Hoe wij heden en verleden moeten samensmeden

Latest posts by blogschrijfopleiding (see all)

Een essay over Walter Benjamin en mijn drang naar het metamoderne

1892, de Duits-Joodse Walter Benjamin wordt geboren in Berlijn. We zitten midden in de Moderne Tijd. Door standaardisering, massificatie en herhaling zijn dingen in toenemende mate reproduceerbaar geworden. Zo ook kunstwerken. Benjamin groeit op en is een van de weinige denkers die hier positief tegenover staat. Hij spreekt van een democratisering van kunst: waar zij voorheen enkel voor de elite was, is zij nu toegankelijk voor iedereen. Hij stelt de volgende vraag centraal: hoe is de rol van kunst veranderd door technische ontwikkeling en hoe moeten traditionele kunstvormen zich daartoe verhouden?

Er schuilt immers een gevaar in het moderne leven, stelt Benjamin. De monotonie en herhaling zou ons onszelf misschien wel kunnen doen verliezen in melancholie, namelijk over de teloorgang van onze traditionele vorm van leven. Die melancholie zou vervolgens kunnen leiden tot afwijzing van het moderne leven. Om dat te voorkomen, zegt hij, moeten we de melancholie actief inzitten, en wel in de kunst.

2015, ik ben derdejaars student aan de opleiding Writing for Performance aan de HKU. In de beginjaren van mijn eigen schrijverschap spits ik me toe op het kennis nemen van de traditionele vorm van theater. Ik maak me het ambacht van theaterschrijven eigen, zoals dat origineel ooit bedoeld is. Ik ontwikkel psychologisch te verklaren personages met een eigen wil, zoek naar hoe ik een verhaal kan opdelen in verschillende bedrijven en hoe ik haar een mooie kop en een ontroerende staart kan geven.

Daarna leer ik dat het ook anders kan. Sterker nog, heel anders kan. Ik ontdek dat er een tegenhanger van het traditionele bestaat, namelijk het postmodern theater met de gefragmenteerde ensceneringen en nadruk op de chaos die zich de wereld noemt.

Ik begrijp de totstandkoming van het traditionele; de these. Ik snap de motivatie van het postmoderne om zich daar tegen af te zetten; de antithese. In zowel het oude als het nieuwe ligt betekenis besloten. Ik ben bewust van wat was en van wat is. Wat ik nu wil is van beide kanten putten en komen tot een synthese.

Net als Benjamin een eeuw geleden, vrees ik vandaag de dag het gevaar dat schuilt in het doorslaan in onze manier van leven. Anderzijds koester ik, net als Benjamin toen, het vertrouwen dat zo lang we ons afvragen hoe dat wat we nu doen zich verhoudt tot dat wat we voorheen deden, een goede toekomst mogelijk is. Als we weten waar we vandaan komen, zullen we mogelijk beter begrijpen in welke systemen we ons bevinden en hoe die systemen functioneren. Dat kan ons vervolgens inzicht verschaffen in dat waar we op afstevenen, daar waar we naar toe gaan.

Het doel van de antithese, het postmoderne, is negatief geladen. Zij wil zich ergens tegen afzetten. Zij pleit nergens voor. De synthese, oftewel het metamoderne, streeft de antithese voorbij omdat zij zowel het afzetten toont als hetgeen waar tegen wordt afgezet, als ook ruimte biedt voor de vraag: en hoe nu verder?

Nee, de wereld is niet te vatten in een verhaal en ja, we bevinden ons in een enorme chaos. Maar als we enigszins chocola van ons leven willen maken dan zullen we toch echt die chaos in moeten duiken om de verhalen weer boven water te halen. We zullen moeten proberen te begrijpen wat er aan die chaos ten grondslag ligt.

Zoals Walter Benjamin al zei, ligt er voor de kunst een belangrijke taak beschoren: de mens behoeden voor het doorslaan in de technologische ontwikkeling van zijn tijd, want die is nu, een eeuw na Benjamin, nog steeds in volle gang.

Metamodern theater kan het collectief geheugen aanwakkeren, een geloofwaardig verhaal vertellen en tegelijkertijd laten zien dat het een vertelling is, oftewel zonder te beweren dat het waar is. Maar wat het bovenal kan is inzicht tonen in de verschillende wereldbeelden die wij, de mensheid, in de loop van de tijd met ons hebben meegedragen. Zoals Benjamin stelt in zijn eigen werk, zijn de wetten van die receptie het leerzaamst.[1]

 

Door Leila van Wetten, december 2015

[1] Walter Benjamin, Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid, en andere essays, pagina 39, regelnummer 28.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *