IMG_3686.jpg
22nd Aug

De man in de branding

Het is warm.
Het witte zand brandt onder mijn voeten.
Als mijn voeten wanhopig verkoeling zoeken in de blauwe golven, stuitten ze op het warme water van de Golf van Mexico.
Het water trekt zich terug, krult zachtjes omhoog en stort zich op het strand in wilde witte schuimkoppen.
Het water trekt aan mijn enkels en het zand waar ik op sta verdwijnt langzaam onder mijn voeten en trekt zich terug naar de zee.
Stap voor stap loop ik door de branding, het water wast mijn voeten schoon.
Elke keer dat er een golf op mijn enkels slaat voel ik mijn voeten weerstand bieden tegen de kracht van de zee.

Ik zie een man zitten. Hij zit op een wit klapstoeltje precies in de branding. De golven slaan op zijn voeten en stromen langs de poten van zijn stoel omhoog. Het water trekt zich langs de poten weer terug de zee in, even ben ik bang dat de man onderuit zal gaan, maar hij blijft zitten.
Stoïcijns staart hij voor zich uit over de grote zee.
De man draagt een t-shirt, een korte broek en een pet. Netjes aangekleed in vergelijking met de rest van de strandgangers. Deze man is hier niet voor de zon of voor vermaak. Hij blijft zitten, in de eeuwig trekkende en duwende stroming van de golven.

Ik vraag me af wat de man denkt, ik vraag me af wat hij ziet.
In de ban van het getij van het water wordt hij meegezogen in gedachten. Heen en weer, oud en jong. Elke golf die hem raakt haalt een nieuwe herinnering naar boven.
Het geruis van de golven en de wind doen hem denken aan de geboorte van zijn eerste kind. Hoe het huilde en krijste en uitreikte naar zijn vader. Hoe hij het kindje voorzichtig vastpakte en het langzaam in slaap suste. Een nieuwe golf overspoelt de man. Zijn vrouw die naar hem schreeuwt. De man schreeuwt terug, de vrouw schreeuwt harder. Met een koffer en haar zoon aan haar hand verdwijnt ze uit het huis. De man blijft alleen achter in de stilte.
Nog een golf die hem raakt, deze komt tot aan zijn knieën, de man heeft zijn ogen gesloten.
De zee trekt terug,
maar de man zit er nog.
Zijn ogen gesloten.

Een spelend kind struikelt over de stoel van de man. Terug in de tegenwoordige tijd opent hij zijn ogen en staart naar de kleine jongen. Ik betrap hem op een flits van woede in zijn ogen. Boos dat hij nog steeds op zijn stoel zit en niet is ondergedoken in de omhelzing van de oceaan. De jongen is bang en verontschuldigt zich. De man zwijgt, ik zie hem langzaam smelten en hij glimlacht. De man staat op, werpt nog een blik op het water en loopt de branding uit, terug het strand op.
Ik zie hoe de zee zijn voetsporen met haar golven claimt.
Net alsof de man er nooit gezeten heeft.

 

 

Reacties (0)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *