dokter-van-der-steen-sonnet
13th Dec

Dokter Van Der Steen en de Hartstochtelijke en Onherroepelijke Herovering van zijn Bloedmooie Hondsbrutale Vrouw Helena op een Jonge Blonde Schrijver: Een Feuilleton, Deel X

(Wat voorafging: Een Feuilleton, Deel IX.)

In kamer 1.14… trof Dokter Van Der Steen zijn patiënt aan. Alleen en in een diepe, kunstmatige slaap. Bernard heette de man, net als Van Der Steens overgrootvader. Dokter Bernard Van Der Steen was een man geweest met een weelderige haardos en een goed fysiek – wat kon hij zeggen? Het zat in de familie. Al had het zijn vader dan overgeslagen.

Van Der Steen verrichte een aantal geroutineerde, niet nader te definiëren medische handelingen om zich van de gezonde staat van Bernard te vergewissen. Hij knikte innemend en dankbaar. De operatie was geslaagd en Bernard’s littekens, en dergelijke dingen, zagen er goed uit. Van Van Der Steen’s animale uitbarsting was op het lichaam van Bernard geen spoortje terug te vinden. Hij zou simpelweg beweren een keer te zijn uitgeschoten met de scalpel in de buurt van het borstbeen. Of met een ander operatie-instrument waarvan hij de naam kende.

Dokter Van Der Steen bemerkte nu pas de verlaten stoel naast Bernard’s bed met daarop een opengeslagen notitieboek. Hij wist dat het onprofessioneel zou zijn het boek van dichterbij te bekijken. Het feit echter dát hij zich daarvan terdege bewust was vond hij voldoende om toch een kijkje te nemen. Met schoon geweten nam hij het boek ter handen en ging hij zitten…

Van Der Steen hapte naar adem en viel bijna van zijn bovengenoemde stoel. Letterlijk de eerste woorden die hij las waren zijn naam: Dokter Van Der Steen. Met een hartje op de eerste ‘e’ in ‘Steen’. Dokter Van Der Steen, stond daar in oogstrelend handschrift neergeschreven. Was hij aangesloten geweest op een hartmonitor, dan waren er nu zeker zeven zweterige zusters de kamer binnengerend. En het zou geen sexy zweet geweest zijn dat uit hun poriën naar buiten sijpelde, maar angstzweet, want zijn hart was op hol – de monitor had dat dan aangegeven en zij moesten hem redden. Maar hij was niet aangesloten op een hartmonitor, dus las hij verder. Een zeer begiftigd medicus was hij/ hij redde mijn pa en maakte mij erg blij. Daaronder, daarboven en eromheen waren alle zinnen grondig doorgekrast. Desalniettemin, kreeg Van Der Steen een brok in zijn keel. De eerste regel herkende hij nog wel als een jambische pentameter, de tweede wat minder – maar de woorden raakten hem. Dit was een gedicht en hij, Van Der Steen, was Poëzie. Hij moest – dit moest hij aan Jan-Erik laten lezen! Hij wist dat hij de bladzijde eigenlijk niet uit het boek zou moeten scheuren. Het feit echter dát hij zich daar terdege bewust van was… maakte dat hij het toch deed. Hij klapte het boek dicht, verliet kamer 1.14 en sloeg jubelend rechtsaf.

Luttele seconden later maakte de Jonge Blonde Schrijver van links opnieuw zijn entree. De wapperende doktersjas van Van Der Steen was aan het einde van de gang misschien nog wel te zien. De Jonge Blonde Schrijver, zich daarvan onbewust, slofte de kamer binnen en nam zuchtend een hap van zijn broodje kroket. Troosteloos keek hij voor zich uit. ‘Troosteloos’, nog zo’n bijwoord. Zelfs de aanblik van zijn niet-gestorven vader bood hem geen soelaas. Zijn sonnet wilde gewoon niet lukken. En maakte mij erg blij, dat was toch om je voor te schamen. Het was maar goed dat niemand wist hoelang hij daarop gezeten had. Ook al had hij het gevoel dat het op zijn voorhoofd geschreven stond: een uur en veertien minuten. Hoe kon hij ook anders? De sonnet voor Dokter Van Der Steen moest perfect zijn. Perfect, wat zei hij? Geniaal. Wereldschokkend. Niets zou na het lezen ervan nog hetzelfde mogen zijn, alles daarna alleen nog maar extase en geluk. Stom, stom klotesonnet. Hij nam nog een hap van het broodje kroket. Echt zo’n ziekenhuiskroket, dacht hij, helemaal lauw en slap. Had hij er nou toch maar een beetje mosterd op gedaan, O, zijn leven was ellende en hij had er nog drie dertig voor betaald ook. De consumptiemaatschappij was één grote leugen, dat werd maar weer eens pijnlijk duidelijk. Zo pijnlijk zelfs, dat hij er bijna nog een broodje kroket van zou kopen om die pijn weg te eten. De Jonge Blonde Schrijver hield echter niet van vicieuze cirkels. Hij wist het goed gemaakt, hij zou die twee overgebleven zinnen ook schrappen en opnieuw beginnen met zijn Nobelprijswinnende – of op zijn minst Nobelprijswaardige – sonnet voor Dokter Van Der Steen. En hij kreeg gelijk een geweldig idee: hij zou hem vergelijken met een zomerdag.

Hij stopte het laatste hapje broodje kroket in zijn mond- het was meer een hapje brood dan een hapje kroket. Diepe zucht. Wat een zelfmedelijden ook, aan de slag. Hij likte de korrels paneermeel van zijn vingers, veegde ze af aan zijn broek, nam het boek ter handen en ging zitten. Hier klopte iets niet, voelde de Jonge Blonde Schrijver meteen, want als hij ergens mee in contact stond dan was het wel zijn gevoel. Iemand heeft op mijn stoeltje gezeten. Hij stond op en bestudeerde het zitvlak van de stoel voor aanwijzingen. Hij zag niets, alleen een zitvlak. En het boek had hij toch helemaal niet dichtgeslagen? Hij sloeg het boek open. Op de plek waar zojuist nog zijn sonnet gezeten had zat nu alleen nog maar een gerafelde kantlijn. Iemand had zijn sonnet uitgescheurd! Close-up: iemand had zijn sonnet uitgescheurd! Wel verdraaid. Verdomme en verdraaid. Drommels, drommels, drommels, die dekselse Bassie en Adriaan! Wie? Wie had dit gedaan? Bassie en Adriaan kon hij afstrepen en na korte aarzeling verwijderde hij ook zijn vader van de verdachtenlijst, want hij leek hem toch niet tot bewegen in staat met die zuurstofslang in zijn keel. In de prullenbak lag de sonnet – in wording – ook niet. Hij moest de dader vinden. Aan zijn handschrift was ontegenzeggelijk terug te voeren dat de dichtregels van zijn hand kwamen. En als mensen ze zouden zien, zou zijn schrijfcarrière over zijn voordat die goed en wel begonnen was. Was Helena nu maar hier om hem bij te staan…

Reacties (0)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *