‘Een combinatie van Frans Duits en Pink Floyd, dan ben je wel ongeveer hier.’

Doutsen van Gosliga

-
Deze in Voorburg gehuisvestigde Friezin in hart en nieren betreedt sinds 2018 na een blauwe maandag op de studie Archeologie en een afgeronde theateropleiding het strijdveld der schrijvers.
Doutsen van Gosliga (1997) is in schrijven zo veelzijdig als in haar interesses. Van jeugdtheater tot thriller en van absurdistische poëzie tot luchtige voorstellingen. Ze gaat de uitdaging graag aan met een dosis Friese nuchterheid en een snufje maatschappij kritiek.
Daarnaast beheert ze met veel enthousiasme de sociale kanalen van De Schrijfopleiding!

Het is tijd, de hoogste tijd. Voor het tweede corona-interview van mijn wat-doen-schrijvers-ten-tijde-van-corona-interviewreeks. De tweede student waar ik mee ga spreken is Aron Goossens, wederom een vierdejaars. Het is opnieuw heerlijk weer en ik zit er helemaal klaar voor. Een kwartiertje later dan gepland gaan we los.

‘Bedankt dat je mee wil werken aan dit gesprek Aron’

‘Ik vind het leuk! Ik was zelf ook op zoek naar vormen om deze situatie uit te buiten ofzo. Het is een soort afgedwongen beroep op mijn creativiteit. Ik dacht hier moet je iets mee, maar wat? Dus toen jij al wel een goed idee had dacht ik dan spring ik daar ook gelijk in. Dan heb ik in ieder geval van jou een beetje inspiratie.’

No pressure… Ik laat een snelle blik vallen op mijn aantekeningen om te checken of mijn vragen wel inspirationeel genoeg zijn (is dat een woord?).

‘Ik hoop het… Voel je die noodzaak om er iets mee te doen zo sterk?’

‘Ja, de afgelopen paar dagen voel ik dat ik hier iets mee moet. Met de situatie, maar niet met het thema. Juist omdat dat thema bij iedereen voor in de gedachten zit verliest het ook al snel iets van relevantie. Maar ja, ik weet dus nog niet zo goed wat ik er dan mee moet. Ik ga in ieder geval in het nieuwe vak van Inge (over lesgeven en communiceren in schrijven) iemand die ik niet goed ken begeleiden met schrijven. Dat vind ik wel leuk, want dat is iets wat ik normaal gesproken nooit zou doen. Ook omdat het een beetje spannend is, want ik ken haar niet zo goed. Ik ga met haar dus ook videobellen en dan moeten we elkaar maar wat gaan vertellen.’

‘Wat schrijft zij dan?’

‘Dat weet ik ook niet zo goed. Ik heb een oproepje gedaan in een groep van ‘is er hier iemand die wel eens bezig is met creatief schrijven en die ik daarmee kan helpen?’. Ze zegt dat ze met een boek bezig is. Maar ik heb het gevoel dat het een beetje is zoals kinderen van twaalf zeggen dat ze met een boek bezig zijn. Niks ten nadele van haar, het is harstikke goed en leuk als je daar mee bezig bent. Maar dat niveau heeft het nog wel een beetje.’

‘Het vraagt ook wel heel veel van je om een boek te schrijven.’

‘Ja, dat denk ik ook. Ik denk dat het een heel geromantiseerd beeld is dat een beetje wordt onderschat.’

Ik heb overigens wel mega veel respect voor mensen die daadwerkelijk een boek hebben geschreven, ik heb het na tig pogingen maar opgegeven.

‘Ben je zelf nog bezig met schrijven?’

‘Gelukkig wel weer. Ik was er de eerste week helemaal niet mee bezig. Toen was ik ook druk met verhuizen. Ik baalde er ook van dat door deze situatie je hele normale leven op de kop staat, terwijl dat met verhuizen sowieso al zo is. Dat zat me ook gewoon in de weg. Maar nu ik hier op m’n nieuwe plekje gesetteld ben lukt het gelukkig weer. Ik ben weer een beetje aan de gang, dus dat is wel fijn.’

‘Waar haal je nu je inspiratie vandaan? Ik weet dat je veel van reizen houdt, maar dat zit er nu helemaal niet meer in natuurlijk.’

Bij het onderwerp reizen verschijnt er een lach op Arons gezicht. Ik wist al wel dat hij van reizen hield, maar ik heb natuurlijk ook even mijn research gedaan. Een punt voor Doutsen.

‘Klopt. Dat is putten uit de ervaringen die je al hebt. Ik zit in het vierde jaar, maar ik studeer volgend jaar pas af. Ik heb een extra stage gedaan dit najaar, waardoor ik al die lessen naar je scriptie toe heb gemist. Ik ben nu al wel begonnen zonder begeleiding mijn eindwerk te schrijven. Vooralsnog is het plan dat het een soort roadmovie wordt. Daarvoor kan ik nu niet heel veel uit de wereld om me heen halen, het moet echt in mijn hoofd plaatsvinden. Je moet het doen met de middelen die je hebt. Ik heb wel veel tijd om te lezen enzo, dat is heel fijn. Maar heel veel nieuwe ideeën van buiten komen er niet.’

‘Wat voor invloed heeft het op jouw schrijfproces?’

‘Ik merk dat ik wel veel kritischer ben in herschrijven en terugkijken. Nou voelt het sowieso wel anders met het eindwerk, omdat je sowieso bezig bent met die grote lijnen. Bij korte scènes ben ik wat sneller tevreden. Het is wel interessant dat je dit zegt, want ik heb er nog helemaal niet zo bij stilgestaan dat het ook aan de hoeveelheid tijd kan liggen.’

Ik voel me nu toch wel even heel inspirationeel.

‘Voelt dit als een kans om je anders te ontwikkelen?’

‘Voor mij voelt het als een hele goede test. Ik zit in een soort raar vacuüm. Mijn klas studeert af, dus dat voelt voor mij al heel dichtbij. En dat toekomstbeeld klinkt dat zo mooi en romantisch en dan baal ik als het even niet lukt. Maar de situatie waar ik nu in zit is wel een beetje hoe het later ook gaat zijn. Op een bepaalde manier kan je het schrijversberoep ook zien als een soort gedwongen thuiszitten En het is dus een test hoe ik hiermee omga en of ik dit kan volhouden. Trek ik dat?’

Ik begin ondertussen even mijn keuze voor het schrijversberoep te overwegen.

‘Hoe creëer jij thuis een fijne werkplek?’

‘Misschien heb ik wel het geluk gehad dat ik net ben verhuisd, want ik ken deze plek natuurlijk niet anders dan dat. Maar ik heb het nooit als moeilijk ervaren om werk en privé gescheiden te houden op dezelfde plek. Dat gaat me goed af. Als het wel lastig wordt kan je niet even in de bibliotheek ofzo gaan werken, maar daar heb ik tot nu toe nog geen behoefte aan gehad.’

Dit interview begint verdacht veel op de vorige te lijken, maar er is denk ik nog geen reden voor paniek. Ik zoek naar een vraag die ik nog niet heb gehad, maar dat blijkt knap lastig. Dus ik hoop maar op een ander antwoord.

‘Vind je het belangrijk om een routine aan te houden?’

‘Ik probeer het, en ik denk dat het wel handig zou zijn. Maar ik heb het tot nu toe eigenlijk niet. Ik merk wel dat mijn ritme zich automatisch aanpast. Voorheen lag mijn focus op vroeg opstaan om in de ochtend te gaan werken. Dat schuift nu wat op. Ik sta nu wat later op en werk in de avond langer door. Dat vind ik op dit moment wel heel fijn. Ik werk liever ’s avonds als het om schrijven gaat en ’s ochtends doe ik dan ander werk. Maar als je dan in de ochtend werkt komt het schrijven er ’s avonds vaak niet meer van. Nu ik in de ochtend uitslaap heb ik dat probleem niet meer. Dus ik merk wel echt dat mijn ritme verandert, en misschien helpt dat me ook wel om meer tot schrijven te komen.’

‘Eigenlijk is het een soort schrijven zonder planning?’

‘Ja, zeker weten. En dat een beetje onbewust gegaan, maar wel leuk dat je me er nu op wijst. Dat is nog wel iets waarvan ik denk dat het een leuke uitdaging is. Om iets meer ritme te creëren. Ik merk ook wel dat het heel makkelijk is om elke avond aan het zuipen te gaan, omdat je denkt ‘ik hoef toch niks te doen’.’

‘Hoe voorkom je dat je in een vakantie-modus geraakt?’

‘Door toch wel bezig te blijven. Ik voel dat ik heel veel zin heb om aan de slag te gaan. In de vakantie sluit ik mij naar bewust van af, dan wil ik het liefst zo min mogelijk doen. Ik denk dat het fijn is dat ik zelf het gevoel heb dingen te willen doen. Maar ik vermijd het vakantiegevoel niet actief, daarom zit ik ook nog best wel goed in mijn vel. Ik kan het ook omarmen om niets te doen. Als het niet lukt of als ik me brak voel en denk ‘vandaag niet’, dan is het ook vandaag even niet. Het is natuurlijk wat ongedwongener, wat gratuit (vertaling= onverplicht – red.). Daarom is het gewoon fijn dat ik voel dat niks doen kan, maar dat ik er ook zin in heb om dingen te doen. Anders was ik ook een stuk depressiever geweest. Dan was het een iets te lang doorgetrokken vakantie geweest. Een beetje alsof je vastzit in die laatste week zomervakantie.’

‘Hoe verwerk deze situatie in je eindwerk?’

‘Ik merk wel dat in het begin van mijn eindwerk allemaal beelden zitten die bij deze tijd passen. Bijvoorbeeld uitgestorven straten en mensen die opgehokt zitten. Dat soort beelden spoken nu wel door mijn hoofd en die moet ik voor mijn gevoel wel verwerken. Tegelijkertijd past het niet altijd bij wat ik op dit moment aan het schrijven ben. Maar ik laat het wel toe. Ik ben heel benieuwd of ik dat over een aantal maanden nog steeds heb. Ik ben sowieso reuze benieuwd naar hoe deze situatie zich gaat bewegen de komende tijd, maar ik ben vooral heel benieuwd hoe ik er dan in sta. Of ik nog steeds die behoefte heb het te verwerken of dat ik het even achter me laat.’

‘Gaan we over een paar jaar een stroom van corona geïnspireerde kunst meemaken?’

‘Dat denk ik wel. Ik vind het jammer om te zeggen, maar er zit wel een bepaalde voorspelbaarheid in de cultuursector. Ik denk dat er uiteindelijk 1 hele goede film over wordt gemaakt en voor de rest heel veel mensen die er wat over willen zeggen. En misschien blijf ik er met dat in mijn achterhoofd ook wel een beetje van weg hoor. Je hoeft alleen maar op Facebook te kijken en iedereen heeft het er al over. Iedereen wil ook met een creatieve insteek er iets van maken. Zo van ‘we gaan dit meteen omzetten in kunst’. Ik weet niet, ik vind dit dan bijvoorbeeld veel interessanter. Omdat het veel meer gaat over mensen, niet over de grotere thema’s. Wij praten van mens tot mens met elkaar, en dat vind ik dan veel interessanter.’

‘Ik zag een platenspeler op je foto staan. Heb je bepaalde muziek die je specifiek in deze periode luistert?’

‘Lastig… Ik ben wel weer veel platen aan het luisteren. Mijn platenspeler was een beetje verstoft geraakt. Ik merk dat ik de laatste tijd veel aan het luisteren ben van wat ik in mijn middelbare schooltijd luisterde, een beetje in die puberale periode. Dat was ook het moment dat ik die platenspeler kreeg. Je hebt toch veel tijd om na te denken, en dat geeft je ook de ruimte om ongegeneerd nostalgisch te zijn. Dus ik luister nu veel jaren 60 muziek die ik op de middelbare school luisterde.’

‘Dit is een hele cliché vraag, maar stel je zou deze situatie/sfeer in een muziekalbum samenvatten, welk album zou dit dan zijn?’

Hallo Buzzfeed.

‘Mijn eerste gedachte gaat uit naar Pink Floyd, dat zijn nog steeds mijn grootste helden. Omdat ze hele sferische muziek maken. En iets van de leegte en iets van het manische van deze tijd komt daar wel in terug. Dus dan zou ik denken aan The Dark Side of the Moon of The Wall. Die laatste ook wel heel erg omdat het een album is dat voor mij gaat over de maatschappij en hoe de maatschappij eruit ziet en wat er gebeurt wanneer je de maatschappij onder je voeten vandaan trekt. En dat is wat we nu allemaal heel sterk ervaren. En daar zou ik nog wel een album van een Frans Duits tegenover willen zetten. Dus een combinatie van Frans Duits en The Dark Side of the Moon, dan ben je wel ongeveer hier.’

Gelukkig geen clichè antwoord, dat is dan weer mooi meegenomen. Ik doe meteen maar even alsof ik precies weet wat voor muziek Pink Floyd maakt, terwijl ik eigenlijk geen idee heb. Sorry Aron. Jammer genoeg heb ik bij Frans Duits een beter beeld.

‘Die Frans Duits moet je even uitleggen.’

‘Frans Duits is heel goed in dingen inkoppen. Er is iets waar iedereen het mee eens is, dan maakt hij er een nummer over en dan denkt iedereen ‘heeuj topvent!’. En ik denk dat dat heel erg bij deze tijd hoort. Het is wel mooi dat er op het nieuws weinig berichten zijn over polarisatie. We zijn het als maatschappij opeens best wel roerend eens met elkaar. En dat is enerzijds wel mooi en anderzijds zit het me ook dwars. En vervolgens denk ik ‘waarom ben ik nou weer die lul die dat vervelend vindt’. Maar je hoort gewoon heel veel algemeenheden. De zin ‘het is een gekke tijd’ hoor je op een dag wel vijf keer. Dat zijn allemaal inkoppers geworden waar je altijd mee scoort.’

‘Denk je dat die verbroedering iets tijdelijks is?’

‘Daar ben ik heel benieuwd naar. Ik ben heel benieuwd of dit in de politiek terug gaat komen in campagnes, en of mensen het meer of juist minder met elkaar eens gaan zijn hierna. Veel mensen staan nu achter elkaar en dat leidt tot nieuwe en bijzondere contacten. Het is de vraag of die in stand te houden zijn. Ik heb bijvoorbeeld opeens meer contact met mijn opa en oma, veel meer dan voorheen. En dat is logisch, want die mensen zitten alleen thuis. Maar goed, die zitten op andere momenten ook alleen thuis en dan bel ik ze niet. Dus ik ben ook voor mezelf wel benieuwd of dat iets is wat blijft.’

Ik heb mijn oom van in de zeventig een smartphone gestuurd zodat we met hem kunnen whatsappen, maar hij weigert hem te gebruiken. Ik zit me opeens te bedenken dat ik dat voor deze situatie niet zo erg had gevonden, maar nu vind ik het toch wel een beetje irritant. Maar goed, terug naar Aron.

‘Heb je nog leuke boekentips?’

‘Ik heb eindelijk Met Gesloten Deuren van Sartre gelezen. Dat is toch wel een pittig stuk om nu te lezen. Het is gaat zo letterlijk over mensen die in een ruimte zitten waar ze niet uit kunnen dat ik wel heel blij ben dat ik er nog wel gewoon ‘uit’ kan. Weet je, we mogen ook nog gewoon dingen, niet alles is verboden. Het is niet verboden om ergens naartoe te gaan, het wordt afgeraden. Maar met Pasen zie ik nog wel mijn ouders. Ik ga daar gewoon naartoe. Als je dat allemaal volgens de voorschriften doet kan dat ook. Dus ik ben wel blij dat we niet helemaal beperkt zijn in onze vrijheid. Als je die beperking wel heel sterk voelt is dat wel een mooi en bijzonder stuk om even te reflecteren. Maar je kan ook gewoon iets gezelligs lezen, iets waar je vrolijk van wordt. Zal ik even in mijn kast kijken?’

‘Ja, doe dat.’

Ik zoek nog even naar een knaller van een vraag om mee af te sluiten, maar moet concluderen dat we al eventjes aan het praten zijn en dat ik er zo maar een einde aan moet breien.

‘Ik kan ook altijd iets aanraden van Charles Bukowski, daar word je wel vrolijk van.’

Dit kan ik beamen. Ik heb de bundel The Last Night of the Earth Poems van Bukowski thuis liggen, die moeten jullie echt even lezen.

‘En ik heb laatst een stukje van een Iers stuk vertaalt voor een vriend van me, van dat stuk ben ik nu groot van. Het heet The Playboy of the Western World uit begin 1900 (De schrijver heet John Millington Synge – red.). Ik heb dat stuk afgelopen najaar ontdekt en het is echt een briljant stuk. Het is ook weer eens even wat anders. Het speelt zich dus af in het Ierland van die tijd. Ierland stond vergeleken met de rest van Europa toen nog best wel achter in hun ontwikkeling, dus het is een heel interessant stuk voor die tijdsgeest. Ik neem even een hapje hoor.’

Terwijl Aron een hapje neemt besluit ik dat het mooi is geweest.

‘Ik denk dat ik het wel heb.’

‘Ja, ben je rond?’

‘Zeker, dankjewel.’

‘Jij bedankt. Ik vond het leuk.’

Yes. Geslaagd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *