Hoe de reis van mijn toneelstuk mijn eigen reis werd

Derdejaars student Aron loopt stage bij het Shilpee Theatre in Kathmandu, Nepal, waar hij schrijflessen geeft aan acteurs in opleiding. Op Deschrijfopleiding.nl doet hij verslag van zijn ervaringen. Vandaag het vijfde en laatste deel: ‘Zo laat ik toch een stukje van mezelf achter in Nepal, als het stuk straks klaar is.’

Schrijven kan een therapeutische waarde hebben. Of iets in die richting. Meestal probeer ik ver genoeg weg te blijven van dit soort wijsheden en psychische behandelmethoden. Na ongeveer drie jaren schrijfopleiding zie ik wel in dat schrijfwerk en persoonlijke gedachten/problemen/ervaringen niet honderd procent van elkaar los te koppelen zijn. Sterker nog, ze zijn vaak meer met elkaar vervlochten dan ik leuk zou vinden. ‘Jezelf gebruiken’ om tot schrijven te komen kan echter ook een enorme kracht zijn, want de grootste inspiratiebron ben je zelf. 

Dit is voor mij niet zozeer een theorie als dat het een feit is. De ervaringen en indrukken die je dagelijks meemaakt, de herinneringen die je hebt en de gedachten waar je mee rondloopt, vormen je schrijfwerk. In veel gevallen zijn mijn eigen beste werken voortgekomen uit een verdraaiing of een zogenaamde ‘fictionalisering’ van de werkelijkheid.

Bovengenoemde is een van de (levens) lessen die ik mijn Nepalese studenten probeer bij te brengen. Zelf ben ik ook plotseling geconfronteerd met deze wijsheid, maar niet op een door mij voorziene wijze. Het heeft te maken met de verhaallijn van het stuk dat we maken. Zoals ik in een eerdere blog al schreef, heb ik mijn expertise als toneelschrijver gebruikt voor het opzetten van een (klassiek opgebouwde) plotlijn. De dialoog wordt vervolgens in het Nepalees geschreven door de studenten.

In het kort is dit wat het stuk behelst:

  • Een klein Nepalees dorp in de jungle, verstoken van de moderne maatschappij en buitenstaanders.
  • Een journalist uit ‘de grote stad’ arriveert plots in het dorp. Hij is op zoek naar een verhaal.
  • De dorpelingen en deze vreemde buitenstaander moeten zich tot elkaar verhouden, met alle heisa vandien.
  • De journalist ontdekt uiteindelijk dat het verhaal wat hij zoekt het verhaal is wat hij al die tijd al leeft. Het dorp, de mensen, de ontmoetingen. (Het heeft een happy end)

Opeens werd me iets duidelijk: “Deze plotlijn gaat over mij!”. Zonder het zelf door te hebben gehad heb ik een verhaallijn bedacht die een aspect van mijn stageperiode ‘fictionaliseert’ (en vooruit, een deel van de plotlijn kwam ook voort uit de schrijfsels van de studenten in de eerste paar weken). De journalist/de buitenstaander was en ben ik. Ik kwam met romantische ideeën naar Nepal, in de veronderstelling dat ik een grootse voorstelling op poten zou gaan zetten. In de eerste paar weken kwam ik erachter dat dit helemaal niet vanzelf zou gaan. 
Er moest een vertrouwensbrug geslagen worden met mijn studenten. 
Er moest een manier gevonden worden om met de taalbarrière om te gaan.
Er moest ook nog een stuk gemaakt worden. 

Uiteindelijk ben ik er echter ook achter dat het niet gaat om die grootse eindprestatie/eindpresentatie. Juist het hele proces is het waardevolle. Dat is uiteindelijk het verhaal (goeie ouwe Odysseus, met zijn ‘het is de reis en niet het doel’ krijgt toch weer gelijk). Zodoende was het wel even schrikken om mezelf te betrappen op therapeutisch schrijven. Tegelijkertijd is het ook wel mooi om deze vertaalslag onbewust gemaakt te hebben. Zo laat ik toch een stukje van mezelf achter in Nepal, als het stuk straks klaar is.

Momenteel zitten we druk in het gezamenlijke schrijfproces. Er moet nu geschreven worden in vrije tijd in plaats van tijdens de les, en dat valt sommigen wel zwaar. Desalniettemin begint er langzaam een toneelstuk op poten te komen. Het werken vanuit een ‘Beat Sheet’ werkt goed en per dag repeteren en schrijven we meerdere scènes. De grootste kick tot nu toe was toen twee studenten een scène hadden geschreven die boordevol subtekst zit. Ik was voor een paar seconden werkelijk verbluft. De grootste strijd die ik al weken voer, is de strijd tegen te letterlijke dialoog. Opeens leek het kwartje gevallen.

Maar genoeg over de vorderingen. Ik ben, zoals te lezen is, optimistisch. Vol goede hoop verwacht ik dat aan het einde van mijn stage er een volledig toneelstuk klaar staat en klaar ligt.

Het hoogtepunt van mijn stage (tot nu toe) was afgelopen week. We maakten met de hele groep een tweedaagse wandeltocht door de Nepalese bergen. Het feit dat ik een wandeltocht met schrijfopdrachten kon organiseren als deel van mijn stage is al vrij fantastisch. In deze twee dagen zijn we als groep dichter bij elkaar gekomen. Als vrienden en als gezamenlijke makers. Er zijn persoonlijke verhalen uitgewisseld, grappen gemaakt, er is geschreven, er is samen geleden en samen genoten.
Het is de weg die de journalist ondergaat in het stuk. Van moeizaam en afstandelijk contact tot het punt waar je als vrienden samen een tocht kunt afleggen.

Dat was het dan. Mijn Nepalese avonturen tot nu toe. Ik laat over een paar maanden de rest van de foto’s wel zien. Als je wil.

Liefs,
Aron

Nog eens teruglezen? Hier vind je:
Deel 1: Aapjes, bergen, tempels en theater.
Deel 2: De onervaren docent in Kathmandu.
Deel 3: Hoe theater én scenarioschrijven samenkomen in Nepal
Deel 4: Schrijven, regisseren en hoe je van mild naar streng gaat

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *