hans-eiskonen-136904
8th Jan

Een burn-out is voor mietjes

Een mbo-theater opleiding, was van jongs af aan mijn droom. Daar stond ik dan. Ik moest en zou mezelf bewijzen. Ik moest de beste van de klas zijn. Op de opleiding kon ik verschillende projecten doen. De meeste leerlingen deden er een of twee. Ik deed er zes. Dat vond ik leuk, maar vooral: ik moest de beste zijn en kon daardoor niets missen.

Ik maakte dagen van acht uur ‘s ochtends tot elf uur ‘s avonds. Dan kwam ik thuis en begon met mijn stemoefeningen, lichamelijke work-out, teksten schrijven en teksten leren. Ik vond het heerlijk, in het begin gaf het me veel energie en alle projecten liepen super. Tot ik ineens merkte dat ik last kreeg van duizelingen, hoofdpijn, nek- en rugklachten maar met name van angsten.

Drie jaar daarvoor stond ik op 4 mei in Amsterdam op de Dam, toen een man besloot een schreeuw te geven tijdens de twee minuten stilte. Iedereen raakte in paniek, het leek op een aanslag. Ik heb nog nooit zo’n grote angst ervaren. Nu ik veel stress had op school, kreeg ik last van deze ‘traumatische ervaring’. Overal waar ik was, dacht ik dat ieder moment een aanslag gepleegd zou worden.

Mijn duizelingen, hoofdpijn en nek-rugklachten werden steeds erger. Bij alle projecten die ik deed, liet ik steken vallen. Dat vond ik heel erg, want ik moest de beste zijn. Dat lukte niet, waardoor ik me nog slechter ging voelen. In deze neerwaartse spiraal ervaarde ik mijn klachten wel, maar kon ik ze niet koppelen aan de werkdruk die ik had. Ik was boos op mezelf. Ik moest juist nú fit zijn.

Doordat ik alle projecten wilde blijven doen, was het makkelijk om tegen mezelf te zeggen dat ik een mietje was. Ik moest me gewoon niet zo aanstellen. Ik wist dondersgoed dat de angst voor aanslagen een onrealistische angst was en na een goede nacht slaap zou ik zeker van mijn klachten afkomen. Iedere dag nam ik paracetamol om de klachten wat te verlichten en ik ging gewoon door. Ik ben geen mietje.

Ik woonde bij mijn ouders en die zagen mijn aftakeling. Mijn moeder zei tegen me: ‘Je gaat nu naar de huisarts.’ Dat heb ik gedaan.

De huisarts stelde wat vragen en constateerde dat ik naar de psycholoog moest. Ik probeerde nog te zeggen dat dat echt niet nodig was, en dat ik gewoon een goede nacht slaap moest hebben. De huisarts vroeg of ik ook fysieke klachten had. Toen ik haar wees op mijn duizelingen, hoofdpijn en nek-rugklachten, verwees ze mij ook door naar een fysio. Het leek mij overdreven, maar goed, een paar gratis massages konden geen kwaad. Bij de psycholoog en de fysio leerde ik om ontspanning op te zoeken en mijn angsten te verwerken.

Toen ik bij het laatste gesprek bij mijn psycholoog wegliep, zei hij: ‘Het is goed dat je dit hebt gedaan, als je nog langer was doorgegaan zonder hulp, was het niet goed afgelopen.’
Hier schrok ik van. ‘Niet goed afgelopen.’ Wat is dat? Ik liep met een dubbel gevoel weg bij de psycholoog. Ik ben van mijn klachten af, maar het was bijna niet goed afgelopen.
Ik heb bijna een burn-out gehad. Ik ben blij dat het niet is gebeurd, maar toch is iets in mij nieuwsgierig geworden naar hoe dat is. Daarom heb ik Wim bedacht. Ik heb dit fictieve personage bedacht, zodat ik hem een burn-out kan bezorgen.

Wim is een man van in de dertig die erg hard werkt. Hij is een docent. Ik las op de website Alles weten over burn-out dat mensen die in het onderwijs werken een grote kans hebben op het krijgen van een burn-out, en dat is nu precies wat ik wil voor Wim. Om Wim nog wat meer context te geven laat ik hem wonen in een groot huis, in zijn eentje. Hij moet zo min mogelijk hulp krijgen zodat hij sneller in de burn-out terechtkomt. Een burn-out is een combinatie van stress, werkdruk en een vervelend privéleven. Hij is nu wel erg zielig, dus ik geef hem een kat, om de pijn iets te verlichten. De kat heet Guus.
Nu we weten wie Wim is, kunnen we gaan kijken hoe hij in zijn burn-out terechtkomt en hoe het nu echt is. Is het echt zo erg of kan het ook positief uitpakken?

De Filmmaker Anneloor Heemstra heeft een driedelige documentaire gemaakt genaamd Doen & laten. In deze documentaire onderzoekt ze stress. In de eerste aflevering Vrouwen en mannen zegt ze: ‘In mijn onderzoek over stress lees ik dat mannen vaker last hebben van een burn-out dan vrouwen. Dat komt vooral omdat ze praten over problemen zien als een niet productieve bezigheid. Ze reflecteren dus weinig.’ Mannen erkennen dus minder snel dat ze tegen een burn-out aanlopen, omdat ze zichzelf weinig analyseren. Daarom heb ik ervoor gekozen om Wim een man te laten zijn. Zodat ik hem nog iets dieper kan laten zinken.

Wim staat ‘s ochtends vroeg op, hij wordt wakker met een vol hoofd. Hij zet een bak koffie, ontbijt slaat hij over, dan geeft hij Guus wat te eten, en gaat de deur uit. Hij zit midden in de toetsweek op zijn school, dus het is druk. Hij maakt lange dagen, omdat hij veel bezig is met het nakijken van werk. Daarnaast geeft hij bijles en volgt hij zelf extra lessen om met dyslexie om te gaan. Hij is áltijd bezig.

Hij heeft een kleine familie, waarvan hij alleen nog contact heeft met zijn broer (Koen) en zijn zus (Ans). Koen en Ans proberen al een lange tijd met Wim af te spreken, maar hij komt altijd met het excuus: ‘Ik kan niet, ik moet werken.’ Na de zoveelste keer dat hij heeft afgezegd, zijn Koen en Ans boos op hem geworden. Ze voelen zich niet gehoord maar vooral: ze missen Wim.

Ze hebben de hoop opgegeven. Ook de beste vriend van Wim, (Peter), begint hem langzaam te vergeten. Peter besluit om, voor de laatste keer, naar Wim toe te gaan. Hij windt er geen doekjes omheen. ‘Je verwaarloost me, het gaat bij jou alleen maar over werk. Er moet nu iets veranderen, anders ben ik er ook ik vandoor.’ Tijdens het gesprek gaat de telefoon van Wim, hij neemt op. Boos staat Peter op: ‘Als je zo doorgaat, kan het nog eens verkeerd met je aflopen.’ Hij loopt weg en slaat de deur achter zich dicht.

Die nacht slaapt Wim slecht, hij ligt te woelen. De woorden van Peter blijven zich herhalen in zijn hoofd. Werkt hij echt zo veel? Verwaarloost hij echt al zijn vrienden? Dat wil hij helemaal niet. Hij duwt twee paracetamol uit de verpakking en slikt ze met een slok water door.

Al een langere tijd is Wim rusteloos. Hij slaapt slecht, heeft last van zijn nek en concentratieproblemen. Hij weet niet goed waar het vandaan kan komen. Hij besluit om op internet zijn symptomen op te zoeken. Het woord burn-out komt naar voren. Hij komt op de site gezondheidsnet.nl terecht. Hij scrolt wat naar beneden en ziet een uitgebreide lijst staan met symptomen die bij een burn-out horen.

Hij leest: Piekeren. Slecht slapen. Prikkelbaar zijn. Een gejaagd gevoel. Makkelijk huilen. Moeite hebben met drukte om je heen. Een gespannen gevoel. Nergens zin in hebben. Concentratieproblemen. Geheugenproblemen. Lichamelijk en geestelijk moe zijn. Hoofdpijn. Nekklachten. Hartkloppingen. Duizeligheid. Pijn op de borst. Geen oplossing meer zien. Niet goed functioneren, thuis en/of op je werk. Onzekerheid. Schuldgevoelens. Veel fouten maken. Geen behoefte hebben aan seks. Weinig zin hebben in sociale contacten. Maag- en darmklachten. Angstig zijn. Verminderde weerstand: telkens verkouden zijn.
Wim schrikt. Hij herkent zichzelf in veel van deze dingen. Hij kijkt verder op de website en ziet dat als je last heb van drie of meer van de bovenstaande symptomen, dat dat een teken kan zijn dat je een burn-out hebt of krijgt. Hij hééft last van drie of meer van de bovenstaande symptomen. Maar hij ontkent het. Door het Wim te laten ontkennen duw ik hem nog iets verder.
Ik las in een artikel van Fonds Psychische Gezondheid uit 2014 dat een burn-out ontstaat als mensen ondanks de stress en de spanningsklachten door blijven gaan. Ze volharden in hun werk en zijn zich niet altijd bewust van de ernst van hun klachten. Dus Wim trekt zich niets aan van wat hij gelezen heeft en gaat door zoals het was. Iedere dag slikt hij regelmatig paracetamol om het nare gevoel tijdelijk op te lossen.
Ik las een recensie in Volkskrant van Robert van Gijssel over de documentaire over Lady Gaga van regisseur Chris Moukarbel. De documentaire is oorspronkelijk opgezet om een vruchtbare periode in het leven van de zangeres vast te leggen, maar het is veranderd in een documentatie over haar burn-out. Ze heeft een druk bestaan, ze is altijd in de weer. Dan krijgt ze last van haar heupen en die pijn trekt door naar haar gezicht. De dokter geeft haar een tijdelijke oplossing (massages en een spuit met daarin spierontspanner) Ze blijft ontkennen wat het echte probleem is en raakt zo in een burn-out. Het laatste halfuur van de film is dan ook een groot tranendal.

Wim laat op werk steken vallen. Hij wil beter functioneren en harder werken, maar het lukt niet. Hij kan zijn energie niet goed verdelen en vergeet de helft van zijn taken. ’s Ochtends vroeg wil hij het liefste zijn bed niet uitkomen. Af en toe zet hij zijn wekker uit, en draait zich nog eens om. Hij denkt: ‘Als ik mezelf wat tijd gun, is het zo weer over.’ Maar het werkt niet.

Ik las in een artikel van het Fonds Psychische Gezondheid uit 2014 dat uitrusten niet genoeg is om over een burn-out heen te komen. Hiervoor is verandering en behandeling nodig. Wim weet niet meer wat hij met zichzelf aan moet. Hij probeert hulp te zoeken bij Koen, Ans en Peter. Het enige wat ze zeggen is: ‘Zie je, ik wist dat het zo ver zou komen.’ Wim is eenzaam.
Zelfs Guus, zijn kat, komt niet meer bij hem op schoot zitten.

Om Wim het laatste zetje te geven naar de burn-out laat ik hem projectleider worden van de open dag op de school waar hij werkt. Hij krijgt extra werkdruk en extra overuren. Hij raakt onzeker of hij dit project wel aan kan. Hij maakt veel fouten en heeft daar vervolgens weer schuldgevoelens over. Door zijn schuldgevoelens slaapt hij slecht. Doordat hij slecht slaapt, presteert hij slecht en ga zo maar door.

Wim wordt op een ochtend wakker door zijn wekker. Hij heeft amper geslapen. Hij heeft diepe wallen onder zijn ogen. Hij gaat op de rand van zijn bed zitten, hij kijkt naar zijn handen, ze trillen. Hij probeert op te staan, maar het lukt niet. Hij probeert het nog een keer, het lukt weer niet. Dan begint hij uit het niets te huilen. Het huilen stopt niet. Met zijn trillende handen pakt hij zijn mobiel en belt Peter op. Als Peter opneemt krijgt Wim geen woord uit zijn mond.

Ik zag op YouTube verschillende filmpjes van ervaringsdeskundigen die de vergelijking maken met een batterij. ‘Je hebt als mens een batterij. Heel hard werken, daar is helemaal niets mis mee. Maar als je te lang, te hard werkt en die batterij raakt steeds leger en leger en die krijgt daardoor geen tijd om meer op te laden, dan heb je kans op een burn-out.’

Wims batterij is leeg. Het valt nu niet meer te ontkennen. Ik heb het hem niet makkelijk gemaakt. Al zijn sociale contacten vielen plots weg en zijn werkdruk werd verhoogd, terwijl hij al last had van langdurige stress. Dit is een situatie die gewoon kan gebeuren. Stel, mijn relatie gaat stuk en op mijn studie wordt de werkdruk erg opgevoerd. Ik kan me voorstellen dat het dan te veel wordt. Toch zou ik nooit toegeven dat het me te veel is geworden. Ik had iemand van buitenaf nodig die mij stimuleerde om het probleem op te lossen. Wim heeft zo’n persoon niet. Het was bij mij ook verkeerd gegaan als ik, in dit geval, mijn moeder niet had gehad.

Op de website van het GGZ staat een artikel uit 2015 waarin staat dat een burn-out vaker voorkomt dan dat je zou denken. In Nederland heeft een op zeven werknemers klachten die wijzen op een burn-out. In het onderwijs is dat zelfs meer dan een op de vijf.

Wim heeft geen andere optie dan zich ziekmelden van werk. Hij voelt zich zo beroerd dat hij dit gelijk doet voor de hele week. De eerste drie dagen komt hij zijn bed niet uit. Hij is op.

Wim kan zichzelf langdurig niet bij elkaar rapen. Hij is in de war en ziet geen oplossingen. Hij heeft geen andere keuze dan stoppen met zijn werk. Hij heeft afstand en ruimte nodig. Nu hij terug kan kijken op wat gebeurd is, ziet hij in hoe ver hij is gegaan. Al een lange tijd besteedt hij geen aandacht aan zichzelf en laat hij overal steken vallen. Hij had geen privéleven meer en werkte daardoor te veel overuren. Hij moet naar zichzelf luisteren en hij komt erachter dat dat fijn kan zijn. Hij staat zichzelf toe om niets te doen en af en toe wat adempauze te nemen.
Hij besluit het web door te struinen voor tips hoe je het beste uit je burn-out komt. Hij ziet verschillende blogs die vertellen dat een burn-out ook positief kan zijn. Dan gebeurt er iets bijzonders. Wim leert ‘omdenken’.

Hij ontdekt dat het hem ook veel oplevert. In eerste instantie is het afschuwelijk. Hij zal een tijdje uit de running zijn. Echter, als hij terug is, zal hij sterker zijn dan ooit. Hij kent zijn
grenzen. Nu hij één keer te ver is gegaan, zal hij voor altijd weten hoe ver hij kan gaan. Nu het voor Wim zover is gekomen, begint een belangrijke periode. Zichzelf leren kennen. Hij kan stilstaan en nadenken. Waar staat hij in het leven? Wat wil hij nog bereiken? Hij kan nieuwe doelen gaan stellen of beseffen dat hij al de goede richting op gaat. Als hij uit de burn-out komt, zal hij sterker zijn. Alleen dankzij een burn-out kun je zulke inzichten ontwikkelen. Je maakt een nieuwe start, omdat je ook ergens gestopt bent.

Tijdens de burn-out heeft Wim ontdekt wie zijn echte vrienden zijn. Wie kunnen hem in deze tijden steunen? Door wie wil hij gesteund worden? Degenen die er echt voor hem zijn en die echt om hem geven zullen hem helpen.

Een burn-out kan ook ingezet worden als een inspiratiebron. Er kan prachtige kunst over gemaakt worden. Theatermakers gebruiken het als thema. Door dit soort thema’s te gebruiken in de kunst, wordt het bespreekbaar. Ik ging op zoek naar zo’n voorstelling en ik kwam bij Loket gezond leven uit. Ze hebben een trainingsvoorstelling gemaakt genaamd Burn-out OUT! Het is een programma vol met cabaret, liedjes, spel en muziek en raakt de toeschouwer rechtstreeks in het hart. Theater met humor als krachtig middel om op een luchtige en grappige manier het gesprek over burn-out op gang te brengen.

Na de voorstelling kun je meedoen aan verschillende workshops onder leiding van deskundige gespreksleiders. Het is een gat in de markt, omdat mensen het er graag, op een indirecte manier, over hebben. Zo ook Wim die, door het zien van dit toneelstuk ineens een stuk beter kan plaatsen hoe hij zich voelt.

Ja, de burn-out heeft Wim veel opgeleverd maar de weg naar wat het hem opleverde was lang en heftig. Ik heb gezien hoe Wim een burn-out heeft gehad. Waar het bij mij stopte, is het bij Wim verder gegaan. ‘Het is goed dat je dit hebt gedaan, als je nog langer was doorgegaan zonder hulp, was het niet goed afgelopen’, zei mijn psycholoog. Ik weet nu wat ‘niet goed afgelopen’ betekent. Ik ben geschrokken van wat het echt inhoudt en blij dat dit mij nooit is overkomen. Een burn-out is niet voor mietjes, dat is één ding dat ik zeker weet. Ik zie ook dat het veel kan opleveren, ik geloof dat Wim sterker uit zijn burn-out is gekomen dan hij erin ging.

Ik kan je vertellen dat het goed gaat met Wim. Hij heeft een paar stappen genomen. Hij werkt parttime, daardoor moest hij in een kleiner huis gaan wonen. Hij neemt meer tijd voor zichzelf. Hij gaat drie keer in de week naar de film, en geniet daar erg van. Hij heeft contact opgenomen met Koen, Ans en Peter. Hij gaat iedere week naar ze toe, om dat hij heeft geleerd dat ze er toe doen. Hij zal zijn hele leven op zichzelf moeten letten. Hij wil niet terugvallen in de burn-out. Af en toe denkt hij terug aan de dag dat hij op zijn bed zat met trillende handen en geen woord meer uit zijn mond kreeg. Het is een herinnering die hij altijd bij zich zal dragen, maar ook een die hem zal behoeden.

Ook ik zal mezelf er altijd voor moeten behoeden, ik denk dat het gemakkelijk is om weer te veel op mijn schouders te nemen, maar ik zal het herkennen. Met dank aan Wim.

Dit essay verscheen in de reeks Essays 2017-2018, eindteksten Beschouwend schrijven van de tweedejaars studenten van de Schrijfopleiding.

Reacties (0)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *