BRANDHAARDEN

Latest posts by blogschrijfopleiding (see all)

retrospectief zonder Pollesh, door Levi Olthof (vierde jaar)

Afgelopen week nam de Berlijnse Volksbuhne bezit van de Amsterdamse stadsschouwburg, ondergetekende bezocht samen met zijn moppie drie van de vier voorstellingen. Niets tegen Pollesh, op die speeldata werden we bij oma Hoogenkamp verwacht. Voor informatie over Glanz und Eland der Kurtisanen, verwijs ik de lezer door naar het lectoraat. Tel.: 030 2393300.  

DER SPIELER, Frank Castorf
Aftrap van Brandhaarden, vrije bewerking van Dostojevski’s Speler. Duur: 5 uur.

Privéleraar Alexej Ivanovitj geeft les aan de kinderen van een kansarme generaal en raakt hopeloos verliefd op diens stiefdochter Polina. Ondertussen wacht de generaal op de dood van Baboesjka, wier erfenis hem in een klap uit de financiële miserie zal trekken. Helaas, helaas: Polina begint een destructief spel met de gevoelens van Ivanovitsj, Baboesjka staat plotseling voor de deur en verbrast in een middag haar volledige kapitaal in het casino.

Vijf uur is lang, erg lang en Castrof heeft veel te vertellen. Hij versnijdt De Speler met stukken uit Dostojevski’s verhaal De krokodil, voegt eigentijdse tekst toe en verwijst te pas en te onpas naar popcultuur. Bovendien wordt er na de pauze twee uur lang op een filmscherm geprojecteerd, acteurs in optima forma maar de afstand wordt te groot; in het publiek flitsen hier en daar Iphones aan- en uit.

En toch … toch is het meestentijds groots en meeslepend. Kathrin Angerer maakt van Polina een nukkig nimfijntje, Alexander Scheer zet een onvergetelijke Ivanovitsj neer: manisch en teder, irritant en ontroerend. Als een bezoeker na anderhalf uur ongemerkt de zaal wil verlaten, onderbreekt Scheer zijn spel. ‘Hey, kommen Sie wieder zuruck? Hallo? Are you coming back?’ Lange stilte, dan: ‘Don’t come back, don’t come back!’
Gevaarlijk en onvergetelijk.

MURMEL MURMEL, Herbert Frisch
Herbert Frisch kan zich, naar eigen zeggen, niets vervelenders indenken dan teksttheater.  Voor Murmel Murmel maakte hij een bewerking van Dieter Roth’s gelijknamige stuk uit 1974. Ter illustratie een tekstfragment:

Murmel Murmel Murmel Murmel Murmel Murmel Murmel Murmel Murmel Murmel Murmel Murmel Murmel Murmel Murmel … et fuckin’ cetera.

Om kort te gaan: Murmel Murmel bestaat uitsluitend uit de woorden Murmel Murmel en dat klinkt, jammer maar helaas, net zo geestdodend als het eruit ziet. Acteur komt op. Begint te murmelen, lardeert een en ander met fysieke capriolen, acteur gaat af, volgende acteur op. Begint te murmelen, lardeert een en ander met fysieke capriolen, acteur gaat af, volgende acteur op.
Frisch doorsnijdt de ‘tekst’ met fysieke virtuositeit, snelle muziek en een decor van gekleurde panelen dat in- en uit elkaar schuift. Soms levert dat mooie plaatsjes op, soms imponeert het fysieke spel maar het ontstijgt nergens het sublieme trapezenummer van het plaatselijke wintercircus. Het is het theater van de Oooo’s en de Aaaa’s, de wow’s en de wouw’s – ontroeren of schuren doet het nergens. Als Frisch teksttheater afdoet als ‘vervelend’, pleit ik voor het vervelendste theater denkbaar.

GLAUBE LIEBE HOFFNUNG, Christophe Marthaler
Hekkensluiter van Christophe Marthaler, naar Ödön von Horváth.

Het verhaal is simpel en complex zoals het stuk hilarisch en droefgeestig is.
Een jonge vrouw (Elisabeth) probeert haar toekomst veilig te stellen, door haar lichaam te verkopen aan het anatomisch instituut maar tekent daarmee voor haar eigen ondergang. Onder valse voorwendselen leent ze geld, draait de bak in en krijgt, op vrije voeten, een verhouding met een agent. Als laatstgenoemde achter haar detentieverleden komt, laat hij haar zitten. Ze probeert zich te verdrinken maar wordt, zeer tegen haar zin, gered door een passant.

Marthaler kiest ervoor om de rol van Elisabeth door twee actrices te laten spelen. Geen jonge en oudere variant maar twee keer dezelfde rol zodat het publiek (bijna) letterlijk, twee keer dezelfde scene ziet. Maakt hij die keuze om aan te tonen dat Elisabeth’s geval niet op zichzelf staat? Dat de wereld overloopt van de kwetsbare individuen al la Kafka’s K? Geen idee. Een te sluitende analyse gaat altijd voorbij aan de verwondering en dat – verwondering – is nu juist wat Marthaler drie uur lang weet vast te houden. Onvergetelijk zijn de kleurrijke personages: de vrouw van de kantonrechter die in deeltijd jarretelgordels en BH’s verkoopt, de medewerker van het anatomisch instituut met zijn drie goudvissen (Jopseph, Friedrich en Anton) maar de meeste lof verdient Clemens Sienknecht als dirigent van een orkest dat uit speakers en boxen achter bladmuziek bestaat. Ziekenfondsbril, blonde pruik en driedelig grijs. Met dodelijk ernst spreekt hij de zaal toe, met dodelijke ernst dirigeert hij zijn speakers. Na een aangenaam onbevredigende climax, is het laatste woord aan hem, de dirigent. Hij houdt een korte lofzang op de mens: dat het geweldig is dat we Arcadië hebben ontdekt, dat alles te genezen is, dat we niet meer als individuen opereren maar ‘een koor’ zijn geworden.

Zelden zo innemend in de zeik genomen.

volksbuhne

 

http://www.youtube.com/watch?v=WG6TRH04mw0

Zie bovenstaande link voor een verdiepend filmpje, dat zeer, zeer de moeite waard is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *