Het missen van normaal

Nina van Tongeren

Nina is geboren en getogen in Dordrecht, tussen de romantische kleine huisjes en de tokkies. Die combinatie zorgt er later voor dat ze zich in haar schrijven graag op de grens tussen het schone en het lelijke begeeft. In Dordrecht is ze ook werkzaam bij Het Weeshuistheater, waarvoor ze optreedt als schrijver en allround regelnicht. Naast toneelteksten schrijft ze vooral poëzie maar ze is ook zoekende in beschouwende teksten en scenario's. In haar teksten zoekt ze naar kwetsbaarheid en probeert ze altijd eerlijk te zijn, ook als dat niet makkelijk is

Latest posts by Nina van Tongeren (see all)

Het is week vijf van de sociale isolatie en het missen heeft intussen een permanente vorm aangenomen. Ik draag het met me mee zoals men een trouwring meedraagt, of een paspoort: iets wat nog net geen stukje van je is, maar waarvan je wel degelijk het gevoel hebt dat je zonder niet helemaal meer mag bestaan.

Ik wíl er niet zonder bestaan, dat weet ik als ik met de klapdeuren open over de reling van mijn Franse balkon leun (ik heb een Frans balkon in mijn nieuwe kamer en dat is voor een schrijver echt een feestje, want het blijkt de perfecte plek om melancholisch te mijmeren) en aan alles zie dat het lente is geworden. Normaal zouden wij nu op een hoop tegen elkaar aanliggen in park Lepelenburg en ijsvlekken op onze katoenen zomerkleren krijgen. Normaal zouden wij in de pauze het klaslokaal verlaten om het Janskerkhof op te rennen en ons gezicht naar de zon te draaien. Nu zijn knuffelhopen verboden en ijssalons gesloten. Er is geen net te klein klaslokaal om eventjes uit weg te moeten en ik mis dat alles zo, dat het voelt alsof het nooit meer op gaat houden.

Begrijp me niet verkeerd, want missen is ook fijn. Het is een manier om mijn lieven, mijn school en mijn zozeer verlangde omhelzingen dichtbij me te houden, ook al zijn ze nu nog een tijd veel verder dan ik ze graag heb. Maar ik mis het zo om niet te hoeven verlangen, omdat ze een vanzelfsprekendheid geworden zijn. Ik mis het om ze zo nu en dan ook een beetje moe te worden of voor lief te nemen, omdat ik ze zo tot ik de kieren ken. Ik mis het zo om ze altijd dichtbij me te weten, zonder angst of twijfel, en ik mis het om ze al te kunnen missen als het alleen maar weekend is, omdat ik niet erger gewend ben dan twee dagen zonder ze te zijn.

Week vijf wordt snel week zes, en als we echt pech hebben wordt week zes ook week zeven en week zeven week acht. In ieder geval is alles nog lang niet teruggekeerd naar gewoon en onbezonnen en waarschijnlijk kan dat ook niet zomaar meer, zal het nog maanden aanpassingsvermogen van ons vragen om weer te wennen aan ons eigen leven, zelfs als dat weer van ons zijn mag.

Aan de andere kant veranderen sommige dingen nooit, dat voel ik als ik met mijn blote tenen tussen de spijlen van het balkon wiebel. Er is nog gras, er is nog zonlicht en de karakteristieke geur van de lente bestaat ook nog: een soort melange van honing en van de geur die mensen krijgen als je van ze houdt. Diezelfde mensen zijn er ook nog, park Lepelenburg en het Janskerkhof zijn voor zover ik weet nog niet met de grond gelijk gemaakt en dan als allergrootste permanente waarheid is er de liefde (cliché maar daarom niet minder belangrijk), die in deze tijd van missen en onzekerheid niet minder maar alleen maar groter wordt.

Nu houd ik nog van ze over de post, maar snel (of minder snel, maar ik weet dat het komt) zal ik het te pas en te onpas tegen ze zeggen, in het echt.

Want dat wat echt is,
Dat is het belangrijkste wat er bestaat.

One Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *