewenning ontstaat door vanaf jonge leeftijd met een vorm in aanraking te komen.

De globalisering heeft ook effect op ons kijkgedrag. Dezelfde populaire programma’s zijn in steeds meer landen te zien. Ook in films ziet men deze tendens. Doordat de beschikbaarheid van taalkeuze op DVD’s en bij stereo- en satellietuitzendingen steeds uitgebreider wordt en er steeds vaker zowel een nagesynchroniseerde als een ondertitelde versie voorhanden is, komen kijkers met beide adaptatiemogelijkheden in aanraking.

Wanneer kijkers gewend raken aan beide adaptatiemethoden zullen zij een eigen voorkeur gaan ontwikkelen. Door zwaar wegende voordelen zoals geringe kosten en de mogelijkheid tot het leren van een vreemde taal, lijkt de trend te zijn ingezet in de richting van een voorkeur voor ondertiteling. Kijkers in de Europese Unie – vooral die in de nasynchronisatielanden – zullen steeds meer geconfronteerd worden met de praktische voor- en nadelen van beide adaptatiemethoden.

 

——————————————————————————————————————————————————–

Voorbeelden van slechte vertalingen

 

In Sex and the City ligt Samantha ligt op bed te bellen met Carrie. Ze zegt: “I feel like Paris Hilton.”
In de ondertiteling is te lezen: “Ik voel me als een hotel in Parijs.”

 

In Friends gooit Chandler met een basketbal een lamp om.

Chandler: Oops, my bad.
Dit werd vertaald met:
Chandler: Sorry, mijn bed.

 

Christian Bale (als the dark knight) over een droom: “It felt like I fell forever.”

In het Nederlands concludeerde Bale: “Het voelde alsof ik voorover viel.”

 

“Serial killer” – “Havermoutmoordenaar”

“Cocksucker” – “Vogelpijper”

——————————————————————————————————————————————————–

ondertiteling

Bronnen:

Koolstra, C., Peeters, A. en Spinhoff, H. “Argumenten voor en tegen ondertitelen en nasynchroniseren van programma’s.” Tijdschrift voor Taalbeheersing – 21 – 05 -2013

http://taalbeheersing.letterentijdschriften.nl/document_articles/312.pdf

 

http://www.ondertiteling.nu/ondertiteling-opnemen-3462.html

 

http://home.kpn.nl/kolos/vertalen/Leeuwenhart.html

 

Reacties (0)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *