Essay-Buitenbeentjes_thumbnail
1st Jan

Het touwtje uit de voordeur van buitenbeentjes

Ik ben negen jaar oud. Het is een snikhete dag, maar ik heb wel een lange broek aan. Samen met mijn ouders en een dokter zit ik in een klein kantoortje in Oegstgeest. Ik kijk uit het raam en word afgeleid door een auto die de parkeerplaats op komt rijden. Mijn vader aait mij over mijn rug. Mijn moeder kijkt de dokter ietwat verschrikt aan. Ik krijg te horen dat ik het Syndroom van Asperger heb. Sinds een jaar of vijf is deze ontwikkelingsstoornis gecategoriseerd als een vorm van autisme. Volgens alles en iedereen ben ik vanaf dit moment een klassiek buitenbeentje.

Van mensen (zelfs familieleden) in mijn omgeving kreeg ik vaak te horen dat ik afweek van de status quo. Vriendjes en vriendinnetjes begrepen mij niet en ikzelf verkeerde daardoor in een prepuberale identiteitscrisis. Mijn ouders besloten mij daarom in te schrijven voor een therapie genaamd: Ik ben speciaal.

In deze therapie kreeg ik onder leiding van therapeute Nienke training in het omgaan met mijn beperking. Ik leerde via deze psycho-educatie mijn autisme een plek te geven in mijn leven. Je bent een buitenbeentje en dat is okay, zo zou je de boodschap van de trainingen hoogstwaarschijnlijk het beste kunnen samenvatten.

Ik kreeg in deze tijd dus constant te horen dat ik een buitenstaander was. Ik snakte ernaar om serieus genomen te worden door mijn omgeving. Ik had het gevoel dat de therapie mij voor aap zette. Echter, moeten misfits daadwerkelijk serieus genomen worden? Ik snap heel goed dat er genoeg te zeggen valt wat betreft het consequent niet serieus nemen van buitenbeentjes.

Recalcitrante Harrie
Als ik denk aan een buitenbeetje, denk ik in eerste instantie niet aan mijzelf, maar aan Harrie. Harrie is een lokaal politicus in mijn geboortestad en heeft een aantal jaren geleden een eigen partij opgericht. De partij behaalde bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen welgeteld één zetel. Harrie was uiteraard lijsttrekker van zijn eigen partij en mocht daarom plaats gaan nemen in de raadszaal.

Gemeentelijke democratie op z’n allermooist, zou je zeggen. Desalniettemin is Harrie beslist geen gemiddeld politicus of burger. Harrie staat er publiekelijk om bekend dat hij bij elke motie in de raad dwarszit. Hij stemt infantiel tegen elk voorstel, óf hij schopt stennis in de zaal door zijn gekozen collega’s openlijk te beschuldigen van fraude, corruptie en/of samenzweringen.

Volgens een gemeentemedewerkster die ik sprak hebben de meeste mensen in de lokale politiek een verdomde hekel aan Harrie. Naar het schijnt verlaat de politicus de zaal na een vergadering als allereerste om als een dolle naar huis te fietsen. Eenmaal thuis schrijft hij ridicule betogen waarom bijvoorbeeld een al tien jaar dode boom nooit gekapt had mogen worden. Vervolgens publiceert hij deze teksten op de slecht-bezochte website van zijn eigen eenmanspartij.

Harrie is volgens mij een perfect schoolvoorbeeld van iemand die in zijn gedrag en denkbeelden afwijkt van zijn omgeving. De mensen die op Harrie stemmen, verkiezen hem waarschijnlijk alleen maar om te laten zien dat ze het verschrikkelijke bureaucratische gedoe in de gemeente zat zijn. Tijdens de therapie Ik ben speciaal zou een foto van Harrie op een whiteboard moeten hangen. Harrie leeft aan de fragiele randen van de samenleving. Hij wordt door verschillende mensen genegeerd. Ze vinden hem maar een apart figuur die op een vervelende manier aanwezig is in de samenleving.

Mensen nemen Harrie zodoende niet serieus. Volkomen terecht, zou je kunnen opperen. We hoeven geen aandacht te besteden aan mensen zoals Harrie. Ze ontwrichten onze groepsdynamiek. Iets waar we al zo ontzettend hard voor moeten werken.

Wij mensen hebben het er namelijk maar druk mee. Iedereen moet tegenwoordig maar een stem krijgen. Dit terwijl sommige figuren gewoonweg niet thuishoren in de door ons gecreëerde gemeenschap. Hoe meer aandacht we besteden aan misfits binnen onze maatschappij, hoe meer we onszelf met problemen opspelden.

Zodra we iedereen almaar serieus zouden nemen, wordt het automatisch aanzienlijk lastiger om samen bijvoorbeeld beslissingen te nemen en universele regels op te stellen. Door buitenbeentjes met abnormale denk- en gedragswijzen te negeren, vergroten we de kans op het collectief oplossen van vraagstukken die ons bezighouden.

Het touwtje in zicht
Mijn gedachten gaan even terug naar mijn kindertijd. Om precies te zijn naar de kleine, brommerige conciërge van mijn voormalige basisschool. Alle kinderen (en ik wed ook docenten) van de school vonden de man ietwat eigenaardig en hadden liever niet met hem te maken. Een briefje halen bij de conciërge was iets wat je liever niet deed.

Toch kwam ik tot mijn eigen verbazing met de man in contact. Op een zekere middag zag ik dat een band van mijn fiets was leeggelopen. Door een klein gaatje had oppompen echt geen zin meer. De conciërge zag mij hopeloos naar mijn fiets staren en besloot vervolgens om mij zonder enig klagen te helpen. De man, die ik eerst liever ontweek, heeft mij op deze middag laten zien hoe je een fietsband moet plakken. Ik geef onmiddellijk toe dat de techniek die hij hanteerde niet afweek van de manier waarop andere mensen banden plakken, maar ik heb er als ik erop terugkijk van geleerd dat je soms van de outsider, van wie je het niet verwacht, iets kunt leren.

Zodra ik de volgende dag in de klas kwam vertelde ik mijn avontuur aan mijn klasgenootjes. Ik kon op die leeftijd nog niet bepleiten dat ik vond dat de behulpzame conciërge serieus moest worden genomen, maar door mijn ervaring merkte ik een aantal weken later dat mijn vrienden de conciërge niet meer ontweken. Door mijn verhaal gaven ze de man wat meer vertrouwen. Binnen een mum van tijd spraken steeds meer mensen hem aan. In het laatste jaar van mijn basisschooltijd was het zelfs niet meer dan normaal om eventjes een praatje te maken met de conciërge.

Wat ik met dit voorbeeld wil zeggen is dat het oprecht serieus nemen van buitenbeentjes misschien ook voordelen met zich mee kan brengen. Doordat ik en mijn klasgenootjes de oude conciërge serieuzer namen en begonnen te zien als een normale docent, kon de man zich onttrekken uit het zijn van een buitenstaander. Hij was nu een van ons. Een buitenbeentje sociaal serieus nemen creëert hoogstwaarschijnlijk een universeler groepsgevoel.

Groepsgevoel vind ik in deze zaak cruciaal. Door een aangename dynamiek met álle soorten van mensen in de samenleving te bewerkstelligen vermijden we uitsluiting, eenzaamheid, en/of sociale segregatie. Ik durf zelfs nog verder te gaan. Door buitenbeentjes het gevoel te geven dat ze tot de algehele gemeenschap behoren vermijden we wellicht incidenten met zogenoemde lone wolfs die regelmatig in het nieuws voorbijkomen door verschillende afgrijselijke schietpartijen.

Door buitenbeentjes te leren kennen kunnen we wellicht wat van ze leren en ontdekken we tevens de mensen áchter de merkwaardigheden. Wij hebben er wat aan, zij hebben er wat aan. Desalniettemin zijn we er dan in mijn optiek nog niet. We kunnen uit het heroverwegen om excentrieke types serieus te nemen ook nog een veel groter goed halen. Buitenbeentjes kunnen ons ook ongelooflijk goed inspireren.

De Amerikaanse schrijfster Alexa Clay schreef samen met collega Kyra Maya Phillips het boek The Misfit Economy. In dit werk probeert ze lezers ervan te overtuigen dat buitenbeentjes zoals eenzame white hat hackers ons hulp kunnen bieden wat betreft het scheppen van nieuwe inzichten. Deze computerspecialisten in grauwe internetcafés zouden het web veiliger kunnen maken door ethisch te hacken. Ze zoeken verantwoord (en voor hun plezier) naar fouten en veiligheidslekken in bijvoorbeeld openbare netwerken van grote bedrijven. Deze mensen zouden een sleutel kunnen zijn in de globale strijd tegen cybercriminaliteit, maar dan moeten ze wel het vertrouwen krijgen van de samenleving.

Buitenbeentjes denken out-of-the-box. Clay en Phillips stellen dat buitenbeentjes ons kunnen inspireren wat betreft de aanpak van zaken waarvan we zelf denken dat we ze niet kunnen oplossen. Bijvoorbeeld dus zaken in de gecompliceerde IT-wereld.

Ik realiseer mij door The Misfit Economy dat iedereen als mens doelen wil behalen. Buitenstaanders net zo goed als gemiddelde burgers met een kantoorbaan. Doordenkend kan ik het mij zodoende voorstellen dat een outcast die zich genegeerd voelt vol met strijdlust en doorzettingsvermogen zit. Iets waar wij naar snakken. Twee pijlers die wij in onze huidige algehele maatschappij naar mijn idee soms missen.

Het touwtje gevonden
God Help the Outcasts zong Disney-personage Esmeralda in The Hunchback of Notre Dame. 
 “I thought we all were the children of God. God help the outcasts, children of God!

Ik denk dat als een buitenstaander het idee krijgt dat hij (weer) wordt opgenomen binnen een groep, dat wij als samenleving onbewust een nieuwe, frisse strijd aangaan met sociale ongelijkheid. Dit klinkt groot en onaanraakbaar, maar naar mijn idee is het dé stap die we met z’n allen moeten maken.

We verbeteren namelijk door deze fundamentele stap niet alleen de groepsdynamiek en de strijdlustigheid binnen de volledige samenleving. Zodra we met z’n allen buitenbeentjes serieuzer gaan nemen kan dit gehele proces als een spiegel voor onszelf gaan werken. Een gigantische spiegel die ons laat kijken naar onze sociale eigenschappen in een beklemmende maatschappij. Zijn wij wel eerlijk tegen elkaar? Krijgt iedereen genoeg aandacht? En hoe goed doen we ons best om iedereen gelijke kansen te geven?

Ik hoop zo dat misfits en de mensen om hen heen motivatie kunnen creëren om elkaar op te zoeken. Eenrichtingsverkeer zal in mijn optiek niet werken. Het moet van beide kanten komen, dat spreekt voor zich.

Gelukkig gebeurt dat ook. Dat zie je bijvoorbeeld aan de conciërge van mijn oude basisschool. Hij wilde mij helpen die ene keer dat mijn band lek was. Ik geloof niet dat hij dat alleen maar deed vanwege zijn functie op de school. Hij zette bewust een stap naar mij toe. Als blijk van dank en vertrouwen zetten ik en mijn klasgenootjes vervolgens ook een stap in zíjn richting.

De beweging moet niet alleen vanuit buitenbeentjes zelf komen. Gemeenteraadslid Harrie is daarom misschien wel een prachtige middenweg. Ik moet natuurlijk toegeven: zijn ideologieën kunnen wellicht als apart worden omschreven, maar vergeet niet dat de strevende man zich wel degelijk wil laten zien. Hij maakt zich publiekelijk bekend. Harrie staat op z’n zachtst gezegd écht ergens voor. Misschien voor dode bomen en het bekritiseren van lokale bestuurlijke organen, maar hij laat wel zien dat hij er is en zich wilt onttrekken uit zijn eenzame bestaan. Het enige wat wij omstanders moeten gaan doen is hem ook een hand reiken.

Ik fietste, net als Harrie, het liefst elke dag vanuit school meteen naar huis. Andere mensen zouden mij toch niet zien staan of begrijpen. Ik week van alles en iedereen af. Intussen zag bijvoorbeeld de directrice van een jeugdtheaterschool waarvoor ik mij jaren geleden inschreef dat ik de potentie had om het tij te keren en binnen een gemeenschap te gaan functioneren. Ik zette de stap door mij in te schrijven en zij nam de stap door mij serieus te nemen en mij rolletjes in musicals aan te bieden. Win-win.

Ik wás een buitenbeentje. Door mij hier bewust van te zijn kon ik er niet alleen wat aan veranderen, maar heb ik ook het inzicht gekregen dat iedereen serieus moet worden genomen. Zo kunnen we ervoor zorgen dat men zich kan ontwikkelen binnen de grote groep die de samenleving heet.

Het vergt tijd en onlosmakelijk vertrouwen om naar elkaar toe te komen. Toch zou ik het geweldig vinden om dit terug te zien in onze samenleving.

Jan Terlouw sprak het Nederlandse volk vorig jaar in De Wereld Draait Door toe. “We vertrouwen elkaar niet meer. Het touwtje uit onze brievenbussen is weg”, zei de oud-vicepremier van Nederland. Ik heb mijn eigen versie op de toespraak van Terlouw. Ik vind het namelijk iets te groot om te opperen dat we in de gehele samenleving elkaar meer moeten vertrouwen. Ik hoop dat buitenbeentjes een touwtje uit hun brievenbussen hangen, zodat omstanders eraan kunnen trekken om ze te bezoeken. Het moet van twee kanten komen. We moeten een hand reiken naar de misfits die naar de kant van de geaccepteerde gemeenschap sjokken. Zo kunnen we ze opvangen, naar ze luisteren en er wellicht nog wat nieuwe inzichten aan over houden ook.

Het serieus nemen van buitenbeentjes is een win-win situatie. We kunnen elkaar aanvullen, helpen, tegemoetkomen en van elkaar leren. We zijn als gevolg in staat om als één verenigde groep grote maatschappelijke problemen op te lossen. Samen staan we zoveel sterker.

Ik voel, om onze huidige premier Rutte te parafraseren, tot in mijn diepste vezels dat dat goed is. Doe je mee?

 

Bronnen

  • Clay, A, & Phillips, K. M. (2015). The Misfit Economy: Lessons in Creativity From Pirates, Hackers, Gangsters, And Other Informal Entrepreneurs. New York, Verenigde Staten: Simon & Schuster
  • God Help the Outcasts. (1996). Geraadpleegd op 17 december 2017, van http://disney.wikia.com/wiki/ God_Help_the_Outcasts
  • Terlouw, J. (2016, 30 november). Het pleidooi van Jan Terlouw: touwtje uit de brievenbus [Video]. Geraadpleegd op 17 december 2017, van https://dewerelddraaitdoor.bnnvara.nl/media/367395

 

Dit essay verscheen in de reeks Essays 2017-2018, eindteksten Beschouwend schrijven van de tweedejaars studenten van de Schrijfopleiding.

Reacties (0)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *