6th jan

Hoe haar rode wangen mij op ontdekkingsreis stuurde

Ze zit glimlachend tegenover me. Wangen rood van de frisse lentebries, ogen een beetje betraand.
Haar relatie van zes jaar is voorbij. Hij heeft het op Facebook gezet, en zij vertelde het me niet tot ik er om vroeg. Niet omdat ze het niet wilde vertellen, gewoon omdat sommige dingen iets meer bedenktijd nodig hebben. Nu, enkele weken later, heeft ze me zojuist ‘het waarom’ uitgelegd. Ik luister, we lachen.
Ik voel mezelf gloeien omdat ik blij ben dat ze weer open is gegaan, zo voelt dat. Die rode wangen waren al lang niet meer deze kleur van enthousiasme geweest, hooguit van schaamte en dat vergeten we liever meteen.

Ik vraag voorzichtig: ‘en nu?’, alsof ik van haar verwacht dat ze de ruimte die ze zorgvuldig voor zichzelf gemaakt heeft, meteen opvult met iemand anders. Ze giechelt ondeugend, dus ik weet dat wat ze gaat zeggen smeuïg is, want zo klinkt haar lach. “Vrouwen. Ik was altijd al een beetje bi, maar nu is er tijd en ruimte om dat te ontdekken.” En wat ik nu denk, dat keur ik af (maar ik denk het helaas wel), ik denk: dat is maar een fase, dat gaat voorbij en dan vindt ze gewoon een leuke vriend en daar krijgt ze dan de baby’s mee waarvan ik de namen al weet. Ik vind echt dat ik dat niet mag denken. Zij voelt wat ze nu voelt, over haar gevoelens heb ik helemaal niets te zeggen. Ik kijk nog eens naar haar betraande ogen. Ze zijn helder, rustig. Ze is nooit rustig. Ik zeg niets. Ik ben bang dat er een oordeel uit komt.

Even later fiets ik over de kinderkopjes naar huis. Vandaag hoor ik het gerammel van de stenen niet: ik ben aan het nadenken. Waarom vind ík het zo erg dat zíj nieuwsgierig is naar vrouwen? Wat zegt dat over mij? Gaat het om de vrouwen? Nee. Ik fiets om, ik heb langer nodig om het te kunnen duiden. Ik maal en hoor haar woorden steeds opnieuw. Het lukt me niet. ’s Avonds als mijn vriend thuiskomt en we thee drinken, staar ik met gefronste wenkbrauw naar het kaarsje dat we hebben aangestoken. Ik neem een slok van mijn thee, kijk naar hem en ineens weet ik wat me dwarszit. Ik ben dol op relaties (vooral deze waar ik nu in zit). Ik zou er niet aan moeten denken te moeten ‘ontdekken’. Ontdekken is onbekend en onbekend is eng, want dan heb ik geen controle.

Ik moet denken aan hoe ik op mijn veertiende voor het eerst in aanraking kwam met jongens. Ik stond zenuwachtig mijn heupen te wiegen in de tienerdisco terwijl ik druk naar de plakkerige vloer aan het staren was. Een vriendinnetje dat naast mij stond, ze had al zeker vijf vriendjes gehad, hield zich bezig met de jongens die zich over de zwarte kleverige vloer naar haar toe bewogen. Ik herinner me dat ze me op mijn gemak probeerde te stellen door te fluisteren dat ik maar “gewoon wat moest zeggen”, dat ik “leuk genoeg was’’. Ik durfde dat pas later: op MSN. Door middel van emoticons en allerlei afkortingen raakte ik met ze aan de praat.

Pas toen ik achttien was durfde ik in ‘het echt’ met jongens te praten. Om dan weer terug te gaan naar zoiets als Tinder voelt als een stap achteruit in plaats van vooruit. Tinder voelt voor mij als een vernieuwde versie van MSN, dat ik gebruikte omdat ik geen gesprekken in het echt aan durfde. Tinder zoekt natuurlijk mensen die je vaak nog niet kent. Onder andere daarin verschilt het medium van MSN, maar toch maak je eerst via chatten contact.

Ik heb Tinder zelf, lang geleden, drie dagen volgehouden. Ik vind het doodeng dat we elkaar in één veeg de stempel: “wel leuk” en “niet leuk”, kunnen geven. Wat zegt het over ons en onze behoefte die mogelijkheid te willen hebben?

Het contact leggen via Tinder is makkelijk, als er eenmaal de match is. Je chat wat met elkaar en misschien spreek je af. Die afspraak kan een heel andere afloop hebben. Lisa Lotens van het platform VICE vroeg haar dates waarom het niets geworden was. Met sommige van deze meisjes is ze wel bevriend gebleven, met weer een andere had ze een leuke nacht en bleef het contact daarna uit, terwijl ze elkaar wél leuk vonden. Zo vlug als je elkaar leert kennen, zo vluchtig verdwijn je ook weer uit iemands vizier. Terwijl ik dit interview lees, denk ik aan het gesprek dat ik met die vriendin had. Waar is ze naar op zoek? Of beter: wie zoekt ze?

‘Er worden per dag 26 miljoen matches gevormd waarvoor er 1400 miljoen keer geswiped is.
Als je verder rekent, kom je er achter dat je 27 keer iemand als leuk moet swipen om een match te krijgen. Ga je dus 100 keer op date, betekent dat, dat je dus minimaal 2700 keer moet hebben geswiped,’ dit werd berekend in het programma De kennis van nu.

Honderd dates. Ik moet al niet denken aan één date. Dat is niet helemaal waar.
Hoe langer ik nadenk over ontdekken, hoe aantrekkelijker het wordt. Liefde heb ik al.
Wat denk ik te moeten ontdekken?

Het monogame drama geschreven door Simone van Saarloos begint met een anekdote over de vriend van haar huisgenoot. Hij vraagt of van Saarloos geen behoefte heeft aan een relatie. Van Saarloos kan alleen denken aan de kaders die een relatie oplegt. Aan die kaders moet ik denken als het over ontdekken gaat. Ik voel dat niet in mijn relatie maar is dat kader er wel? Om daar een (mogelijk) antwoord op te krijgen woon ik een college bij van Jan Drost: een liefdesfilosoof.

Ik ga naar een college bij The School of Life in Amsterdam. Daar zit ik tussen allemaal mensen die net hun relatie hebben verbroken. Gele harde kussens en glimmende voorhoofden omringen mij. We moeten een introductie doen in tweetallen. De vrouw tegenover mij vertelt mij dat de man met wie ze samen was eigenlijk vooral hulp nodig had, en hoe graag ze dat ook wilde geven, ze vergat zichzelf. Ze kenden elkaar al lang. Ze waren gewend aan elkaars zwaktes en ze was stiekem gaan houden van zijn vastklampen. Haar lippen perst ze stevig op elkaar en even zijn we heel stil. Ze zegt dat ze nu alleen wil zijn. We zijn weer stil, proberen van ongemak in de keiharde kussens te knijpen, als Jan ons vraagt: wat betekent liefde en samenzijn nu eigenlijk voor jou?

Hij bevestigt ons verlangen naar symbiose: eenheid, volledig in elkaar opgaan. In een interview in Trouw zegt hij daarover het volgende: “Romantiek is hermetisch. Samensmelten klinkt heel mooi, maar is pure eenzaamheid. Want wiens eenheid wordt het? Als twee romantische zielen willen versmelten, krijg je twee intolerante idealisten die in hun verlangen naar eenheid het eigen ideaal van de liefde aan de ander opleggen. De minst sterke zal zich moeten uitwissen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van liefde?”

Ik download Tinder nu, een aantal jaar later, weer. Ik ben nieuwsgierig, zou het me nu wel lukken om digitaal te flirten? Ik zet mijn voorkeur op mannen en vrouwen. Ik zie mooie, leuke vrouwen en merk dat ik van hen makkelijker kan beslissen of ik ze aantrekkelijk vind of niet.

Bij hun foto’s staat vaak iets als: “Ik wil ook gewoon nieuwe mensen ontmoeten.” Ik weet niet in hoeverre dat waar is, maar het maakt ze toegankelijker. Veel van de vrouwen die voorbij komen, hebben al een relatie. Ze zijn op zoek naar: “fun, maar ik heb alleen plek in mijn hart voor mijn man, dus ik ben alleen geïnteresseerd in meiden!” Zou dat ook iets voor mij zijn, vrijblijvend (seksueel) contact hebben met vrouwen? Al pratend met mijn vriend kom ik er achter dat mijn nieuwsgierigheid voortkomt uit de openheid van mijn omgeving. Hij vraagt me of ik het idee heb of ik iets mis. Ik denk er over na, want als ik nieuwsgierig ben naar het andere geslacht dan moet ik toch iets missen? Vrienden, kennissen maar ook de verschillende media die ik raadpleeg hebben het uitgebreid over het loskomen van monogamie en over geaardheid.

In een kort filmpje legt Simone van Saarloos uit wat het betekent om single te zijn en vooral waarom het idee van de monogame relatie moet verdwijnen. Daarbij vergelijkt ze een monogame relatie en het single zijn. Monogamie is een concept dat vooral gebaseerd is op hoe liefde vroeger (heel vroeger) in elkaar stak: dat was namelijk vanuit economisch perspectief. Je trouwde met elkaar als je elkaar zekerheid te bieden had. Nu gaat liefde veel meer over gevoel, maar gevoel is niet te meten dus waarom zou je de liefde van nu beperken tot monogamie?

Van Saarloos refereert aan een uitspraak van Emanuel Kant: “Gebruik een ander nooit als middel om een doel te bereiken.” Daarna legt ze uit dat ons beeld van huisje, boompje, beestje ons doel is: een perfecte relatie die vooral gebaseerd is op financieel welzijn. Als je het zo stelt, gebruiken wij onze partner om dat te bereiken. Volgens Kant en tevens van Saarloos is dat niet de manier om een relatie te hebben. Vervolgens legt van Saarloos de “sociale schijf van vijf” uit. Ze stelt dat het goed is om je niet op één persoon te focussen en de verschillen tussen de personen met wie je een relatie hebt te omarmen. Zij pleit voor polyamorie.

Ik hoor de term polyamorie steeds vaker. Polyamorie betekent dat je meerdere liefdesrelaties tegelijkertijd hebt. Volgens wetenschappers is de millennial (geboren tussen 1980 en 2000) nieuwsgieriger naar deze vorm dan andere generaties. Datingapps spelen daarop in door meer opties te geven dan alleen de voorkeur man of vrouw. Ook is er een datingapp speciaal voor mensen die op zoek zijn naar een trio, genaamd Feeld. Zijn we, omdat het makkelijker bereikbaar is, ook nieuwsgieriger naar deze mogelijkheden?

De millennial is opgevoed door de babyboomgeneratie die de seksuele revolutie mee heeft gemaakt. Waarbij seks voor het eerst niet om voortplanting ging, maar om plezier en ontdekken van de mogelijkheden die er op seksueel gebied zijn. Daardoor zijn hun kinderen, wij dus, vrijer opgevoed wat betreft seks: we kregen seksuele voorlichting en kunnen, zonder scheve blikken te krijgen van onze ouders, seks hebben voor het huwelijk. De babyboomgeneratie heeft wel hele hoge scheidingscijfers. Volgens een artikel in de Volkskrant hebben veel millennialkinderen hun ouders uit elkaar zien gaan en heeft dat hun geloof in monogamie aangetast.

Polyamorie betekent dat je meerdere relaties tegelijkertijd aangaat. Die relaties kunnen allerlei vormen aannemen, bijvoorbeeld dat een man zich bij een bestaand (hetero) koppel voegt of dat de vrouw een relatie krijgt met een andere persoon. Binnen een polyamoreuze relatie moeten duidelijke afspraken worden gemaakt omdat je te maken hebt met verschillende belangen, en verschillende levens die samenkomen. Is polyamorie niet gewoon veredeld vreemdgaan? Nee. Als iemand vreemdgaat worden de afspraken die binnen de relatie zijn gemaakt niet nagevolgd. Het ligt er helemaal aan wat voor afspraken je maakt, met degene met wie je een relatie aangaat.

Ook vreemdgaan heeft met een concept van vroeger te maken. In de tijd van de jagers en verzamelaars leefden we in kleine gemeenschappen bij elkaar. Om ervoor te zorgen dat je je niet voortplantte met een familielid werden de gezinnen afgebakend. Als je dan toch met iemand anders vree was dat vreemdgaan, las ik in een artikel op de website van Brainwash, een (digitaal) podium voor verrassende ideeën, waar veel van dit soort artikelen verschijnen.

Als ik denk aan relaties van nu en het gegeven dat wij die nog steeds baseren op de vroegere monogame relatie, denk ik niet dat het doorbreken van dat beeld voor verandering zorgt. Wel is het gesprek het belangrijkste middel om openheid te creëren voor iedereen binnen een relatie.

Naarmate ik verder lees, merk ik dat ik een aversie krijg van het idee dat we zomaar op iedereen ‘verliefd’ kunnen worden, of dat we ‘de mogelijkheden gaan ontdekken’ : want wat is verliefd zijn tegenwoordig nu echt? Soms voelt het alsof wij, de millennials, alleen bezig zijn met vluchtige contacten leggen. Gaan we op wereldreis en worden we daar verliefd “dan is dat toch voor ‘even’ leuk”.

Wat doet dat met de intimiteit die je met iemand aangaat, durven we dat nog wel of wordt het niet meer van ons verlangd omdat we met één druk op de knop een andere relatie aan kunnen gaan, in welke vorm dan ook? Ik begrijp de nieuwsgierigheid. Toch merk ik dat ik een beetje boos word als die vriendin vertelt dat ze een meisje heeft ontmoet waar ze verder niks mee hoeft. ‘Hoezo je hoeft niks met haar, je hebt toch al iets met haar? Jullie liggen samen in bed. Je ruikt elkaars ochtendadem. Je denkt aan elkaar, je weet dat ze wel ketchup bij haar groenten eet maar niet bij haar friet, dan heb je toch iets met haar!’

De gedachte dat we – nee ik, inwisselbaar ben, doet me pijn. Zijn de vriendjes die ik heb gehad me vergeten? Betekent dat ene moment of de meerdere momenten van kwetsbaarheid niets omdat we dat de volgende dag alweer met iemand anders kunnen hebben?

Ik hoef er niets meer over te weten. Ik was nieuwsgierig, ik flirtte met het idee van meerdere geliefdes. Dat is voorbij. Meerdere relaties hebben, betekent ook meer risico om anderen pijn te doen. Dat wil ik niet. Ik ben nog wel gefascineerd door het idee, in passieve vorm: ik kijk en luister naar de ervaring van anderen, maar ikzelf handel niet.

Tussen het schrijven van dit essay door mag ik naar een internationaal toneelscholenfestival in Rabat. Ik ontmoet allerlei acteurs, afkomstig van toneelscholen over de hele wereld. Iedere avond dansen we met elkaar, voeren we gesprekken over theater en spelen we samen in verschillende workshops. Om me heen voel ik de chemie tussen ons sterker worden. Er wordt veel geknuffeld en geaaid.

Ik ben niet zo van het knuffelen en aanraken, toch merk ik dat ik de aandacht en de manier van liefkozen bijzonder vind. Met sommige mensen voel ik een diepere verbinding. We vinden elkaar meer dan alleen leuk. Ik zie ook dat we er allemaal niet naar handelen, of in elk geval niet verder gaan dan de gesprekken en het geknuffel.

Op de laatste dag slaat de sfeer compleet om. Ik voel dat er om me heen gejaagd wordt: gaat het ene meisje er niet op in dan proberen ze het bij een ander. Ook ik ben nieuwsgierig, en hoewel ik hierboven nog zo stellig beweer passief nieuwsgierig te zijn, merk ik dat ik daar midden in de medina heel graag actief nieuwsgierig wil zijn.

Op een gegeven moment sta ik met twee anderen op het dak. We kijken uit over de smalle straten waar katten op de grond liggen te slapen. Ik hoor de muziek van beneden en wat slap geklap op het ritme. Plotseling sta ik met nog maar één iemand op het dak.

We kijken elkaar aan, maar voor hij iets kan zeggen, loop ik zo snel als ik kan van het dak, de trap af, naar de begane grond. Ik ga aan tafel zitten met tien anderen en maak mezelf zo klein mogelijk. Deze momenten van benauwdheid ervaar ik die avond nog een aantal keren.

Als ik een paar uur later in het vliegtuig zit, besef ik me dat ik een variant van ‘het ontdekken’ heb ervaren. Ik ben er niet meer bang voor, maar ik hoef het niet nog eens te proberen.

Dit essay verscheen in de reeks Essays 2017-2018, eindteksten Beschouwend schrijven van de tweedejaars studenten van de Schrijfopleiding.

Reacties (0)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *