In Oslo: met twee dronken Noren, een hyperactieve pitbull terriër, een rottweiler die Marla heet en een dikke Roemeen.

Begin december reisde ik naar Marokko om een internationaal toneelscholen festival bij te wonen. Is dat je ontgaan? Lees hier mijn eerste avontuur! Daar ontmoette ik studenten van een theateropleiding uit Oslo. Begin februari (dat is lang geleden, ja weet ik) bracht ik een bezoekje aan hen. Lees hier wat mijn plan was!

Goed. De titel belooft nogal wat. Ik ga proberen die belofte waar te maken, maar ik kan niet met zekerheid zeggen dat je na het lezen van mijn verhaal een goed beeld van Oslo hebt. Wat ik je zeker wel kan beloven is dat het een goed verhaal is. Een steengoed verhaal. (‘Zeg, nu leg je de lat wel heel erg hoog!’ Geen probleem,  ik had die toch niet nodig om te skiën ha-ha).

Ik kwam aan op Gardermoen Airport rond elf uur ’s avonds. Het zweet stond me in de thermolegging, die ik als reuze koukleum had aangeschaft. In het vliegtuig was het iets minder koud dan ik had verwacht. Dus daar stond ik dan op een vliegveld met veel te felle lampen en drie paar sokken aan. Ik liep naar de geldautomaat om daar voor het eerst in mijn leven Noorse Kronen uit de spreekwoordelijke muur te trekken maar dat ging gelijk al mis. Ik las niet goed en kreeg plots Euro’s in mijn hand. Ja leuk, maar die had ik al.

Voordat ik de sneeuw in ging, moest ik eerst nog naar het toilet. Ik heb wat met wc’s op luchthavens. Vaak is dat toch de eerste plek waar je naar toe gaat als je op je bestemming aan komt en ook vaak de laatste plek waar je naar toe gaat voor je het land weer verlaat.

Strak interieur. Gelakte houten deuren. Zacht geel licht. Warm, zowel de uitstraling als de temperatuur. Er zit een kraantje in het hokje. Handen wassen hoeft dus niet een groepsbezigheid te zijn. Wel een beetje klein. Een koffer kreeg ik niet in een keer door de deuropening. Ik verstoorde de rustige energie van dit vliegveld toilet met het gekletter van koffer wieltjes tegen de fijn gelakte deur. Net na dat moment dacht ik: jeetje hé, ik ben aan het plassen in Oslo!

Met een rotvaart verliet ik het vliegveld. Nou ja.. Ik deed een dappere poging om door de draaideur heen te komen maar die had zijn dag niet, dus haperde.. Wat een glorieus moment had moeten zijn was nu: ik die net te snel liep waardoor ik steeds de haperende draaideur raakte met de neus van mijn schoenen en plots buiten stond in de kou. Ik gleed uit, ik viel niet. Ik gleed uit, ik klampte me vast aan mijn koffer.

Hé Maxine, ga je nog ergens naar toe met dit verhaal?
Ja, ja, ja, ja- ik gooi er de versnelling in!

Ik verbleef bij Mankirat en zijn ouders. Bij wie? Mankirat, zijn naam betekent rustige en vrije monnik. Hij volgt de vooropleiding van Nordic Black Theatre. Een theatergroep die mensen opleidt en aanneemt die een migranten achtergrond hebben omdat de organisatie het belangrijk vindt om iedereen in contact te laten komen met theater. Mankirat, ook wel Manki voor vrienden, wil hierna naar The National Art Academy om de acteursopleiding te gaan doen. Hij is fan van Prince en Michael Jackson en gek op de stukken van Tenessee Williams als ik zijn boekenkast mag geloven. Hij woont met zijn ouders in een buitenwijk van Oslo die Rumen heet, wat ‘the room’ betekent, toen Manki me dat doodleuk vertelde terwijl we over de ijzige snelweg reden, schrok ik wel even. Hij lachte uitbundig, zijn tanden zo wit als de besneeuwde bergtoppen die de lucht zwarter deden lijken en de snelwegen grijzer.

Ik was een beetje zenuwachtig. Het was pas de tweede keer dat we elkaar zagen en ik zou nu 3 nachten bij hem logeren. Hij vertelde in de auto ook pas dat zijn ouders geen woord Engels spraken, maar dat we daar wel uit zouden komen. Ik keek geconcentreerd naar de weg. De huizen onder de sneeuw, ijspegels aan de verkeersborden, bevroren smeltwater stromend en: ik zwetend in mijn wollen trui, wel in stijl. Mijn trui had glitters.

Even tussendoor: ik heb sneeuw, ijs, bergen van ver weg, snelwegen, falafel tenten, en Noorse studentenhuizen gezien, maar de culturele hoogtepunten van Oslo, behalve het operagebouw: geen idee!

Dat gezegd hebbende, duurt het niet lang meer of de figuren uit mijn titel komen aan bod. JA ECHT!

Ik was in Oslo voor een voorstelling! De voorstelling werd gespeeld in de Oslo Opera, een prachtig theater dat qua architectuur veel lijkt op het operagebouw in Sidney. De voorstelling was een ode aan niemand minder dan Bob Marley. Ik moet zeggen dat de band erg goed was en de muziek, natuurlijk. Het was erg leuk om de mensen die ik ken te zien spelen.

Na de voorstelling dronken de Noren in een racetempo witte wijn (want mega duur) en ik nipte een beetje terwijl ik luisterde naar de Noorse taal en me bedacht of ik hier stage wilde lopen.

De wijn was op. Ze stonden met z’n allen buiten te blowen.

(“Dat doe je in Nederland zeker ook altijd!”)
We wilden de première feestelijk afsluiten en besloten naar het appartement van de scenograaf, Nav, te gaan. We waren: haar zusje, Mankirat, zijzelf en ik. Ze ploften met een veganistische hamburger op de bank en zetten de televisie aan. Mankirat en Nav begonnen elkaar te masseren, haar zusje zat haar hamburger aan de eettafel te ontleden en ik.. Ja… ik weet ook niet precies wat ik daar deed.

Daarna volgde een redelijk direct raar gesprek dat als volgt ging:

NAV: Oké, Maxine wat doe jij eigenlijk?
IK: Ik zit op de Schrijfopleiding.
NAV: O wow, schrijvers zijn toch knettergek?

Stilte, alleen gesmak te horen.

IK: Ja, stil maar knettergek.
NAV: Ha ja, oké dan.

Zweet van ongemak druppelend over mijn rug.

Ik kroop steeds verder op de bank weg. Terwijl de anderen verschillende videoclips keken en boeren lieten van hun avondsnack, hoorde ik gelach voor de voordeur.

Twee seconden later stond er naast me op de bank een klein opdringerig mannetje te hijgen. Hij rook naar frikandellen en rookworst. Spetters speeksel vlogen hard en snel tegen mijn gezicht aan. Hij maakte me een beetje bang, maar toch bleef ik vriendelijk lachen en enthousiast ‘hello!’ zeggen.
Het was de pitbull van Anya, hoe die heet weet ik niet meer. Hij bleef maar hijgen, net toen ik daar aan gewend was begon hij tegen me op te rijden, onophoudelijk. Hondenvoer stinkt echt heel erg, heb ik geleerd.

Bereden worden door een pitbull terriër was niet het enige dat me die avond verraste. Er was nog een hond, Marla – een rottweiler die niet stil kon zitten. Marla liep oneindig rondjes door de veel te kleine woonkamer. Ze stootte hierbij blikken bier, planten en boeken van tafel met haar staart. Soms blafte ze kort maar luid. Dan waren er nog de eigenaressen van de honden, Anya en een andere meid die tegen me zei: “Wie ben jij? En wat doe jij hier eigenlijk?”
Én mijn favoriet van de avond: Uvidé. Hij werd aangekondigd door Anya als: “this crazy Romanian guy who drove me here.” Uvidé zei niet veel. Hij slurpte geduldig zijn koffie op want hij moest nog rijden. Anya en hij leken meer geschiedenis te hebben, maar ik durfde er niet naar te vragen. Hij was het ene moment stil en het andere moment stond die Anya uit te schelden voor stomme stinkhoer. Ze maakte het er zeker naar, toch vond ik zijn reactie extreem.

Hoewel hij onvoorspelbaar leek, had ik met hem het meeste contact. We spraken allebei geen Noors en dronken die avond allebei niet. We lachten naar elkaar en rolden met onze ogen als Anya weer iets in het Noors schreeuwde en de honden begonnen te blaffen. Hij bood me een sigaret aan. Ik weigerde, maar na verloop van tijd begon ik me zo te vervelen dat ik er op terug kwam. Ik liep op mijn sokken naar het balkon. Even vergeten dat het -10 was. De anderen zaten buiten te blowen. Ik ging tussen hen in zitten. Anya hield net een vurig pleidooi over waarom niet iedereen een huisdier zou mogen bezitten. De pitbull kon het niet veel schelen, die begon weer fanatiek tegen mijn been aan te rijden.

Ik heb het, geloof ik, drie uur vol gehouden voordat ik tegen Mankirat zei: “kunnen we alsjeblieft gaan?”
Met zijn rode ogen en losse lichaam stemde hij verveeld toe. Hij vroeg of de Roemeen ons naar huis kon brengen.

Met de honden in de achterbak, met zo’n hekje weet je wel niet écht in de achterbak, de twee dronken baasjes en Manki naast me, reden we terug naar Rumen. Mijn gordel ging niet vast, dus ik klemde me een beetje onbeholpen tegen Mankirat en de meisjes aan. Uvidé was weer in een linke bui en reed als een gek over de snelweg. De meisjes hadden er geen boodschap aan. Ze bleven de teksten van slechte rapnummers schreeuwen, roken in de auto en de honden blaften met hun mee. Ik fluisterde verlegen of het wat rustiger kon. De roemeen racete en racete steeds roekelozer naar Rumen.

Toen we er waren, bedankte ik hem vluchtig. Ik wilde weg. Te haastig, bij het uitstappen gleed ik uit. Ik bleef lopen dezelfde plek zoals alleen tekenfilmfiguurtjes dat kunnen.

Manki deed de voordeur dicht. Ik hoorde nog wat gebonk samen met het schelle stemgeluid van Lil’ Wayne. Ik had zoveel zin om te slapen. Mankirat ratelde nog wat door over de voorstelling. Ik hoorde het niet. Ik stelde me zelf gerust: welkom terug in the room Maxine, nog twee daagjes dan mag je weer naar huis.

Reacties (0)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *