banner-morfine-w720
18th Okt

Dokter Van Der Steen en de Hartstochtelijke en Onherroepelijke Herovering van zijn Bloedmooie Hondsbrutale Vrouw Helena op een Jonge Blonde Schrijver: Een Feuilleton, Deel II

(Wat vooraf ging: Een Feuilleton, Deel I.)

Hartstochtelijk en onherroepelijk heroveren had al goed geklonken in Van Der Steens hoofd. Beter nog klonk het uit Jan-Erik zijn mond. Vooral na de morfinepil, die Van Der Steen zojuist uit Jan-Eriks doktersjas had gestolen.

‘Een geslaagde hartstochtelijke en onherroepelijke herovering’, zei Jan-Erik, ‘een geslaagde hartstochtelijke en onherroepelijke herovering, vereist precisie en planning, doorzettingsvermogen en toewijding. En laat dat nou precies de eigenschappen zijn die wij in overvloed bezitten.’

Van Der Steen mompelde instemmend en kwijlde een beetje. Precisie, planning, doorzettingsvermogen… Hoe was het anders dat zij getweeën mensenleven na mensenleven redden op de operatietafel? Ze waren bekwame geneesheren, ware helden! Klaar om te strijden voor het leven en de liefde.

‘Ten oorlog’, lalde Van Der Steen, want dat was de liefde nu voor hem geworden. Oorlog. Waarna hij opstond en hartstochtelijk en onherroepelijk tegen de vlakte ging.

Enige tijd later, toen Van Der Steen weer in staat was tot zelfstandig ademhalen, probeerde Van Der Steen deze gebeurtenis af te doen als een akkefietje van eenmalige aard, toe te schrijven aan zijn baldadige jeugdelijkheid en het noodlot. Maar Van Der Steen was helemaal zo jong niet meer, hoeveel zalfjes hij ook smeerde. Nee, een aantal dingen werden Jan-Erik pijnlijk duidelijk: hoezeer zijn collega te lijden had onder het vertrek van zijn vrouw, dat Van Der Steen zijn hulp nodig had en dat het tijd was zijn middagelijkse morfinepil op een andere plek te gaan bewaren.

Hij nam Dokter Van Der Steen bij de arm en ze haastten zich van de afdeling af, naar de parkeerplaats toe. De koele buitenlucht leek Van Der Steen goed te doen.

‘Waar gaan we heen?’ vroeg hij warrig.

‘Je vrouw zoeken’, antwoordde Jan-Erik, ‘stap in.’

Van Der Steen keek Jan-Erik kort in de ogen en zei daarmee dankjewel, toegewijde vriend, trouwe kompaan. Hij trok de deur open van de Fiat Panda.

‘Een degelijke auto van klein formaat. Pas op je hoofd’, zei Jan-Erik, terwijl Van Der Steen zijn hoofd stootte.

Na een uur of drie, vier, vijf te hebben gewacht, kwam Helena eindelijk uit het concertgebouw naar buiten. En hoe. O, de lieve woorden die Van Der Steen op haar mooie mond zou willen fluisteren. Lieve woorden alleen voor haar bestemd. Maar met een doelbewuste tred en een trommel onder haar arm liep ze steeds verder bij hem weg. De juiste benaming voor de trommel kon hij, tot grote ergernis van Helena, maar niet onthouden. Weemoedig dacht hij nu aan die ruzies terug. Wat was ze aantrekkelijk met dat van woede verwrongen gezicht en die blik van viel-je-maar-dood. En haar borsten, wat waren die mooi.

Jan-Erik kuchte, Van Der Steen tot actie manend.

‘Ja’, zei Van Der Steen geschrokken naar Helena wijzend, ‘volg die vrouw.’

 

(Hoe het verder ging: Een Feuilleton, Deel III.)

Reacties (1)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *