9th jan

Geschikt of ongeschikt?

Op de middelbare school moest ik kiezen tussen havo en vwo. Ik ging er vanuit dat het havo werd. Maar een docent vertelde in een adviesgesprek dat ik, met een beetje inspanning, vwo ook aan kon. Ik stemde schoorvoetend in. Toen ik nog geen half jaar later bezweek onder mijn eigen faalangst, en het me maar niet lukte chocolade te maken van wiskunde, besloot ik een stapje terug te doen. Ik koos alsnog voor havo. Een gelukkig huwelijk, want in 2009 haalde ik mijn eindexamen. Ik heb altijd gedacht: zolang ik maar accountant kan worden, zoals mijn vader, is er niks aan de hand. Maar wat als ik gemotiveerd was geweest? Wat als ik ambitieus was geweest? Wat als ik bijles had genomen om mijn wiskunde op te vijzelen? Ik zag mijn middelbare school eerder als een tweede thuis. Natuurlijk was het ook een leerplek, maar het liefst wel op een ongedwongen manier.

Ik heb niet het gevoel dat ik door mijn profielkeuze op de middelbare school bepaalde kansen ben misgelopen. Ik ben nou eenmaal niet zo studeerderig. Tegelijkertijd vind ik wel dat ik het me er soms wat makkelijk vanaf heb gemaakt. Dat ik op dat moment niet over dat inzicht beschikte, valt misschien te wijten aan een onvolgroeid puberbrein. Mijn zus daarentegen was verzot op bètavakken. Ze veranderde zelfs van school om van een rijker vakkenpakket te kunnen genieten. Ik had niet in de schoenen van mijn zus willen staan, maar ik vraag me wel eens af wat een beetje opportunisme en doorzettingsvermogen me had gebracht.

We kennen allemaal wel de taferelen uit Azië: ouders die willen dat hun kinderen excellent presteren. Op school, en daarbuiten. Pianospelen of wiskunde is in hun geval pianospelen en wiskunde. De vraag die het bij mij oproept is: doen zij hun kinderen tekort door een buitenproportionele focus op presteren? Of doen wij onze kinderen tekort door hun welzijn voorop te plaatsen? Als ze liever met hun vriendjes spelen in plaats van hun huiswerk maken, is dat toch geen probleem?

Er rust niet zozeer een taboe op om je kind het beste uit zichzelf naar boven te laten halen. Maar wel over de manier waarop je dat bereikt. Door de overwegend wollige manier van opvoeden in Nederland, is het denkbaar dat het soms inlevert op zijn schoolprestaties. Als ons kind maar gelukkig is. Maar een kind weet misschien nog niet wat goed voor hem is tot het een bepaalde leeftijd heeft bereikt. Ik kan me voorstellen dat ik best een duwtje in mijn rug had kunnen gebruiken. Misschien had ik dat ook nog gewaardeerd. In een artikel in Trouw lees ik iets dat mijn vermoeden mogelijk bevestigt:

De Chinese Jessica Chen emigreert in 1999 naar Nederland. Elke avond neemt ze met haar dochter schoolschriftblaadjes met Engelse woordjes door. Niet omdat dit huiswerk is, want van de juf hoeft het niet. Het resultaat is ernaar, want haar dochter had voor haar laatste Engelse overhoring een tien. Ze vindt het door haar moeder opgelegde huiswerk niet altijd leuk. Wel ziet Chen het zelfvertrouwen van haar dochter groeien door zo’n hoog cijfer. Onlangs zei haar dochter tegen haar klasgenoten dat ze gerust met haar mee naar huis konden komen als ze ook een tien wilden.

Maar laat de bakfietsmoeders niet ontmoedigd raken. Weet u nog dat wij land hebben gewonnen uit zee? Ook bij ons zit het streven ons voortdurend te verbeteren er al vroeg in. Op de basisschool halen we ons veterstrikdiploma. We leren dat onze huidige situatie niet permanent hoeft te zijn. Naarmate we ouder worden en de adolescentie bereiken, worden we door een reeks beproevingen uitgedaagd het beste in onszelf naar boven te halen. Rijbewijs, eindexamen, studeren. Is ambitie geen kwestie van evolutie? Is ambitie niet een overbodige luxe maar noodzakelijkheid? Is het niet zo dat de sterksten overleven? De stimulans om je hoofd boven water te houden is een van de krachtigste, meest weerbare. Trial and error. De reeks ongelukkige studiekeuzes die ik in mijn verleden heb gemaakt hebben geleid tot reflectie. Studiekeuze levert een gigantische druk op, is wat sommigen zeggen. Maar misschien kunnen we ons ook aan het idee optrekken van zelfverrijking.

In de IDFA documentaire Independent Boy van Vincent Boy Kars, volgen we zijn vriend Metin, die nog steeds thuis woont. Afterparties hebben meer prioriteit dan zijn carrière als DJ die maar niet van de grond wil komen. Gedurende één maand neemt de regisseur het leven van zijn vriend over. Kars deelt hem mee dat hij tijdens deze maand uit huis zal gaan. Ook zal hij naar een optreden toewerken met zijn eigen materiaal. Kars ziet een enorme potentie in zijn vriend schuil gaan die door zijn eigen laksheid en een gebrek aan doorzettingsvermogen steevast verloren gaat.  Kars regelt een woning voor Metin. Ook regelt hij een optreden waar Metin zelf de videoclip voor moet organiseren. (Natuurlijk wordt hij hierin bijgestaan door zijn vriend Kars). Wat door de hele documentaire heen boven komt drijven, is het feit dat Metin zichzelf opstelt als slachtoffer. Niet genoeg tijd, niet genoeg zelfvertrouwen en ga zo maar door. Daarnaast ontdoet Metin zich van elke autonomie als hij zegt dat hij soms het gevoel heeft dat zijn beslissingen niets uithalen, omdat hij niet gelooft dat we als mens kunnen veranderen. Daarnaast levert het komische situaties op als Kars op de stoep staat bij Metin om hem op te halen voor een afspraak. Metin is nog brak van de avond ervoor. Bijna vaderlijk spreekt Kars hem aan op zijn verantwoordelijkheid. Strekking: als je iets wil bereiken moet je er zelf achteraan.

Als ik in het verleden welzijn bovenaan mijn lijstje plaatste en ambitie op de tweede plek kwam, konden ze niet samen door een deur. Het idee van luiheid en afhankelijkheid van anderen ligt al gauw op de loer. Maar laat er geen misverstand over bestaan dat je aan welzijn net zo hard kunt werken als aan ambitie. Geruime tijd had ik het gevoel dat ik voor een heleboel dingen nog niet klaar was. Maar wat ik wel wist was dat ik in beweging wilde blijven. Ik kon linksaf, of rechtsaf. Maar ik moest in beweging blijven. Dit betekent dat je soms dingen moet doen die je niet leuk vindt. Natuurlijk was ik niet te porren voor de baantjes waarmee ik veel van mijn dagen vulde. Maar door die baantjes heb ik wel uitgedokterd wie ik ben, wat ik in mijn mars heb en wat ik daarmee wil.

Maar waarom werken we eigenlijk? In zijn ‘’Pleidooi voor luiheid’’ zegt Rutger Lemm dat ‘’Luiheid het einddoel is van onze soort.’’ Ga maar na. Hoeveel uitvindingen zijn er niet gedaan omwille van ons comfort? Zo zijn er tal van voorbeelden die onze moderne manier van leven mogelijk maken. Sterker nog: onze luiheid stelt ons in staat onze levens te verrijken. Onze voorouders moesten op hun eten jagen. In hun geval diende werken om te overleven. Maar wat wil het geval? Het gaat ons beter dan ooit. We hebben alles gemaakt en uitgevonden. In elk geval toch genoeg om er een gerieflijk bestaan op na te houden.

Maar toch zijn er meer beroepen dan ooit. De middelbare scholier beschikt over een stortvloed van mogelijkheden. De toegevoegde waarde van die carrière grabbelton valt overigens nog maar te bezien. Het onomstotelijke einde van de negen tot vijf mentaliteit lijkt aanstaande, al dan niet binnen handbereik. De opvatting dat we iets ‘’nuttigs’’ met onze tijd moeten doen, werkt niet alleen contraproductief, het is ook gebaseerd op de aanname dat we onze tijd niet mogen verspillen.

“I do not particularly like the word ‘work.’ Human beings are the only animals who have to work, and I think that is the most ridiculous thing in the world. Other animals make their livings by living, but people work like crazy, thinking that they have to in order to stay alive. The bigger the job, the greater the challenge, the more wonderful they think it is. It would be good to give up that way of thinking and live an easy, comfortable life with plenty of free time. I think that the way animals live in the tropics, stepping outside in the morning and evening to see if there is something to eat, and taking a long nap in the afternoon, must be a wonderful life. For human beings, a life of such simplicity would be possible if one worked to produce directly his daily necessities. In such a life, work is not work as people generally think of it, but simply doing what needs to be done.”

Masanobu Fukuoka

Naast de baantjes die ik had, volgde ik toneellessen. Dit deed ik alleen voor mezelf, en niet met het oog op een volgend plan. Een paar jaar later zou blijken dat het destijds volgen van toneellessen wel degelijk als opstapje had gediend. Het volgen van die lessen leidde tot een interesse voor schrijven. Vier jaar geleden lukte het mij niet om een passende opleiding te vinden, omdat andere dingen op dat moment voorrang hadden. Welzijn ging in mijn geval ten koste van ambitie. Maar dit was een prijs die ik bereid was te betalen. Want ambitie kon me even gestolen worden. Soms is het noodzakelijk om ambitie even op de lange baan te schuiven.

Op 29 oktober was Kate Raworth, econome en onderzoekster aan Oxford,  te gast bij het programma Buitenhof. In het programma vertelt Raworth over haar boek; Dougnut Economics. Hierin zet zij uiteen dat we onze planeet uitputten, omdat we vasthouden aan het idee van een economie die jaarlijks groeit. Hierdoor zadelen we onszelf op met allerlei overschotten. Want de economie moet draaien en geld moet rollen. In haar boek biedt zij een alternatief dat ons kan redden van deze ondermijnende gang van zaken. Met haar economische model, een donut, gaat zij uit van basisbehoeften. De centrale vraag luidt: wie heeft een tekort aan wat? Van huisvesting tot keuzevrijheid, Raworth brengt het allemaal onder in het model. Alles dat we produceren moet in balans zijn met zowel de basisbehoeften als de conditie van onze planeet. Zonder planeet is er immers geen economie.

Het vereist een ander perspectief, maar we leven dan ook niet meer in de twintigste eeuw. Een andere manier van leven houdt allereerst in dat we onze manier van leven onder de loep durven te nemen. Want de gedachte dat de werkende mens gelijk staat aan een succesvolle mens, is een lege huls. Hoe vaak heb ik bij mijn uiteenlopende baantjes niet het gevoel gehad dat ik een loonslaaf was? Ik deed werk dat niet per sé noodzakelijk was en het droeg niets wezenlijks bij. Maar ik verdiende er wel geld mee. Hoe kunnen we genoegen nemen met werk dat niet aansluit bij onze persoonlijke behoeften en verlangens?

Wat is het precies waar we afbreuk aan doen door onze economie tegen het licht te houden? Hebben we het kapitalisme iets te voorbarig in de armen gesloten na de val van de Berlijnse Muur? Hoeveel miljarden pompt de Europese Centrale bank in Europa? Tot de volgende crisis? Laat ons naar de tekentafel terugkeren om zaken efficiënter en menselijker in te richten. Want omdat dingen vandaag zo zijn betekent dat niet dat ze morgen zo moeten blijven.

rwaorth

Iemand met dit uitgangspunt loopt de kans met de nek aangekeken te worden. Om vervolgens verweten te worden dat hij niet over de mentaliteit beschikt om hard te werken. De afgelopen tien jaar heb ik in spoelkeukens gewerkt, ik ben schoonmaker geweest, en ik heb bedden gewassen in het ziekenhuis. Ik weet wat hard werken is. Maar wie is ermee gediend dat ik hard werk? Ik zie namelijk niet altijd het nut in van dat harde werken. Is dit de luiheid die lonkt waar Rutger Lemm het over heeft in zijn pleidooi? We zouden kunnen constateren dat onze samenleving vast zit in een versnelling die ons niet vooruit helpt.

We geloven in iets dat niet de oplossing is van het probleem, maar juist bijdraagt aan het probleem.  Dat is wat ik denk als ik Astrid Kersenboom hoor zeggen dat Sinterklaas na negen jaar eindelijk uit de crisis is. We geven weer geld uit. Hoera. En nu? Gaan de spullen die we elkaar cadeau doen de emotionele leegte opvullen? In de dwergstaat Bhutan meten ze sinds 2004 het bruto nationaal geluk. Klinkt het u wat te idealistisch in de oren? Ik geloof dat de tijd rijp is om een andere benadering van ons mensbeeld uit te proberen. Wat winnen we ermee dat we meer uitgeven dan het jaar ervoor? Volgend jaar breken we het volgende record? Of breken we met het breken van records?

Ik heb nooit geprobeerd ergens voor te ontsnappen. Maar toch is dat wel waar ik vaak van ben beschuldigd. Het stempel flierefluiter heeft mij lange tijd achtervolgd. Terwijl ik helemaal niet stil zat. Ik was op zoek naar mezelf. Laten we altijd op zoek blijven naar onszelf. Ambitie mag niet ten koste gaan van welzijn. Tegelijkertijd moet welzijn ook niet ten koste gaan van ambitie. In sommige combinaties kunnen ze elkaar uitsluiten. Maar in andere combinaties kunnen ze juist het beste in elkaar naar boven halen. Ik geloof dat we allemaal op zoek moeten naar de juiste symbiose. Welk werk zou je doen, ook als je er niet voor betaalt zou worden? Ik heb ondervonden dat ambitiegericht denken en -leven in mijn geval ten koste ging van mijn welzijn, omdat ik studeren associeerde met presteren en met dingen moeten.

Mensen hebben mij wel eens bezorgd aan mijn jasje getrokken. Ik was weer met een studie gestopt. En weer deed ik werk dat ik liever niet deed. Ik wist niet hoe het volgende hoofdstuk van mijn leven eruit uit zou gaan zien. Ik ben van nature niet ambitieus. Ik heb altijd gezegd dat ik een betere versie van mezelf wil worden. Of ik nou timmerman of academicus ben, een beroep is voor mij altijd bijzaak geweest. Maar als ik mezelf niet had aangespoord om mijn leven gestalte te geven, had ik mijn dagen misschien nog steeds gevuld met baantjes waar ik mijn bed niet voor uit wil komen. We kunnen er zelf wat van maken. Maar waarom we er wat van moeten maken doet ons op een wrange gedachte stuiten. Mis je de carrièreboot, dan geld je als uitschot. Waarom stellen we onszelf prioriteiten die niet door iedereen als dusdanig worden ervaren? Waarom zijn onze prioriteiten de enige geldende?

Ik ben benieuwd hoe een samenleving eruit ziet als we hem inrichten naar iemands competenties en kwaliteiten. Hector Garcia heeft over die zoektocht een boek geschreven: Ikigai. Garcia  is van origine ingenieur. Maar gaandeweg kwam hij erachter dat zijn passie bij schrijven en fotografie ligt. Hij woont al meer dan tien jaar in Japan. Samen met Francesc Miralles schrref hij dit boek. Wat is Ikigai? Volgens de auteurs valt de voornaamste reden dat Japanners zo oud worden niet alleen te danken aan het feit dat ze gezond eten. Een belangrijke pijler van het Ikigai-denken is om ook na je pensioen je dag in te richten met zinvolle, creatieve activiteiten. Zolang je er je bed maar uit voor wil komen.

ikigai

Stel je voor dat iedere middelbare scholier zoals Christopher McCandless in Into the Wild besluit om niet te gaan studeren, omdat zijn ouders dat van hem verwachten. Hoe zou onze samenleving eruit zien? We zouden hem opnieuw moeten vormgeven. Het grootste gros zou zijn of haar werkgever maar wat graag vaarwel zeggen. Economische neerval en anarchie als gevolg. We studeren zodat we er later een goede baan op na kunnen houden. Waarom willen we er later een goede baan op na houden? Omdat we tegen die tijd misschien ook wel een hypotheek hebben en die betaalt moet worden. Toch is economische zekerheid niet alles.

Als Laura van Dolron het op 24 november in haar voorstelling Wij het heeft over een goeie baan, zegt ze dat iedereen kan beamen dat we het dan hebben over een goedbetaalde baan. Dit is wat anders dan een baan waar het individu noodzakelijkerwijs emotioneel of creatief, beter van wordt. Toch is dat inzicht niet voor iedereen weg gelegd. Hierdoor zitten een heleboel mensen in door zichzelf gecreëerde omstandigheden gevangen. Want we gaan er vanuit dat dat iets te maken heeft met verantwoordelijkheid en volwassenheid.

De keren dat ik me zit te verkneukelen om het zoveelste echtpaar dat halsoverkop vertrekt en zich onvoldoende heeft voorbereid in Ik vertrek, zijn al lang niet meer op een hand te tellen. Desalniettemin zullen veel van ons toegeven dat wij, ondanks de tegenslagen die de echtparen veelal aan zichzelf hebben te danken, het er ook een keertje op zouden willen wagen. Gedurende ons leven bouwen we rijkdom. Maar wij zijn geen farao’s. Aardse rijkdom blijft aardse rijkdom. Zijn we er niet veel meer bij gebaat om uit te vinden waar wijzelf bij gedijen? Zijn we niet veel meer dan een economische pion die geld in het laatje brengt?

Dat kan niet de enige rol zijn die voor ons is weg gelegd. Er is namelijk een verschil tussen rijkdom en rijkdom. Waarom toch zitten veel van onze landgenoten liever op een camping in de Franse Cevennes, dan op kantoor? Het gaat niet om verantwoordelijkheid uit de weg gaan. Dat is wat de samenleving je aan probeert te praten. Het gaat erom jezelf de bereidheid te gunnen om te luisteren naar wat er in jou aanwezig is. Dan komt ambitie vanzelf om de hoek kijken. Het is die gedrevenheid die je naar je bestemming zal leiden.

Bronnen

  • Vincent Boy Kars- Independent Boy.
  • Garcia, H, Miralles, F, Ikigai, 2016, Amsterdam: Boekerij

Dit essay verscheen in de reeks Essays 2017-2018, eindteksten Beschouwend schrijven van de tweedejaars studenten van de Schrijfopleiding.

Reacties (0)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *