clem-onojeghuo-173078
8th Nov

De eerste keer dat ik een ander was

 ‘Gulp dicht?’
 ‘Ja.’
 ‘Niks tussen je tanden?’
 ‘Kun jij nog even kijken?’

Met mijn tanden tegen zijn neus, rug licht gebogen, wachten we tot we worden opgehaald. Het is een kleine ronde kamer, zonder ramen met uitklapstoeltjes en plastic bloemen. De ironie van iets wat onsterfelijk is op een plek waar iedereen afscheid neemt.

 ‘Het is te donker, ik zie niks.’

Door mijn buik vliegt confetti, tussen mijn tenen staat een plasje zweet. Met mijn vinger poets ik over het gladde oppervlak heen. Mijn tong gaat de randjes af, volgens mij ben ik veilig. Als een mantra in mijn hoofd hoor ik de tellen waarop ik in en uit moet ademen. Bolle kijkt me aan. Hij lijkt nog zenuwachtiger dan mijn vingers, die al uren aan het trillen zijn.

 ‘Het komt wel goed.’

Bolle knikt met dezelfde overtuigingskracht. Ik zie hem slikken en doe alsof hij net een hap eten heeft genomen, in plaats van moeite heeft de tranen die naar buiten willen kruipen door te slikken.

De mouwen van mijn overhemd vallen over mijn handen heen, mijn duim kan ik precies door het knoopsgat steken.

 ‘Misschien moet je die zo uit doen.’
 ‘Ik heb kippenvel en zweet tegelijkertijd.’
 ‘Zo gaan die dingen.’

Bolle buigt zijn wenkbrauwen en duwt zijn tranen met een frons weer zijn hoofd in. We zijn stil en luisteren naar de gedempte stemmen die vanuit de gang komen. Het tikken van de hakken van de vrouwen overstemd het geroezemoes. Het is stil in onze kleine kamer. Schuifelend met onze net te grote glanzende lak schoenen staan we tegenover elkaar. ‘Daar groeien jullie nog wel in’, had ze gezegd. Ik geef Bolle en klopje op zijn schouder om mijzelf te troosten.

Een vrouw met een zwart mantelpakje aan klopt op de deur. Ze stapt binnen en zegt dat het tijd is. Terwijl ik het verkreukelde papiertje voor de laatste keer uit mijn broekzak vis, herschikt zij de plastic rozen op de tafel tegen de muur. Bolle knijpt mij stevig in mijn arm. Mijn vel blijft hangen tussen zijn duim en wijsvinger.

Zwijgend lopen we door de gang waar net de anderen door heen liepen. Nu is alleen het drentelende loopje van de hakken van de vrouw in het mantelpakje te horen.

‘Hadden wij niet eerst naar binnen moeten gaan?’ fluistert Bolle, ‘Familie komt toch altijd eerst?’

Ik haal mijn schouders op.

‘Dat doen we vooral als de familie met veel is, jullie zijn maar met z’n tweetjes.’ De stem van de vrouw is nasaal. Het kleurt precies bij haar oranje rode lippenstift.

‘Ik ben blij dat jij het doet.’ Bolle’s stem begeeft het nu al bijna. Een hoge pieptoon in de vorm van woorden komt uit zijn mond. Even ben ik bang dat hij omgaat vallen. Met zijn arm om mijn schouders geslagen leunt hij bij elke stap met een kilo meer.

‘En als het niet lukt?’
‘Dan?’
‘Wordt ze dan boos?’

Bolle staat stil. Zijn kleine ogen kijken mij aan.

‘Dan doe je net alsof je iemand anders bent.
Mama kon nooit boos worden op vreemden.’

We lopen het auditorium in. Vanuit de lege witte ruimte kijken tientallen paren witte ogen ons aan. De houten stoelen kraken. Iemand kucht, het echoot door de zaal. Als een zwart kleed zitten de mensen verspreid over de ruimte. Bolle gaat als enige op de voorste rij zitten.

Gereserveerd voor de familie,

staat op de witte bordjes geschreven die plat op de zitvlakken liggen.

De vrouw in het mantelpakje begeleidt me naar de microfoon. Er zit oranje rode lippenstift tussen het zwarte ijzer. Waarschijnlijk van de vorige service. Ze zet een glaasje water neer en een doos tissues van de HEMA. Ze knikt naar me en loopt weg. Haar taak zit erop. Priemende ogen kijken vanuit de zaal mijn kant op. Ik probeer niet naar links te kijken, maar vanuit mijn ooghoeken zie ik door mijn wimpers, tussen de bloemen, naast het hout, het lachende gezicht van mijn moeder.

Er rolt een druppel over mijn wang. Het duurt even voordat ik door heb dat dit zweet is en geen traan. Bolle trekt zijn mondhoeken omhoog in een poging tot een bemoedigende glimlach. Ik trek mijn handen uit de lange mouwen en leg het colbertje op de kruk die naast me staat. Ik probeer niet te denken aan plasjes zweet tussen mijn tenen of watervallen onder mijn oksels.

‘Lieve Mama.’

Reacties (0)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *