speedpainting__oedipus_rex_by_ircss-d6t9d8z
1st Nov

Dokter Van Der Steen en de Hartstochtelijke en Onherroepelijke Herovering van zijn Bloedmooie Hondsbrutale Vrouw Helena op een Jonge Blonde Schrijver: Een Feuilleton, Deel IV

(Wat vooraf ging: Een feuilleton, Deel III.)

 

Op dat moment ging de deur open. “Aaah, nee, ik kan het niet aanzien. Mijn ogen!” schreeuwde Van der Steen, waarna hij zich als een ware Oedipus het zicht trachtte te ontnemen door zijn ogen uit te steken met zijn wijsvingers.

“Kalm aan, jongen”, zei Jan-Erik. “In niets lijkt die student op je moeder. Hij is blond en je moeder heeft zwarte krullen.” Maar Van der Steen hoorde hem niet. In zijn hoofd begonnen zijn gedachten aan een opmars die zijn definitieve einde tot gevolg moesten hebben.

“Van der Steen”, probeerde Jan-Erik nog eens, urgenter nu. “Van Der Steen! Luister naar me!” Jan-Erik greep Van der Steens handen stevig vast.

“Laat me!” brulde Van der Steen. “Laat me begaan! Een wereld als deze wens ik niet langer te aanschouwen.” En met een emotionele krachtexplosie wist hij zich uit Jan-Eriks greep te bevrijden.

“Van der Steen –”

“Laat me begaan”, bibberde Van der Steen. Opnieuw bracht hij zijn wijsvingers naar zijn ogen, langzaam bewoog hij ze steeds dichterbij. Hij klemde zijn kaken op elkaar en ademde zwaar briesend uit. Dit was het moment van de waarheid. Hij onderdrukte een schreeuw en met zijn wijsvingers prikte hij resoluut in zijn ogen.

“Ik zie niets meer”, fluisterde Van der Steen. “Nu ben ik een blinde dokter.”

“Onzin”, zei Jan-Erik, die genoeg had van het theater. Hij stak drie vingers op en hield ze voor Van der Steens gezicht. “Hoeveel vingers?”.

“Drie – twee, twee vingers. Ik heb geen idee”, zei Van Der Steen met tranende ogen. “Ik ben blind. De duisternis is nu mijn metgezel.”

“Hou je mond”, gromde Jan-Erik en hij scheen met een lampje in zijn ogen. Van der Steen slaakte een kreetje. “Zie je wel”, zei Jan-Erik. “Je bent niet blind. B-acteur.”

Van der Steen probeerde nog weinig overtuigend scheel te kijken en sloeg toen hard tegen het dashboard (3x). “Kut!” riep hij en hij wierp opnieuw een blik naar buiten, naar het trappengat, naar de deuropening. Daarin was alleen de contour van Helena nog te onderscheiden. Ze stapte de duivels verlichte hal binnen en trok de deur achter zich dicht. Heel even nog zag hij haar gezicht. Haar wazige, bloedmooie gezicht, dat hem tot actie maande.

“We moeten iets doen”, zei Van der Steen. “Snel.” Hij trok het dashboardkastje open en begon er haastig in te rommelen.

“Wat zoek je?” vroeg Jan-Erik.

“Geen idee”, zei Van der Steen. “Iets wat wellicht van pas komt.” Zijn hand ging door het kastje en raakte iets metaligs. Hij voelde meteen wat het was – zijn verminderde zichtvermogen had ongetwijfeld de sensitiviteit van zijn andere zintuigen verhoogd.

“Jezus, Jan-Erik”, zei hij. “Een pistool.”

(Wat daarna gebeurde: Een Feuilleton, Deel V.)

Reacties (0)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *