Vera
21st Okt

Jaar 1 & Jaar 2 went op kamp

Toen het huidige Jaar 2 nog Jaar 1 was, waren we in de eerste week van het jaar nog vreemdelingen van elkaar. Het enige wat we van elkaar hadden gezien voordat we samen in de klas zaten, waren Facebookfoto’s, Facebookrelatiestatussen en Facebookposts (tot ver terug in de tijd). We besloten dit niemand aan te willen doen, helemaal niet het Jaar 1 dat na ons Jaar 1 zou zijn.

Zo geschiedde. Een jaar lang waren er speculaties, vergaderingen, vergeten ideeën en slapeloze nachten. Plots was daar onze geweldige Julia die een erg sfeervol huisje had geregeld. We stuurden Jaar 1 een bedreigend mailtje met daarin alles behalve de plannen voor het kamp. Het jaar was klaar, de vakantie liep ten einde, wij hadden onze spullen gepakt en op een dinsdagochtend kwamen we aan in Woerdense Verlaat.

Het huisje bevond zich tussen de weilanden. Wanneer je aankwam, blerden er schapen naar je, dit werd luidruchtiger als je naar ze toe liep en weer minder als je gewoon normaal deed en verder wandelde. Het was ongeveer een kwartiertje lopen over de dijk naar het huisje, we zijn allemaal twee kilo afgevallen.

We verdeelden taken. Er was een kookteam, een boodschappenteam, een schoonmaakteam, een kampmoeder en -vader, een animatieteam, een yogateam en een ‘wij-tillen-de-boodschappen-wel-over-de-dijk’-team.

De eerstejaars werden op woensdagochtend verwacht op Schiphol. Daar pakten we van alles van ze af, bijvoorbeeld hun loodzware bagage. We gaven een adres door en verdwenen weer in de duisternis (de auto die ons rechtstreeks naar het huisje bracht). De eerstejaars waren verloren in onwetendheid. Ze moesten lopen vanaf Station Woerden en Station Breukelen, dit schepte een enorme band. Toen ze even later (begin avond) aankwamen bij het huisje waren ze beste vrienden van elkaar geworden. Ze konden niet meer zonder elkaar.

Samen met de eerstejaars leerden we overleven in de natuur. We wasten ons in een beekje. De wc begaf het. Er was geen wifi. Er was geen Albert Heijn om de hoek. Geen Coffee Company. We voerden gesprekken met elkaar. We speelden Never Have I Ever, we dronken, we kaartten, we dronken, we speelden Wie Ben Ik?, we dronken. We aten. Er was zelfs gedacht aan de vegetariërs onder ons.

Die vrijdag vertrokken de eerstejaars om zeven uur ’s ochtends naar de introdag. Iedereen in de trein kon ze herkennen aan de vriendschapskettingen die ze mentaal om hun nek droegen. Nog steeds straalt het er vanaf. Ze zijn niet te breken.

Reacties (0)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *