symbool_seks
22nd Nov

Dokter Van Der Steen en de Hartstochtelijke en Onherroepelijke Herovering van zijn Bloedmooie Hondsbrutale Vrouw Helena op een Jonge Blonde Schrijver: Een Feuilleton, Deel VII

(Wat vooraf ging: Een Feuilleton, Deel VI.)

Van Der Steen en Jan-Erik kwamen in slow-motion de afdeling opgerend onder begeleiding van bazenmuziek – Chopin of Bach – hun doktersjassen en door ouderdom uitgedunde haardossen wapperden in de wind. Ze gooiden hun zonnebrillen over hun schouder in de prullenbak naast de receptie. In het voorbijgaan keken ze eens ernstig om zich heen, naar alle bedrijvige zusters, die vervolgens vol bewondering naar het tweetal opkeken, hun smetteloze gebitten glinsterden in het tl-licht, hun Crocs knerpten ter meerdere eer en glorie van de moderne medische wetenschap. Dit was hun domein. Hier waren zij, over élke precaire situatie, heer en heelmeester.

Elke precaire situatie? Nee, één kleine situatie bleef daartegen moedig weerstand bieden… ’t Was Afdelingshoofd Astrid. Ze kwam Van Der Steen en Jan-Erik tegemoet gebeend.

‘Waar hingen jullie uit?’, snauwde ze. En ze greep beide heren bij de kladden. ‘Meekomen.’

Ondertussen, ergens anders in de stad, in de slaapkamer van de jonge blonde schrijver, werd er hevige en meeslepende liefde bedreven. De ene positie na de andere. Missionaris, missionaris, zij onder-, hij bovenop, missionaris – het was ware kamasutra. De Vlezige Vulpen van de jonge blonde schrijver had nog nooit zó geschreven. Helena kreunde het uit van literaire extase – en seksueel genot, terwijl de jonge blonde schrijver telkens weer in en uit haar schreef. In en uit.

Van Der Steen en Jan-Erik stonden over de snijtafel gebogen, met daarop het lichaam van een man van hun leeftijd. ‘Blijf ik confronterend vinden’, zei Van Der Steen. Erik-Jan beaamde dat. Erik-Jan deed zijn mondkapje voor en gaf Van Der Steen een paar plastic handschoenen. Van Der Steen nam met een vies gezicht de handschoenen aan. ‘Ik opereer nooit met handschoenen. Dat voelt gewoon niet hetzelfde.’

Op dat moment, ergens anders in de stad, in de slaapkamer van de jonge blonde schrijver, werd er ook zonder handschoenen geopereerd. De schrijver, jong en blond, stond op het punt zijn inktpatroon leeg te spuiten over de daarnet beschreven bladzijde in het boek, dat Helena’s geslacht heette. Hoewel die vergelijking niet volledig opging, greep Helena hem bij de billen en dwong ze hem stug door te schrijven, zonder zich te bekommeren om de overgang naar de volgende alinea.

‘Van Der Steen’, zei Jan-Erik. ‘Van Der Steen.’ Van Der Steen schrok wakker uit zijn overpeinzingen. ‘Ik kan me niet concentreren’ stamelde hij. ‘Zeg me wat ik moet doen. Geef me dat mesje maar – die scalpel.’ Jan-Erik gaf hem de scalpel. Van Der Steen liet zijn blik over het oude mannenlichaam glijden. Hij voelde opeens sterk de aandrang lukraak in het lichaam te snijden. Bevend bewoog hij de scalpel naar het borstbeen.

Onder het borstbeen van de jonge blonde schrijver, ergens anders in de stad, klopte een hart met zeker honderd twintig aanslagen per minuut. Hij was hard bezig zich naar een climax te schrijven, maar niet voordat hij Helena tot in de eeuwigheid aan zich zou binden door haar een onvergetelijk orgasme te bezorgen. Hij schreef uit haar. Drukte een geile kus op haar mond, beet haar in haar onderlip en vervolgde met zijn mond de weg naar beneden. In het voorbijgaan drukte hij een hongerige kus op haar borstbeen.

Van Der Steen aaide met de scalpel de huid van de patiënt. Hij hief de scalpel in de lucht, het kille metaal glinsterde in het licht en hij was klaar om toe te steken. Net boven het lichaam van de patiënt greep Jan-Erik de arm van Van Der Steen. Van Der Steen gromde dierlijk en dionysisch.

Precies toen gromde ook Helena. De mond van de jonge blonde schrijver had zijn bestemming bereikt. ‘Hoe zou hij dit verhaal tot een bevredigend einde brengen?’, vroeg hij zich af, terwijl hij haar bedenkelijk befte. De woorden lagen op het puntje van zijn tong.

‘Nee’, zei Jan-Erik. ‘Blijf bij me, Van Der Steen, blijf mens.’ De scalpel kletterde op de grond. Jan-Erik staarde hem indringend aan. ‘Jij bent niet deze dodelijke drift.’ Van Der Steen voelde zich meer dan ooit verloren. Helena leek onbereikbaar en hij begon opnieuw te twijfelen aan zijn eigen capaciteiten om Helena te heroveren. ‘Ik weet niet wat ik moet doen Jan-Erik…’ mompelde hij. ‘Ik weet het niet. Ik heb er schoon genoeg van.’ Dit werkt zo niet, dacht hij. Dit verhaal moet anders, zo krijg ik Helena nooit terug.

Wat Helena nooit meer terugkreeg was het níet hebben van een orgasme door de jonge blonde schrijver’s orale vertelling, want ze had er nu één. Het scheen de jonge blonde schrijver vreemd toe dat het daadwerkelijke hoogtepunt van dit verhaal, Helena’s verpletterende orgasme, tegelijkertijd de anti-climax was, doordat het orgasme – hoe onvergetelijk ook – voor de lezer zo abrupt kwam. Hoe moest hij nu verder? Ook hij kwam klaar, besloot hij, zijn gedachten waren opeens heel ergens anders. Hij was zowel voldaan als zeer ontevreden. Hij stortte zich naast Helena op het bed neer, deed alsof hij gelijk in slaap viel door overdreven luid te snurken en zuchtte daarna eens diep. Wat had het leven ook voor zin? Helena was nog steeds vele hemelen boven de zevende.

Zo goed en kwaad als het ging volbrachten Van Der Steen en Jan-Erik de operatie, ze waren tenslotte professionals, in existentiële en amoureuze crisis of niet. Maar, en dan met name Van Der Steen, begreep er helemaal niets meer van, van dit verhaal. Alles was futiel. En schrijven kon hij ook al niet. Verslagen draaide hij het papier uit zijn typemachine.

Reacties (0)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *