foto2
4th Jan

Laten we even praten, want uiteindelijk komt het toch weer neer op seks.

Seks is inmiddels zo’n groot onderdeel van ons leven en onze samenleving geworden, dat het er niet meer uit weg te denken valt. Van reclames, televisieseries, boeken, flauwe grappen, serieuze gespreksonderwerpen, onderdrukte verlangens tot dat ene moment dat je met een ander deelt. We zijn er constant mee bezig en ondanks dat mannen er vaker aan zouden denken, kunnen vrouwen er ook behoorlijk wat van. Toch, als we het over seks hebben, waar hebben we het dan eigenlijk over?

Veel mensen praten over hun avonturen in de slaapkamer met zoveel mogelijk grote woorden en bravoure. Begeleid door wilde armbewegingen vertellen ze over hoe fantastisch het is, hoe vaak zij het wel niet doen en waar ze het allemaal gedaan hebben, maar bijna niemand praat over de onzekerheden die zich afspelen tussen die vier muren. Praten over seks als een negatieve ervaring is iets dat niet als ‘normaal’ wordt gezien en liever verzwegen wordt. We leren allemaal dat seks de ultieme vorm van genieten zou zijn, maar wat als dat nou niet zo is?

Als het iets wordt wat moet, betekent dat dan meteen dat jij anders bent dan de rest van de wereld? Dat er ergens misschien iets mis met je is? Of dat meedraaien in onze maatschappij meteen onmogelijk wordt?

Als ik terug denk aan mijn eerste keer moet ik niet denken aan het immense genot dat ik vond, maar aan hoe hard ik moest huilen. We hadden ongeveer acht maanden een relatie. Hij was twee jaar ouder dan ik, ik was net zestien geworden, en hij vond dat het maar eens tijd werd. Door alle enthousiaste verhalen die ik van vriendinnen hoorde, dacht ik dat proberen geen kwaad kon. Ik kende porno, vrouwen die gillend door een man werden verwend en zelfs mijn moeder zei steeds dat het zo fijn was om zo dicht bij een ander te kunnen zijn.

Iedereen om mij heen deed het. Het was iets dat bij volwassen worden hoorde en in mijn ogen ook heel bijzonder was, want iedereen op de hele wereld wil het per se doen en dan opnieuw en opnieuw blijven doen.

Op de basisschool had ik seksuele voorlichting gehad, maar dat ging over wat de puberteit ongeveer in zou houden. Op de middelbare school gingen ze er iets verder op in en vertelden ze vooral over de biologische aspecten van seks. Zo leerde ik over de verschillende geslachtsziekten die om de hoek kwamen kijken, wat er precies in jouw lichaam verandert en hoe kinderen in de buik worden gevormd. Op wat voor manier de vol met gierende hormonen puberende jongens en meisjes van onze klas met elkaar om moesten gaan en hoe dat respectvol ten opzichte van de ander moest? We hadden geen idee.

Dus toen mijn vriendje tegen mij zei dat het tijd was en dat onze relatie anders toch geen zin had, zei ik geen nee. Waarom zou ik ook? Zijn ouders waren niet thuis en ik kon geen redenen bedenken om nee te zeggen. Bovendien wilde ik hem niet kwijt. Daarnaast wist ik niet eens dat nee zeggen tot de opties behoorde. Op een gegeven moment moet je wel, toch?

Daar, samen in bed, liepen de tranen over mijn wangen. Niet omdat ik zo intens gelukkig was, maar omdat ik er helemaal nog niet klaar voor was. Pas na een paar minuten had hij door dat ik aan het huilen was. Het enige wat hij vroeg was of het echt zo veel pijn deed. Wat ik heb geantwoord weet ik niet meer, misschien een laf knikje.

Omdat ik in de week erna geen seks meer met hem wilde hebben maakte hij het uit. Lang heb ik gedacht dat dat mijn fout was. Had ik dan door moeten gaan, het wel doen? Gewoon, omdat hij het wilde?

We zijn op seksueel gebied nog nooit zo vrij geweest als nu. Sinds de seksuele revolutie ligt het onderwerp open en bloot op tafel. Alles moet kunnen, niets mag meer gek gevonden worden. Op pornosites ben je binnen een paar klikken bij de vreemdste fetisjen en als jij je er prettig bij voelt mag je er gewoon naar kijken. Dat vinden we allemaal helemaal oké. Althans, dat zeggen we. Dat dit soms voor een schurend effect zorgt, durven we niet altijd hardop uit te spreken. Iedereen heeft zijn grenzen, maar als alles moet kunnen vervagen deze al snel.

Een voorbeeld hiervan is een moeder die contact op heeft genomen met een opvoedingsdeskundige. Ze maakt zich zorgen. Haar man wil de kinderen leren hoe ze moeten masturberen door voor hen te gaan zitten en zich dan af te trekken waar zij bij zijn. De moeder vindt dit te ver gaan, maar is bang er iets van te zeggen, omdat ze niet preuts gevonden wil worden.

We leren hoe seks biologisch werkt, maar niet hoe we daar nou eigenlijk mee om moeten gaan. Misschien dat op sommige scholen het onderwerp seksuele intimidatie even voorbij vliegt, maar er is geen vak dat ons na laat denken over hoe we omgaan met relaties die we in ons leven opbouwen, zowel privé als op het werk. Een vak waarin wij leren wat gewenst is, wat vooral niet en hoe je dit aan moet geven.

Dat ik daarna geen enkele goede ervaring meer heb gehad met datgene wat volgens de maatschappij fantastisch en puur genot moet zijn, ligt misschien gedeeltelijk aan mij. Ik vind het moeilijk om aan te geven wanneer ik nee moet zeggen en doe dit dan ook niet of veel te laat. Toch heb ik ook al vaker meegemaakt dat iemand tegen mij zei dat hij van me hield, om daarna, nadat ik toe hapte, gauw weer weg te rennen zonder iets van zich te laten horen. Veel vriendinnen van mij riepen: “Ach, het zijn jongens, die lopen alleen maar achter hun lul aan en doen er alles aan om seks te hebben.” Maar dat vind ik makkelijk gezegd of moeilijk te geloven.

Had ik het van te voren aan kunnen zien komen? Het heeft heel veel effect gehad op mij, maar misschien heeft hij dat nooit zo bedoeld, of door gehad. We kunnen elkaars gedachten niet lezen en zo ook elkaars intenties niet voorspellen of inzien.

Wat ik heb meegemaakt wil ik niet erg noemen. Voor mij persoonlijk was het niet fantastisch, ik zie seks en liefde niet meer in het verlengde van elkaar, eerder als twee verschillende eilanden. En met mij waarschijnlijk vele anderen. Het is ook een leerweg waarop ik heb ontdekt wat ik wel en niet oké vind, trial and error, maar het is een voorzichtig voorbeeld van een groter probleem dat er onder lijkt te liggen.

Sinds kort is er de nieuwe hashtag #MeToo overal op internet opgedoken. Vrouwen kunnen op deze manier via social media laten weten dat zij op een seksuele manier lastig zijn gevallen. Als een online Tsunami vliegt deze hashtag het internet over. Vrouwen van wie je het nooit eerder hebt gehoord, durven, door bijval van andere vrouwen over de hele wereld, voor het eerst hun verhaal te doen.

Dat deze golf zo groot wordt is niet alleen bijzonder omdat zoveel vrouwen massaal het probleem benoemen, maar ook omdat het gaat over situaties die jaren geleden zijn voorgevallen. Blijkbaar hebben ze er jaren niks over durven zeggen, uit schaamte of angst, of misschien omdat ze dachten dat ze er zelf ook aan hadden bijgedragen. Deze negatieve seksuele ervaring heeft jaren lang verstopt gezeten in hun hoofd, zonder ooit uitgesproken te mogen worden. Waarom is er een storm op internet nodig voordat mensen eindelijk hun mond open durven doen en uit kunnen spreken hoe ze eigenlijk hadden gewild dat het was gegaan.

De #MeToo is groot in het nieuws gekomen omdat er veel namen uit Hollywood bij kwamen kijken. De producers en regisseurs uit de filmwereld werden aangewezen door niet een, maar meerdere vrouwen (en mannen). Velen ontkenden de beschuldigingen en anderen reageerden geschokt, niet wetende dat wat er toen die avond gebeurde zo’n heftig effect heeft gehad op de ander.

Verkrachting is fout. Dat vinden we allemaal. Aanranding ook. Seksuele intimidatie idem, toch? Maar waar zit de grens tussen overvriendelijk zijn en seksuele intimidatie? Tussen oprecht iemand leuk vinden en net te ver gaan? Verschilt deze ook niet per persoon? En hoe kan ik weten wat jij te ver vindt gaan als in mijn beleving een hand op jouw onderrug laten rusten gewoon betekent dat ik je aardig vind?

De #MeToo verhalen gaan over verkrachtingen, aanrandingen, maar ook over producers die te dichtbij kwamen op een manier die als onprettig werd ervaren. Het gaat hierbij vooral over ongelijke machtsposities, actrices en producenten, bazen en werknemers, docenten en leerlingen. Posities waar wij allemaal uiteindelijk op de een of andere manier in terecht gaan komen.

Ik heb er nooit aan gedacht om iemand met wie ik in contact ben gekomen aan te geven of #MeToo op mijn Facebook te zetten. Zeker heb ik wel eens nare ervaringen gehad, maar ik heb altijd gedacht dat ik er zelf ook bij was en hen heb toegestaan om mij op die manier te behandelen.

Had ik kunnen weten wat precies de gevolgen zouden zijn? En betekent dat, dat ik altijd goed moet keuren, ook al heb ik ja gezegd, wat er daarna gebeurt?

De hoeveelheid vrouwen die de hashtag wel op hun Facebook heeft gezet, zegt iets over hoe gebruikelijk het is dat een vrouw zo’n ervaring mee maakt. Zijn we echt verleerd hoe we met elkaar om moeten gaan, of hebben we het nooit geweten?

Lang geleden, op de basisschool, terwijl we met z’n allen over het schoolplein renden, stonden zowel de jongens als de meisjes op gelijke voet met elkaar. We speelden samen wanneer we wilden, hielpen elkaar waar moest, maar buiten het feit dat ik af en toe een jurkje droeg en hij altijd een broek was er geen verschil tussen ons. De een was niet meer dan de ander, de ander al helemaal niet ondergeschikt aan de een. Ook zat er geen verschil in de manier waarop de jongens en de meisjes met elkaar of met de ander omgingen.

Pas toen de puberteit kwam leerden we dat we eigenlijk op andere werelden staan, Mannen komen van Mars en vrouwen van Venus — mannen krijgen sperma, vrouwen lanceren maandelijks eitjes — iets wat ook steeds duidelijker aan onze lichamen te zien was.

Ergens in de tijd dat we opgroeien maken we een ontwikkeling mee waarin beide geslachten zo anders worden, dat de seksuele aspecten voorop de menselijk aspecten komen te staan. Hoe we een brug tussen deze werelden moeten bouwen, dat hebben we nooit geleerd.

We zouden voordat we denken anders te worden, moeten leren hoe we met elkaar om gaan. Alleen, als je het aan elke willekeurige ouder zou vragen, zouden ze zeggen dat ze dat allang in de opvoeding mee geven.

Buiten onze ouders om moeten we leren wat wel en niet kan. Niet omdat ik de meeste ouders niet vertrouw, maar omdat we allemaal hetzelfde zouden moeten leren. De opvoeding is naast dat het grotendeels cultureel bepaald is, sterk afhankelijk van de ouders, waar ze vandaag komen, welke baan ze hebben, hoe ze zelf zijn opgevoed etc. Het onderwijs zou dan als neutrale factor gelden, iedereen moet immers naar school.

We moeten leren wanneer je nee kan zeggen, wat nee zeggen is, maar ook wat aanrakingen zijn, hoe je daar mee om gaat en wanneer ze wel of niet gewenst zijn. Want als we het allemaal leren, kunnen we ook niet meer fout gokken, toch?

Deze les zal al op de basisschool in het onderwijs moeten worden gegeven, omdat ik denk dat het belangrijk is dat we leren met elkaar om te gaan vóórdat de wezenlijke verschillen een zo’n groot gat tussen onze planeten scheppen, dat de oversteek onmogelijk wordt. Ze zeggen immers toch ook niet voor niets, jong geleerd is oud gedaan?

Als ik jonger had geleerd wat intimiteit betekent binnen een relatie met een ander, maar ook met jezelf, dan was ik in de puberteit, overrompeld door emoties, misschien niet van mijn stuk geblazen door het ultimatum verlaten worden of seks hebben.

Je zou je af kunnen vragen of kinderen op de basisschool niet te jong zijn om hier les over te krijgen. Waarom niet pas les geven op het moment dat het probleem zich letterlijk voordoet en je het direct bij het nekvel kan pakken?

Als je kijkt naar de loop van je leven, leef je immers maar een korte tijd in volledige naïviteit en onschuld (en dat als je geluk hebt). De jaren tot je 10e zijn ongeveer de enige jaren waarop je volledig ongegeneerd kan spelen, zonder dat de zorgen van buiten over je schouder mee kijken. Bovendien zijn kinderen op de basisschool nog bezig met leren hoe ze op een stoel moeten zitten, misschien zijn ze net toe aan avi 8 of 9, zou je met hun al kunnen praten over de seksuele ongelijkheid in de maatschappij?

Seks is, in tegenstelling tot wat veel ouders denken, niks nieuws voor kinderen. Kinderen zijn, al dan niet onbewust, al op vroege leeftijd nieuwsgierig naar dingen die wij als volwassenen zeer seksueel zouden noemen. Op de site ouders.nl, een forum waar ouders vragen kunnen stellen aan psychologen en gedragsdeskundigen, geeft psycholoog Sandrijn van der Doef antwoord op de vraag van een bezorgde vader.

Het betreffende zoontje is namelijk van school gestuurd nadat hij zijn vriendjes dwong om aan zijn geslachtsdeel te zitten en deze te likken. Ook deed hij dit zelf bij zijn medescholieren. De school wist niet meer wat ze met het jongetje aan moesten en besloten dat het naar speciaal onderwijs moest.

Van der Doef reageert echter alles behalve verbaasd. Zo schrijft zij dat kinderen willen ontdekken. Ze zijn nieuwsgierig naar wat de ander heeft en wat zij niet hebben. Omdat kinderen zich nog niet bewust zijn van wat wel en niet kan weten ze ook niet hoe ver ze mogen gaan.

Je zou je bijna af kunnen vragen of het erg is, een kind doet dit immers toch nooit met slechte bedoelingen?

Wellicht, maar in hetzelfde voorbeeld noemt Van der Doef ook een geval waarin een jongetje met een potlood wilde kijken hoe diep de vagina van een meisje was. Iets wat, buiten zeer pijnlijk, heel traumatisch voor het meisje kan zijn. Als een volwassene dit bij een andere volwassene zou doen, dan zouden we nu in de rechtszaal staan.

Van der Doef stelt dat kinderen moeten kunnen onderzoeken, maar dat ook duidelijk moet worden aangegeven wat de grenzen zijn. Om te voorkomen dat dit in de toekomst gezien gaat worden als iets wat ‘normaal’ is, zou je kinderen al op jonge leeftijd duidelijk moeten maken hoe je respectvol met elkaar omgaat, zowel in de opvoeding als in het onderwijs.

Dat dit op veel scholen niet gebeurt is zowel schokkend als logisch tegelijk. Het vak seksuele voorlichting is namelijk een keuzevak voor de studenten van de lerarenopleiding (pabo). Op een bijeenkomst in Eindhoven, van ‘kenniscentrum seksualiteit’ Rutgers WPF, werd een nieuwe lesmethode voor pabo-studenten gepresenteerd genaamd: “Juf doet u ook aan seks?”

Ondanks het gratis bijgeleverde vijfgangenmenu zijn er vijf van de 45 aangeschreven pabo’s gekomen. Een soortgelijke avond in Zwolle werd afgelast vanwege het gebrek aan belangstelling. Zijn we dan, ondanks de tijd waarin we nu leven, toch bang om over seks te praten?

Je zou kunnen stellen dat het niet aan de leraren is om een kind op te voeden als het over seks gaat. Sterker nog, er zijn veel ouders die hun kind thuis houden van school als ze weten dat het daar over seksualiteit gaat. Volgens orthopedagoog Elzeline Strijker van GGD Midden Nederland hebben veel ouders niet de juiste kennis over de seksuele ontwikkeling van een kind.

Ze leren het kind met veel geduld praten, eten en fietsen, maar seksualiteit bekijken ze vanuit volwassen ogen. Ook komt ineens het taboe om de hoek kijken. Ze staan niet stil bij het feit dat kinderen niet bang voor, maar juist nieuwsgierig zijn naar hun eigen lijf en dat van elkaar.

De tweede kamer heeft besloten dat een van de kerndoelen in het onderwijs is dat er meer gepraat moet worden met de leerlingen over seksuele diversiteit. Een topplan, al zeg ik het zelf. Helaas gaat het bij dit doel alleen over het benoemen dat het oké is als een man op een man valt en de verdere verschillende seksualiteiten. Wat er na het verliefd worden of de lustgevoelens gebeurt, dat wordt buiten beschouwing gelaten.

Hebben we echt vijftig jaar na de seksuele revolutie zulke drastische middelen nodig als een verplicht vak om weer tot een normale omgang met seksualiteit te komen? We hebben veel bereikt sinds een eeuw geleden. Vrouwen mogen kiezen. In Amerika zijn er op het moment meer vrouwelijke managers dan mannelijke. Gemiddeld blijven ze 19% minder verdienen dan hun mannelijke collega’s, maar ze zijn er wel. Mannen mogen relaties met mannen hebben, vrouwen met vrouwen en seks is niet meer iets voor na het huwelijk. Toch zijn we in die vrijheid zonder regels doorgeschoten, waardoor we nu meer last hebben van onzichtbare grenzen, die niet meer aanwijzen wanneer iets te ver gaan is en waar de grens tussen gevoelens krenken en trauma’s oplopen zit. Dat we nu even iemand kunnen proeven als we daar zin in hebben, zonder daarna verantwoordelijkheid te hoeven dragen voor de gevolgen. We zijn immers vrije wezens, niet?

Ik kan het mijn eerste vriendje niet kwalijk nemen. Hij deed uiteraard ook alleen maar hoe hij dacht dat het moest of hoorde. Wat je nooit hebt geleerd, kun je ook nooit weten toch? Maar dat het ook anders kan, daar geloof ik wel in. Mannen en vrouwen zijn op geen enkele manier meer ongelijken, we streven zelfs meer dan ooit op gelijkheid af, dus ook op seksueel gebied zou er geen verschil moeten zijn in de manier waarop je met respect met je vrienden omgaat en met je bedpartners.

Het zal lastig worden om de volwassenen in onze huidige wereld anders te laten omgaan met seks en met elkaar. Wat we jong hebben geleerd is er in de jaren ingesleten en vastgeroest. We kunnen ons er wel meer bewust van worden. Wat zijn precies de gevolgen van de dingen die ik doe. Als ik iemand zo behandel, is dat eigenlijk wel oké? En zou ik, nu ik er toch over nadenk, nog eens goed stil moeten staan bij de manier waarop ik iemand benader.

Wel wil ik nog even duidelijk stellen dat het laatste wat ik wil is mensen bang maken om nog toenadering te zoeken. Ik wil ze juist aanmoedigen om deze toenadering te zoeken, maar dan in plaats van doen wat je denkt dat goed is, duidelijk communiceren met de ander.

Als we dit al aan onze jonge kinderen mee kunnen geven, duidelijke manieren van hoe we met elkaar om kunnen gaan, maar ook wat we moeten doen als we het even niet weten, dan zullen we in de toekomst misschien op dezelfde planeet landen en niet meer naar de ander kijken alsof ze marsmannetjes zijn.

Zie het als een ontmoeting met buitenaardse wezentjes. Als we ze rustig benaderen, kunnen we misschien vrienden worden en veel van ze leren, maar als we zonder aankondiging hun planeet binnendringen, wordt het een invasie waar we geweld voor terug kunnen verwachten.

Bronnen

http://burgerschapindeschool.nl/kerndoelen-primair-onderwijs

https://www.nrc.nl/nieuws/2012/12/29/seksualiteit-tussen-oke-en-niet-oke-1191529-a298129

ouders.nl

Dit essay verscheen in de reeks Essays 2017-2018, eindteksten Beschouwend schrijven van de tweedejaars studenten van de Schrijfopleiding.

Reacties (0)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *