logeren
29th Dec

Essay 8: “TO DO OR NOT TO DO?”

Laatst, in de trein op weg naar Utrecht, klapte ik het tafeltje ,voor me, open. Er lag een metrokrant. Ik bladerde er doorheen en mijn oog viel op een column. De column ging over het al dan niet een vluchteling in huis nemen. Een paar dagen hiervoor had ik een gesprek in een café, Checkpoint Charlie, met een goede vriend, Jasper. Het gesprek ging ook over het al dan niet een vluchteling in huis nemen. Jasper was lyrisch over het idee: “Ja natuurlijk, waarom niet?”. De vraag: “Waarom niet?” kon ik niet makkelijk beantwoorden. Ik voelde geen eenduidig JA! of NEE! gevoel. Ik probeerde Jasper uit te leggen dat ik bang ben mezelf snel aan de kant te zetten en over mijn eigen grenzen heen te gaan. Bijvoorbeeld dat de persoon in kwestie (de vluchteling) voor eeuwig in mijn huisje zou vertoeven, al mijn eten zou opeten en nooit zou schoonmaken. Daar zou ik dan niets op durven te zeggen omdat ik het zo erg met die persoon te doen heb. Dit argument vond ik niet sluitend. Er sluimerde nog iets wat ik niet kon uiten, waar nog over nagedacht moest worden. Ik kwam er achter dat ik makkelijker kan zeggen waarom ik wèl een vluchteling in huis zou nemen dan waarom ik het niet zou doen. Het is als het ware een spanning tussen ratio en emotie. Rationeel kan ik een paar argumenten bedenken over waarom we het allemaal wel moeten doen. Emotioneel voel ik weerstand. Het beter kunnen uiten van de mening dat we allemaal een vluchteling in huis moeten nemen, heeft niet alleen te maken met het feit dat ik dat rationeel kan beargumenteren, het is ook zo dat ik die gedachte meer toe laat in mijn hoofd. De andere anti-vluchtelingen-gedachte is bijna ontoelaatbaar binnen mijn denken. Dit komt mede door mijn opvoeding en mijn entourage. Er zit ook een deel angst in dat men gaat denken dat ik rechts ben of narrow minded.

Waarom in godsnaam wel?

 Wij als West-Europeanen wonen in een veilige omgeving, er is hier geen oorlog. Daarbij hebben wij het economisch ook goed. De meeste mensen die hier zijn geboren hebben hier niets voor hoeven doen. Zij zijn bevoorrecht door geboorte. Het zou mooi zijn als we deze bevoorrechte situatie zouden delen.

Een persoon uit een ander land, uit een andere cultuur, in huis nemen, neemt de angst voor vreemdelingen weg. Je krijgt een genuanceerde blik op een andere cultuur. De Islamitische cultuur is een hele andere cultuur dan de Islamitische cultuur die je via verschillende media meekrijgt. Vaak komt een bepaalde cultuur pas in het nieuws als er iets heftigs is gebeurd: Of extreem goed of extreem slecht. De Islam komt in het nieuws als de Ramadan van start gaat en als er een moslimextremist zichzelf heeft opgeblazen. De Islam is veel meer dan die twee dingen.

Het omgekeerde geldt ook. De persoon, die in huis wordt genomen, krijgt ook inzicht op de Nederlandse cultuur. Zowel de geschiedenis van het land, de taal, normen en waarden en praktische zaken worden helderder. Hoe werkt het pinnen tot hoe zeg je gedag in het Nederlands. Als in de toekomst de aanvraag voor een verblijfsvergunning ingewilligd wordt, dan is de stap naar inburgering veel kleiner. De persoon heeft het van dichtbij gezien, als het ware zelf meegemaakt en in zich opgenomen en heeft, hopelijk, de vrijheid gehad dingen te vragen.

Er is steeds meer te doen rondom de vereenzaming van oudere mensen, als zij een vluchteling in huis zouden nemen is het voor beide kanten een win-winsituatie. Daarbij wordt er enorm gekort in de thuiszorg, een vluchteling in huis nemen zou hier ook in sommige situaties een oplossing kunnen bieden. Ik zeg hier “sommige situaties” omdat ik niet van mening ben dat het voor iedereen is weggelegd.

Daarbij is het in huis nemen van een vluchteling een geweldig voorbeeld voor de rest van de wereld. De boodschap die je er mee de wereld in stuurt is: Help elkaar. Een kleine stap naar wereldvrede. Een kleine stap voor de man een grote voor de mensheid? Dit klinkt misschien als een Amerikaanse schoonheidskoningin die net haar trofee in handen heeft gekregen en nog even iets tegen het publiek mag zeggen en dan zegt: “All I want is worldpeace!” Ik zou het ook willen zeggen en eigenlijk niet alleen zeggen, ik meen het ook echt.

Waarom in godsnaam niet?

Toen ik het nee gevoel voelde maar het niet direct onder woorden kon brengen ben ik op zoek gegaan naar mensen die dat “nee-gevoel” wel konden uiten. De mensen die dat konden hadden het over de vluchtelingenopvang an sich, niet zo zeer over het in huis nemen van een vluchteling.

Ik heb geluisterd naar toespraken van inwoners van Steenbergen. In de lokale sportzaal konden ze hun mening kwijt over het beleid van de gemeenteraad van Steenbergen. Dit was interessant. Ik zag namelijk dat het heel erg samenhangt met angst. Angst voor terreur. Angst voor huizenwaardes die omlaag gaan. Angst voor het verdwijnen van het veilige gevoel. Angst voor het delen van geld. Niet alleen angst was het motief, maar ook woede. Er was woede te horen. Misschien was de basis van de woede die ik hoorde wel de angst. Men voelde zich niet gehoord en ‘verraden’ door de staat.

We moeten de grenzen sluiten voor vluchtelingen. Wij kunnen er niets aan doen dat hun land in oorlog verkeert. Elk land moet zijn eigen verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen volk. Nederland doet dat op dit moment niet en neemt de verantwoordelijkheid voor een ander land en niet voor het volk wat er al woont, wij de Nederlanders. De staat neemt daarentegen wel verantwoordelijkheid voor het land waar de vluchtelingen vandaan komen. Wij, het volk, werken en betalen belastingen zodat we met z’n allen prettig kunnen leven in een veilige samenleving, wij nemen die verantwoordelijkheid wel.

Door vluchtelingen toe te laten is de veiligheid van onze samenleving niet meer te waarborgen. Een bewijs hier van is, is wat er op 13 november 2015 in Parijs is gebeurd. Indirect heten wij de Islamitische Staat welkom.

Ook al zouden alle vluchtelingen niets te maken hebben met de IS, dan nog is het een gevaarlijke bevolkingsgroep om toe te laten in onze cultuur. De culturen vallen namelijk moeilijk tot niet te combineren. Zij zijn opgevoed en opgegroeid met de Islam. Wij niet. Wij hebben andere normen en waarden.

Voordat ze al dan niet een verblijfsvergunning krijgen hebben ze al gratis een woning, ziektekostenverzekering, onderdak, eten en onderwijs. Dit wordt indirect ook door ons bekostigt. Hier kunnen wij Nederlanders alleen maar van dromen.

Er wordt bij ons in de culturele en de zorgsector gesneden. Er is geen geld meer voor de ouderen, de ouderen die het land hebben verdedigd en na de tweede wereldoorlog Nederland weer hebben opgebouwd, daar wordt nu tegen gezegd: “Er is geen geld meer.” De participatiemaatschappij, waar je familie participanten worden.

Meer dan het dubbele aantal vluchtelingen, dan wat voorzien is in de begroting, is nu aanwezig in Nederland. Het is toch vreemd dat daar dan toch geld voor is? Wij moeten pleiten voor bezuinigingen op asiel.

Als de vluchteling écht een oorlogsvluchteling zou zijn dan zouden ze in Turkije of Griekenland al halt kunnen houden. Daar is namelijk ook geen oorlog. Waarom komen ze naar Nederland? Omdat het hier, naast veilig, ook economisch interessant is.

Lang leve de twijfel.

Oké en nu terug naar de column waar mijn oog op viel in de trein op weg naar Utrecht. Daarin ging de columniste zich afvragen of het wel zo’n goed idee is een vluchteling in huis te nemen. Het is makkelijk praten maar hoe gaat het in de praktijk? Er werden wat kanttekeningen geplaatst en vragen opgeroepen bij de uitspraak: “Ja natuurlijk! Waarom niet?”.

Hoe lang hou je iemand in huis?

Zeg je na drie maanden: “Oké, Hans, nou is het welletjes, ik heb het gehad, ik ga weer verder met mijn eigen leven, succes en tabee!” ?

Waar begint en eindigt jouw verantwoordelijkheid?

Ben je überhaupt verantwoordelijk voor diegene?

Verhuur je de kamer of geef je het zoals het ware?

Hoeveel inspraak heeft iemand op het huishouden?

Op deze vragen zijn geen eenduidige antwoorden. Het is makkelijk om gastvrij te zijn maar er komt veel meer bij kijken dan in eerste instantie verwacht. Vluchtelingen zijn vaak getraumatiseerd. Een onervaren gastgezin kan tegen problemen aanlopen. Met alleen liefde red je het niet. Gastgezinnen zijn over het algemeen niet getraind in het opvangen van getraumatiseerde mensen. Het kan voor beide kanten niet bevorderlijk zijn. Hier moet je wel even bij stilstaan dat in meerdere gevallen dat de realiteit is.

Het is geen alledaags besluit om iemand in huis te nemen. Kijk hoe hospiteeravonden in zijn werk gaan. Een keuze maken tussen dertig mensen die eigenlijk allemaal hetzelfde zijn. Daar zijn vragen zoals:

Denkt die gene een beetje hetzelfde als ik?

Zitten we in dezelfde levensfase?

Is diegene single al dan niet?

Houdt die gene wel van opruimen?

Haalt ie z’n remsporen weg?

Is degene wel stil op de gang als ik al lig te slapen?

moeilijk te beantwoorden. Een huis met drie inwoners ligt hier makkelijk een week van wakker. Je kunt je wel inbeelden dat een vluchteling nog ingewikkelder is dan dat meisje van 23 uit Bloemendaal. Je komt, naast alledaagse beslommeringen, ook in aanraking met woede, depressie en wispelturigheid. Hier moet je tegen kunnen en rekening mee houden.

Dit is wat ik voelde tijdens het gesprek met Jasper in Checkpoint Charlie, wat ik toen nog niet onder woorden kon brengen. Er moet een denkproces aan vooraf gaan en je moet bepaalde zaken overwegen en dan weer overdenken.

Je moet een balans vinden tussen wat goed voor jou is en wat je voor de “hulpbehoevende” doet of wat goed voor de hulpbehoevende is. Als je hebt vastgesteld wat goed is voor degene die onderdak nodig heeft en gevlucht is, moet je nagaan bij jezelf of je in staat bent om datgene te realiseren. Je moet niet gaan handelen vanuit schuldgevoel. Schuldgevoel is iets wat je moet vermijden. Jouw problemen, ook al zijn het in jouw ogen luxeproblemen, zijn binnen jouw context wel echt problemen. Die moeten niet gebagatelliseerd worden door een verhaal van iemand anders, die een geheel andere achtergrond heeft. Hier een voorbeeld: een vriendin van mij, Josefien, werkt op het AZC Amersfoort als dagbestedingscoördinator. Het AZC waar zij werkt is een AZC waar alleen gezinnen wonen die uitgeprocedeerd zijn. Zij weten dat ze terug moeten naar het land van herkomst maar weten niet wanneer. Dit doet de Nederlandse staat bewust, zodat ze niet kunnen vluchten of al iets kunnen regelen in het land van herkomst om bijvoorbeeld weer terug te komen. Vaak komen ze voor een gezin van vier man met een heel team ME-ers zodat elk gezinslid apart in een busje naar Schiphol vervoerd kan worden. Dit gebeurt meestal rond drie à vier uur ’s nachts. Sommige gezinnen wonen al zestien jaar in onzekerheid. Josefien is nu door het AZC aangeraden om met een psycholoog te gaan praten. Dit omdat ze het zich zelf niet meer gunt om gewoon leuk thuis met haar vriend en haar kind te zijn. Elke keer dat ze ging uit eten of een fles wijn opentrok dacht ze: “Ik mag hier niet blij om zijn omdat andere mensen het zo moeilijk hebben.” Als ze ruzie heeft met haar zus denkt ze dat het het niet waard is omdat het onderwerp van de ruzie in het niet valt bij de problematiek in het AZC. Dit is een ongelijkwaardige vergelijking.

De gulden middenweg

Zelf ben ik voorstander van de gulden middenweg. Voor mij persoonlijk betekent dat niet iemand in huis nemen, maar buitenshuis hulp bieden. In mijn ogen betekent dit spullen doneren of vluchtelingenmaatje worden. Vluchtelingenmaatje worden houdt in dat je gekoppeld wordt aan iemand die gevlucht is. Daarmee kan je dan een kop koffie drinken, met elkaar praten of een wandeling maken. Je kan ze wegwijs maken in de Nederlandse samenleving en zij voelen zich welkom. Dit zorgt dat je zelf enige afstand kan houden maar er wel voor elkaar bent.

Verder vind ik dat iedereen gehoord moet worden in de samenleving, ook de angstige Nederlander. We hebben tenslotte een democratie, iedereen heeft het recht op vrije meningsuiting. Ergens zit in die angst een kern van waarheid, hij is alleen door de angstige Nederland heftig geuit waardoor je snel in een anti-reactie komt, waardoor je het te snel afschildert als “dom” en kortzichtig.

Reacties (2)
  • Hallo,

    Goed stuk, maar je doet wel een beetje moeilijk. Beter geef je is goede head

    • Dankjewel, Josef! Gelukkig plaatsen we ook regelmatig wat minder moeilijk materiaal. We zullen voortaan letten op hoe we head geven, dank voor de tip.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *