De Eenling

Latest posts by Nelleke van Doorn (see all)

1975. Een man tegen een vrouw: “You raise a problem that could make people think you are advising women you will be freer if you don’t  marry and have children. Globally, that is not the way things work in society.” Vrouw frunnikt aan haar handen. Man praat verder: “People get married, don’t want to be alone. It’s quite natural.1 

De eenling 

Jij bent niet iemand voor in een gezin – vader, juni 2013

2013. Mijn vader schetst de toekomst van zijn kinderen. “Esther, ik denk niet dat je gaat trouwen, maar je krijgt een keurige relatie met een pientere knaap.” Mijn zus glundert. “Wouterjij krijgt een groot gezin en een slimme vrouw met appelwangen.” Wouter knikt. Mensen houden van elkaar. Zo gaat dat. Vroeg of laat houden mensen van elkaar. Ik heb op dat moment een relatie die zes jaar zal duren. Mijn vader lacht. “Nelleke, hoe zal ik dit formuleren?” Ik ben zijn lievelingetje. Wat ik van de liefde weet, ken ik van lange verkering. Hij schraapt zijn keel. “Jij bent niet iemand voor in een gezin.” 

In één opmerking ben ik kluizenaar geworden 

Nelleke, met haar vriendjes, raakt alleen. “People don’t want to be alone. It’s quite natural”. Een reeks argumenten vliegt door mijn hoofd. Dat mijn vader niet geslaagd is in de liefde, betekent niet dat ik… et cetera. Ik frunnik aan mijn handen. Wat innerlijk geschreeuw, twee relaties en een dozijn zomaar-vriendjes later, ben ik bekoeld. Mijn vader had gelijk. Ik ben eenendertig. Ik ben alleen. Ik kom uit de kast als individu. 

Vanwaar die behoefte? Wat gebeurt er als je uit de kast komt? Je toont jezelf. Nee, je toont je  perspectief op de wereld. Je moet uit de kast komen, omdat jouw perspectief niet strookt met de sociale norm. Oud probleem. Nieuwe jas. 1975. Een man tegen een vrouw: “Globally, that is not the way things work in society.” Ik ben een vrouw. Ik ben alleen. 

Voel je medelijden?  Daar ben ik bang voor. Wanneer ik vertel dat ik – als het op liefde aankomt – focus op de verbinding met mijzelf, dan ben ik bang dat jij dat verwerpt. Ik ben bang dat je mijn coming-out gaat psychologiseren. Ben ik niet geslaagd in de liefde? Ben ik, na al het zoet geflirt, uitgesmaakt? Heb ik gefaald? Is mijn behoefte aan solitude de bittere nasmaak van verbroken verhoudingen? 

Dat kan. Mijn ouders zijn gescheiden. Mijn vriendschappen zijn verwaterd. Al mijn vriendjes zijn exen geworden. Ik weet hoe het is om uit te zwaaien. Elk afscheid voelt als een amputatie. Ik krulde op tot een bolletje, zoals egels dat kunnen. Ik ben in mijzelf gekeerd geweest. Ik heb mij afgesloten voor verbinding. Ik heb zo hard uitgezwaaid, dat ik het weer als begroeting zag. Ik heb mijzelf voor de gek gehouden. Ik heb mijzelf vastgeklampt. Ik heb pijn gevoeld. Ik heb losgelaten. Ik ben bang geweest. Ik ben bang geweest voor eenzaamheid. Ik heb gehuild. Ik ben eenzaam geweest. 

 Ma solitude 

Ik ben opgekrabbeld. Ik ben de straat op gegaan. Ik heb een jongen ontmoet. 190 centimeter. Blond piekhaar. Guitige kop. Het is Bevrijdingsdag. Ik rommel in mijn tas. Mijn dichtbundels en een fles Baileys leg ik op straat. Hij is op slag verliefd. Ik voel dat ik tot het eind de bevrijding met hem wil vieren. Ik vraag waar hij gelukkig van wordt. Hij gloeit: “Betekenisvolle verbindingen”. Ik wil hem zoenen. 

We  gaan zitten aan de waterkant. 

We praten over Bukowski en Apollinaire. We vertellen zinnen die ons raken. Tsjechov, Gogol, Nabokov. Ik kan niet stoppen.  Ik deel mijn fascinatie voor Merleau-Ponty, Nescio, Hermans en Wittgenstein. Ik wil niet stoppen. We verbinden alles wat onverenigbaar lijkt. Nietzsche, Duras, Carmiggelt, Shalev. Ik zie dat hij verliefd wordt. Ook Sartre komt langs: “De hel, dat zijn de anderen”. We lachen.  Ik volg zijn blik. Hij bewondert me. Logisch. We praten over alles. 

Hij is alles. Ik sta op het punt. Opnieuw. Ik kan mijzelf overgeven aan liefde. Alles wat ik wil. We kunnen over alles praten. Dan spreekt hij over cardiologie. Ik heb er van alles over te vragen. Maar ik wil terug. Terug naar de literatuur. Terug naar de filosofie.  Als je me vraagt “Wanneer wist je dat je alleen wil zijn?” dan kies ik dit moment. Ik volg zijn blik. Zijn ogen rusten in de mijne. Ik zie wie ik ben: een dichtertje met een aanstekelijke lach. Een schrijver-in-wording. Een schrijver. Dat wil ik zijn. Daar wil ik mijn geld mee verdienen. Dit moment, dat bol staat van liefde, besluit ik om alleen te zijn. 

Terug naar mijn verkering uit 2013. Of eigenlijk het moment erna. Het moment dat ik weet dat ik geen relatie meer hebt en me tegelijkertijd in alles nog verbonden voel. Het is uit, maar alles in mijn gedrag is naar mijn ex gericht. Ik voel me verkeerd verbonden. Ik ontdoe mijn leefruimte van zijn interesses. Een Lonely Planet van India, een CD van Reel Big Fish en een trompet. Weg ermee. Ik wil niet op reis. Ik wil niet in een ska-band. Mijn kamer voelt vrij, mijn hoofd leeg, de toekomst veelbelovend. Ruimte. Eindelijk ruimte. Ik schrijf, doe toelating voor een studie en lees weer boeken. Ik voel ruimte. Ik voel me vrij mijzelf te zijn. Voor het eerst in zes jaar denk ik na over mijn zijn. Ik denk na over alle manieren waarop ik het bestaan  kan invullen. Solitude. Een echt lekker Nederlands woord is er niet. Misschien is dat karakteristiek voor het maatschappelijk perspectief. Ik ben alleen. Ik ben gelukkig. 

1975. Een man tegen een vrouw: “How can one reconcile living in such a reality without depriving oneself of certain things in life?2 

Mon hermitage 

Bevrijdingsdag.  Hij kijkt op zijn horloge. De Baileys is op. De dichtbundels zijn voorgedragen. We zijn allebei negenentwintig. Het is tijd, al weet hij niet waarvoor. Er moet iets – en wel zo snel mogelijk –  gebeurenIk verzand in gedachten. Je moet handelen omdat je dat wil, niet omdat het tijd is. Ik denk aan strategieën om een goede schrijver te worden. Hij denkt aan vrienden die getrouwd zijn. 1975. Een man tegen een vrouw: “People get married, don’t want to be alone. It’s quite natural.3 Waarom? Waarom werken we toe naar een gezinsleven? Met een huis, een partner en een kind ben je geslaagd. Is dat het? Het is een opvatting die ik ervaar, maar niet deel. Vanaf het moment dat we als kleuters elkaar plagen, vanaf het moment dat we roepen dat iemand verliefd is en giechelend wegrennen, vanaf dat moment wordt iets in gang gezet waar ik me tegen verzet. Ik geniet van mijn individualiteit met het oog op verbinding. Het vrijgezellenbestaan is een feest als je verwacht te trouwen. Maar hoe verhoud ik mij tot die gedachte als een relatie uitblijft? Ik ben bang voor eenzaamheid. Maar wat ben ik bang te verliezen in de verbinding met de ander? Waarom dit verzet? 

1975. Journalist Jean-Louis Servan-Schreiber vraagt aan filosoof Simone de Beauvoir: Should all women work?” Simone de B. antwoordt: It is vital to be financially independent. It is a necessary condition for being independent on the inside.” Ze frunnikt aan haar handen. Staying with your husband for money, because you can’t earn a living is denying your worth as a human being.” Ik weet waar ik bang voor ben. De Beauvoir spreekt mij toe: Become as qualified as you can. Find a job that is as interesting as possible and that provides financial independence.” De eerste, tweede en derde feministische golf kletteren in mijn gezicht. Ik wil schrijven. Ik wil zo bekwaam worden als mogelijk is. Ik wil schrijver worden. En dat moet ik alleen doen. 

Mon Repos 

Ik heb met twee fijne vrienden in een kroeg vertoefd.  Ik heb zin om te slapen. Morgenvroeg heb ik plannen. Ik loop naar huis en krijg een appje: Zal ik een afzakkertje halen?” Deze jongen is leuk. Alles in mij brult ja.  Maar mijn behoefte aan sociaal contact is maximaal vervuld. Een lange nacht kan ik me niet veroorloven. Het zou een inbreuk maken op de schrijfplannen die ik zo zorgvuldig voor mijzelf heb geformuleerd. Ik antwoordHet is een ja tegen een weerzien, weer een ontmoeting in een reeks afspraakjes, een ja tegen een ontwikkeling. Ik ga de mist in. 

Inmiddels is het ochtend. Ik schrijf dit essay. Naast me ligt de afzakker. Vannacht ben ik weggezonken in een val die vrees heet. Ik wil mij verbinden. Niet verliezen.  Als ik niet oplet, dan vergeet ik waar het mij om te doen is. Hoe verbind ik mij met een ander, zonder mijzelf te verliezen?  Een vraag die elke dag het stellen waard is. Liefde is niet mijn doel, maar zonder liefde had ik die guitige blik niet kunnen volgen. Zonder liefde had ik niet gezien wat iemand anders in mij zag. Zonder liefde had ik niet ontdekt dat er voor mij iets belangrijkers is dan dat. En nu ik dit zo formuleer, begrijp ik dat ik liefde en partnerschap als synoniemen gebruik. Maar er is iets wat het midden tussen beiden houdt. Er is iets waar het mij wel om te doen is. Er is iets wat ik minstens zo belangrijk vind als schrijven. Het leven lijkt één groot uit-de-kast-komen-als-individu, maar ik kan en wil dat niet alleen. Zonder betekenisvolle verbindingen wil ik niet. Als ik die verbinding zo inricht dat het rijmt met mijn eigenheid, dat die betekenis ma solitude een vollere klank geeft, dan wil ik niet zonder liefde. Ik kus het afzakkertje en dek hem toe. Ik bedek de val. Vandaag ga ik schrijven.

  • 1.https://www.youtube.com/watchv=VmEAB3ekkvU&feature=youtu.be&t=1994

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *