Goed gehandeld

Latest posts by blogschrijfopleiding (see all)

index

Goed gehandeld
Een artikel over het schrijven van goede theatrale handeling.
Door: Senna Pauli, student Writing for Performance aan de HKU.

Oedipus is totaal ontgoocheld als hij te weten komt dat hij zijn vader heeft vermoord en met zijn moeder vrijt. Hij ziet zijn moeder, Iokaste, die zichzelf met de strop heeft gedood, brult en pakt één van de gouden pennen van haar kleding om vervolgens zijn eigen ogen uit te steken. Een gruwelijke daad die enorm belangrijk is voor de impact van het toneelstuk. Het laat ons zien wie Oedipus is en bezegelt zijn lot.

Uiteindelijk handelen wij, mensen, of handelen we niet. Wat we ook doen, hiermee onthullen we een deel van ons en vaak ontwikkelen we ons ook. Woorden zijn discutabel maar handeling kan precies datgene zijn wat iemand definieert en herkenbaar maakt. Het is als toneelschrijver van het grootste belang om deze handeling te kunnen schrijven. Ik ben toneelschrijver en ik ben ervan overtuigd dat goed toneelschrijven een ander soort verbeeldingsvermogen vereist dan het schrijven van bijvoorbeeld proza of poëzie. Bij een toneeltekst moet de taal niet alles zeggen, maar het toneelstuk als geheel: met licht, geluid een regisseur en acteurs. Soms moeten personages ook niets zeggen en alleen maar doen. Dit vraagt nogal wat. Ik kan het toneelstuk als geheel ten slotte niet in mijn woonkamer laten verschijnen. Hoe laat ik die personages op een goede manier in actie komen? Hoe schrijf ik goede theatrale handeling?
Meerdere malen gebruik ik nu al het woord: goed. Een waardeoordeel. Dit kan eigenlijk niet, natuurlijk. Hoe kun je daar nu nog iets tegen in brengen? Want, als het goed is, is het goed. Punt! Het woord goed zegt niets over de oorzaak van het goed-zijn Toch hebben mensen regelmatig de gemeenschappelijke ervaring dat iets goed is. Goed is een kapstok voor een onderzoek naar dat wat werkt. En dat wat werkt is dat gene wat een bepaald effect op ons heeft. Dit effect is meestal een emotie, we worden er boos, blij, bang of bedroefd van. Dit effect is hetgene waardoor wij uiteindelijk zeggen: ‘Wat was dat goed!’


Goede theatrale handeling

De jongen voetbalt. Wat doet de jongen? Hij voetbalt. Dat is wat handeling is. Dit is een heel concreet voorbeeld, maar het begrip ‘handeling’ kun je breder zien. Handeling kan ook een missie of een speech zijn. Het is allemaal handeling maar daarmee nog geen goede theatrale handeling.
Theatraal is altijd ‘bigger than life’. Natuurlijk is er op toneel vaak een bijna gekopieerde weergave van de werkelijkheid te zien, maar het is de werkelijkheid niet. Het is in een kader geplaatst: de zaal. Het is in een tijdsspanne geplaatst: een uur. Of twee uur. Of vier uur. Soms zelfs meer. Hierna applaudisseert het publiek en schuifelt het de zaal weer uit, de ware werkelijkheid in. De jongen voetbalt. Maar als de jongen binnen dat uur, een half uur aan één stuk voetbalt, of de jongen voetbalt nadat hij geslagen wordt, of de jongen begint steeds te voetballen als hem een vraag wordt gesteld is het theatraal.
Het vertelt het publiek (als het goed is) iets over de jongen. Zodra de jongen wel voetbalt op het toneel maar het is door het publiek totaal niet te begrijpen wat dit met de jongen of het toneelstuk als geheel te maken heeft is het geen goede theatrale handeling. Het werkt niet want het heeft (behalve verwarring) geen effect op het publiek. Handeling heeft dus altijd als doel om iets van het personage te onthullen of het personage en het plot te ontwikkelen.

Goede theatrale handeling en plot
Handeling maakt dat het plot ontwikkelt. Het stuwt het verhaal voort. Personage is handeling, is plot. Ik maakte als toneelschrijver altijd een onderscheid, maar in feite is het één. De eerste tien minuten van een verhaal bestaan voornamelijk uit onthulling van het personage. Zodra het personage wordt getriggert kan er ontwikkeling plaats gaan vinden. Wat er in een verhaal gebeurt word bepaald door wie er handelt en hoe of wanneer zij handelen. Als ik het omdraai: zij die handelen, bepalen welke dingen er kunnen gebeuren door hoe of wanneer zij handelen. Soms lijkt het alsof de personages machteloos zijn, maar zelfs dan blijkt dat het verhaal toch een effect op het publiek heeft omdat de personages handelen. Oedipus weet niet dat hij zijn vader heeft gedood, maar hij is wel zeer beslist in zijn besluit om de moordenaar van zijn vader te gaan zoeken. Hij is koning, dus als hij het niet zou doen is er geen probleem voor hem. Er zou misschien hier en daar wat opstand komen maar dat zou hij als koning wel aankunnen. Het is vanwege zijn inborst als personage dat hij toch die handeling onderneemt. Wat doet hij? Hij gaat op zoek naar de moordenaar van vader. Het personage ontwikkelt.


Goede theatrale handeling en personage

Blijkbaar is theatrale handeling onlosmakelijk verbonden aan het personage. Het belang van goede theatrale handeling word hiermee vergroot want personages zijn van levensbelang voor een goed toneelstuk. Hier ligt een simpel gegeven aan ten grondslag: personages zijn mensen net als de mensen in de zaal. Een toneelstuk is een gebeurtenis in het leven van mensen waar ‘andere mensen’, het publiek, op dát moment getuige van zijn en zo kunnen reflecteren op hun eigen leven. Dit maakt dat zelfs stukken van honderden jaren terug nu opgevoerd kunnen worden en nog steeds werken. Toneelstukken werken niet alleen door de taal de personages gebruiken, voornamelijk door hoe de personages handelen. Je moet als publiek mee kunnen leven met de personages. Handeling is een ijzersterk communicatiemiddel met je publiek, simpelweg omdat ieder mens graag naar een ander mens kijkt en uit zijn of haar gedrag conclusies trekt.
Mensen kijken graag naar andere mensen. Hierdoor hebben we uitstekende zintuigen en kunnen mensen bijvoorbeeld onmiddellijk zien of het bejaarde stel tegen ons in de trein een goede verstandhouding heeft. Hier hoeven ze geen woord voor te wisselen. We verplaatsen ons in het stel en we begrijpen ze. Als ik schrijf met deze aspecten in mijn achterhoofd kan ik meer doen dan alleen een verhaal schrijven dat voor mij hartverscheurend is. Het is een bewustzijn dat gaat over: hoe vertel ik dit verhaal op zo’n manier dat het publiek het ook hartverscheurend zal vinden.

Goede theatrale handeling en acteren
Personages zijn mensen die niet bestaan en niet hadden bestaan als ik ze niet had bedacht. Dit is een valkuil voor het schrijven van goede handeling. Het bedenken van personages is stap één, maar zodra de personages bestaan moet ik mijn houding veranderen. Als ik ze niet meer zie als personages die ik heb bedacht, maar als dat ze bestaan, neem ik ze serieus. Als ik mijn personages niet serieus neem, als ik ze blijf zien als verzinsels, blijf ik ook maar wat voor ze verzinnen en kom ik waarschijnlijk tot een kunstmatige oplossing die niet specifiek bij de personages past.

Doe de afwas en maak je huis schoon. Niet als jezelf, nee als je personage. Je leert op deze manier heel veel over je personage. Hoe reageert je personage als hij een bord laat vallen? Ga winkelen als je personage. Zo kun je leren hoe je personage reageert op de echte wereld. Maar ook: je hebt een personage dat rookt en je hebt zelf nog nooit gerookt. Koop dan een pakje sigaretten en loop als jezelf rond door je huis terwijl je doet alsof je rookt. Onthoud wat dit allemaal met je doet. Herhaal de oefening dan als je personage. Hoe gaat deze hier mee om? Als schrijver ben ik vaak hetzelfde als mijn personages, op meerdere vlakken. Maar, er zijn ook verschillen. Toch zijn de personages geen dieren die ik tem, het zijn mensen van vlees en bloed die ik serieus moet nemen.

Oefeningen die acteurs doen leren mij om niet te verzinnen maar te doen. Ik moet handelen net zoals mijn personages moeten handelen. Iedereen is in feite een soort acteur want wij zijn allemaal doel gerichte wezens. We willen eten, onderdak, liefde. We acteren op zo’n manier op deze behoeftes zodat we het beste resultaat krijgen. In die zin lijkt schrijven erg veel op acteren.
Deze oefeningen trekken mij in ieder geval achter mijn laptop vandaan. Ik ga in de schoenen van mijn personage staan, letterlijk. Ik verzamel informatie over mijn personages door ze te worden als ik schrijf. Hierdoor is het mogelijk om een rijkere en meer gedetailleerde wereld te scheppen. Ik zou het doen van dergelijke oefeningen ten zeerste aanraden. Het is een manier om te voelen wat doen werkelijk inhoudt. Het is ook een manier om dynamiek te creëren. Als toneelschrijver loop ik ook weleens tegen het probleem aan dat ik het even niet weet omdat ik niet verbonden ben met mijn personages. Ik behoud een afstand die ook met deze oefeningen op te lossen is. Het is ook mogelijk om te gaan handelen zoals je personages handelen door middel van schrijfoefeningen. Een acteur wordt weleens gevraagd om na te denken over wat zijn personage deed voordat hij op- kwam, dit kun je ook als schrijfopdracht geven.

De vraag: “Wat deed het personage voor hij opkwam?” kun je ook als schrijfopdracht geven. De schrijfopdracht is niet gericht op verzinnen maar op doen. Een andere schrijfopdracht kan zijn: schrijf deze scène nu eens opnieuw, maar nu zeggen de personages geen woord en mogen ze alleen maar handelen. Schrijf een scène met vier personages die steeds op een organische manier het toneel moeten verlaten en weer betreden. Deze oefeningen dwingen tot handeling.

Het kunnen bijvoorbeeld niet steeds verzonnen, lukrake redenen zijn waardoor de personages het toneel verlaten. Op deze manier ontstaat er verwarring bij het publiek waardoor het de personages niet meer geloofwaardig zijn en het niet meer werkt.

Goede theatrale handeling en de toneelschrijver
Het schrijven van goede theatrale handeling vraagt van mij als toneelschrijver dat ik zélf in actie ga komen. Het vraagt van mij handeling. Oefeningen waarin ik uitgedaagd wordt om door de ogen van mijn personage te kijken. Oefeningen waarin ik mij ga identificeren met mijn personages of juist de verschillen ga zien. Oefeningen waarin ik onmiddellijk ga schrijven, zonder dat je tijd hebt om na te denken.

Toch is dit niet de kern. Het is namelijk bij de meeste van de oefeningen goed mogelijk om in de verzin –modus te gaan zitten. Ik verzin een situatie die er voor deze scène plaatsvond. Ik verzin wat mijn personage van een sigaret vind. Ik verzin allerlei redenen waardoor personages het toneel kunnen verlaten. Deze vorm van vals spelen lijkt gemakkelijk want: wanneer ben ik nu eigenlijk in het personage en wanneer ben ik dingen aan het verzinnen voor het personage? Dit is ogenschijnlijk een dunne lijn. Maar deze modus creëert afstand tussen mij als toneelschrijver en mijn personages.

Zeker op de momenten dat een toneelstuk op een moeilijk punt is beland en ik heb geen idee wat je personages moeten doen , hoe ze in hemelsnaam moeten handelen, heb ik er niets aan om het te bedenken. Dit is en voelt vaak ook als tegen de stroom in zwemmen. Met de stroom mee is met je personages mee. Het is handelen zoals je personages ook moeten handelen. Het is niet de macht van de alwetende schrijver maar van de schrijver die hetzelfde voelt en meemaakt als de personages.

Ik kan mijzelf steeds de vraag stellen: ben ik nu de almachtige schrijver aan het uithangen, ver weg van mij personages, of zit ik met mijn personages op de bank zit te kletsen. Als dat tweede lukt groeit mijn theatraal bewustzijn. en wordt door middel van oefeningen het schrijven van goede theatrale handeling steeds makkelijker.

Met het theatrale bewustzijn is het mogelijk om in die zaal te gaan zitten toneelstuk als geheel te zien. Met licht, geluid een regisseur en acteurs en zo te schrijven wat er tussen die personages gebeurt. Om met het publiek te communiceren en ze zo te ontroeren, boos te maken of heel erg opgelucht te laten zijn. Zodat het publiek later zegt: ‘Wat was dat goed zeg.’ En dat allemaal vanachter mijn laptop.

Tot slot: ik doe die oefeningen alleen omdat ik een drang heb om te schrijven. Dit is belangrijk. Ja, dit is een artikel over hoe ik praktisch tot goede handeling kom en daar is het schrijftalent voor nodig. Een innerlijke drang die niet voorkomt uit geforceerd verzinnen en analyseren maar vanuit mijn eigen fantasie en verbeelding. Zo ontstaan er ‘ineens’ goede dingen ‘Ineens’ is dat theatrale bewustzijn. Op deze manier hoop ik het bewustzijn toegankelijk te maken. Het is de reden waardoor iedere toneelschrijver begint met schrijven. Maar ook dit moet, getraind worden. Het is niet ‘ineens’, het is doen, handelen, actie ! Dat is niet verzonnen en niet na gedaan. Het is origineel.


Bibliografie

Artz, I. (2002). More than a thousand words.
Weiss, B. J. (2006). Writing is Acting. Portsmouth, NH: Heinnemann Drama.
Wright, M. (1997). Playwriting in Process. Thinking and working theatrically. Portsmouth NH: Heinemann.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *