img_4858
26th Okt

De geloofwaardige hardloper

Ik ging hardlopen en had mijn kleding er nauwkeurig op uitgezocht. Ik wilde laat op de avond gaan, omdat de twee borden pasta, die ik met volle overtuiging naar binnen had gewerkt, dan goed gezakt zouden zijn. De hardloopbroek, die tijdens het rennen te strak bleek te zitten – (hier kwam ik achter omdat ik onderweg werd nagefloten en omdat iemand mij ongepaste kreten nariep) – vond ik in een bak, waarvan het label zei: sport. Ik kieperde de bak ondersteboven en gooide al het bruikbaars op een hoop, die ik als een kleptomaan gehaast onder mijn arm stopte om me in mijn kamer om te kleden.

Het hardlopen zelf was eigenlijk heel aangenaam. Toen ik eenmaal mijn schoen- en armverlichting goed geïnstalleerd had, de ritsen van mijn felle, gele jasje onder mijn oksels had losgetrokken voor een optimaal gevoel van ventilatie en eenmaal het tempo gevonden had, voelde ik me een echte hardloper. Zeker toen ik een tegenligger spotte. Een kameraad die waarschijnlijk door zijn vrouw naar buiten was gestuurd voor zijn vaste rondje, nadat hij twee borden pasta achter zijn kiezen had. De kameraad keek met betraande ogen de duisternis in, en wapperde zijn doorweekte T-shirt los van zijn forse lichaam, die door alle inspanning goed was blijven kleven. De kameraad vocht overduidelijk tegen een gevoel van zinloosheid van het rennen, hij veranderde steeds van tempo, wat ik ervoer als een moment van twijfel: ‘zal ik dan nú stoppen?’. Toen hij voorbij rende nam hij mij in zich op. Hij stak met moeite zijn hand op en sprak mij aan met: ‘Hé’.

Het was een overtuigende hé. Een goede hé. Ik was een geloofwaardige en erkende hardloper.

Toen ik de stoplichten naderde, en harder ging lopen om mijn doel te bereiken, struikelde ik over een losse steen en omarmde ik met tegenzin het asfalt. Ik stond al scheldend op en keek kwaad om mij heen om mijn vervloekte schoenverlichting te vinden, die losgeraakt en verdwenen was door de val. Een slanke hardloper die de pas er goed in had zitten, sprintte rakelings lang mij heen. Hij had geen schoenverlichting en liep in een strak T-shirt. Hij verdween snel in de duisternis, en liet mij tierend achter met het gevoel een verloren loser te zijn. Ik zocht nog enkele minuten naar de onvindbare schoenverlichting, maar keerde uiteindelijk, met een lampje minder, terug naar huis.

Eenmaal thuis wilde ik mijn vader, een fanatieke hardloper en eigenaar van alle sportspullen, vertellen dat één van zijn dierbare schoenlampjes verdwenen was. Voordat ik nog maar iets kon zeggen, gaf hij mij een aai over mijn bol en vroeg of de hardloper misschien ook een kopje thee wilde. De hardloper zei natuurlijk ja en verschanste zich op de bank, waarna de strakke hardloopbroek alleen nog werd gebruikt voor voorgenomen yogalesjes, die nooit werden bijgewoond.

Reacties (0)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *