5055782 (1)
22nd Dec

Essay 3: Maar míjn kind heeft talent

Ik ben negen als een verschrikkelijk lot mij overkomt. Ik loop een gebouw in met grote deuren. Hier krijg ik een sticker op mijn buik geplakt. Ik word een nummer. Ik wil graag een nummer zijn, omdat ik heb geoefend. Elke dag heb ik uren gezongen onder enthousiaste begeleiding van mijn moeder. Mijn zes jaar op ballet zullen eindelijk van pas komen. Ik kan pas de chat, de grand plié zonder handen, en de split, nadat mijn balletjuf me meermaals met mijn benen tegen de grond heeft geduwd. Ook heb ik de film gezien over het weesmeisje met rood haar, ik heb mezelf erin herkend.

Een uur later zit ik huilend in de auto en zijn mijn dromen musicalster te worden door het putje gespoeld. Ik heb niet hard genoeg geoefend.

Ik kan dus niet zingen en dansen eigenlijk ook niet. De week erna besluit mijn moeder me van ballet af te halen. Mijn balletschoentjes gooi ik in de prullenbak. Die haarnetjes waren toch al niet echt mijn ding. Het zingen zet ik ook even op
een laag pitje, ik doe het alleen nog in mijn vrije tijd. Een beetje jammer van de verspilde moeite, maar goed. Ik heb nog even. Op mijn elfde besluiten mijn moeder en ik mij van carrièrepad te laten wisselen.

1794632_736519569726231_1603017428_nHet is altijd praktisch om iets achter de hand te hebben. Voor mij zijn dat mijn acteerkwaliteiten.  Tien jaar lang speel ik, waar mogelijk, toneel. In afstudeerregies,  op jeugdtheater scholen en vooropleidingen. Mijn moeder rijdt me naar Amsterdam, Maastricht en Hilversum om me de beste scholing te bieden. Ik vind het heerlijk en heb de droom beroemd te worden. Deze tijd beschouw ik als een periode van bloei. Een tijd waarin ik mezelf leer kennen en veel kansen toegereikt krijg, waar ik erg dankbaar voor ben.

Zo krijg ik bijvoorbeeld de kans auditie te doen voor de hoofdrol in een film. Ik ben denk ik veertien. Of ik het erg vind om hiervoor naakt te gaan, vragen ze. Natuurlijk vind ik dat geen probleem. Mijn moeder heeft me al in geen jaren meer bloot gezien maar zo’n kans laat je niet zomaar schieten. Jaren later verschijnt de film met een (bekendere) andere actrice in de hoofdrol.

Ja, de concurrentie wordt steeds feller. Er moeten afvallers zijn met zo veel jongeren die dezelfde ambities hebben, wordt me duidelijk. ‘Natuurlijk heb je nooit echt verloren omdat je altijd de ervaring nog hebt’ zegt mijn moeder. Maar helaas. Ik weet – en zij ook -dat toch niet iedereen dezelfde wedstrijd zal kunnen winnen.  Een succesvol vriendinnetje uit mijn musical-tijd zegt tegen mij ‘Ja, maar Jet, vaak gaat het er toch om dat op de juiste tíjd op de juiste plék bent. En dat je een knap koppie hebt. Dat je een beetje op je figuur let, in je pubertijd kan daar ineens van álles mee gebeuren. Je sociale contacten onderhouden… Om eerlijk te zijn, je hebt het toch uiteindelijk zelf in de hand.’

Op mijn vijftiende neemt mijn leven een onverwachte wending. Ik krijg op Hyves (ooit hét platform voor je sociale contacten) een bericht van een modellen-scout. Gelukkig heb ik op Hyves een aantal veelzijdige foto’s van mezelf gezet. Een week later loop ik met mijn moeder door Amsterdam. We bellen aan bij een groot grachtenpand, waar de Agency gevestigd is. Mezelf profileren lukt aardig. Mijn moeder is trots en zegt dat ze niet gedacht had dat ik ooit nog eens mooi zou worden. Ze doet me voor hoe ik op een catwalk moet lopen en op de foto moet staan. Ik word niet meer teruggebeld. 

Weer terug naar het theater. Ik ga na mijn vooropleiding, intussen twintig geworden, audities doen voor de toneelschool. Ik mag echter in Maastricht niet aanwezig zijn bij de ‘voorronde’, ook wel (in de volksmond) de ‘Kemna ronde’ genoemd, naar ‘Kemna Casting’, het grootste modellenbureau van Nederland. Het is bekend dat in deze ronde de kans om aangenomen te worden aanzienlijk groter is dan bij de ‘gewone’ audities. De Kemna ronde is speciaal in het leven geroepen voor jongeren die in films hebben gespeeld of op een andere manier op TV zijn geweest. Waar ik al die jaren mee bezig was geweest, bleek volstrekt oninteressant. Mijn moeder had me rollen moeten laten spelen in Spangas, ‘Lover of Loser’ of ‘Achter gesloten deuren’.10291690_807574642620723_6408490951983867900_n

Op alle vier de scholen word ik vrijwel meteen afgewezen.

Accepterend dat mijn onervarenheid de tragiek van mijn jeugdcarrière zou zijn, word ik maar schrijver. ‘Schrijvers kunnen dat soort ellende goed gebruiken’, zegt mijn moeder nadat ze me ophaalt van mijn auditie voor de acteursopleiding in Amsterdam. Ondanks dat ik op mijn vijftiende geen boek over loverboys of anorexia heb uitgebracht, word ik toch aangenomen op de schrijfopleiding.

Heb ik dit alles te wijten aan mijn moeder? Ik weet het niet. Al deze avonturen hebben me niet bepaald gelukkig of zelfverzekerd gemaakt, al is zelfontplooiing wel het mom waaronder veel ouders hun kinderen van hot naar her slepen. Van auditie naar auditie, talentenjachten en optredens.

Misschien heb ik liever een moeder die me voor alles beschermt. Deze moeder zal ik nooit hoeven te bewijzen dat ik ergens talent voor heb of goed in ben. Ze zal altíjd trots op me zijn en zal me accepteren om wie ik ben, niet om wat ik doe. Ze zal me nooit vragen ‘ Wat wil je later worden?’ omdat ze niet wil dat ik daar over na zal gaan denken.

Deze moeder zal me niet naar school laten gaan. ‘Scholen’, vindt ze ‘Zijn het begin van de prestatiegerichte maatschappij’. Ze zal me zelf les geven. Met alle liefde, aandacht en vooral tijd. Zelf werkt ze niet. Haar lessen zal ze zo veelzijdig mogelijk indelen. Als ik ergens een interesse voor ontwikkel, zet ze er altijd iets tegenover waar ik moeite mee heb.

Of ze zal me naar de vrije school sturen, in het kader van ‘lang kind blijven’, de ontwikkeling van het kind, aangepast per levensfase. Pas naar de basisschool als je je tanden hebt gewisseld en leren met je handen, niet uit boeken.

Deze moeder zal me laten spelen met kinderen als ‘Maan’ en ‘Lieve’. We mogen niet lang op de computer en ook geen Nickelodeon kijken. Het speelgoed zal uniseks zijn en ik zal kleuren met potlood, niet met stift. Ze zal koekjes bakken,  verhalen vertellen, herfsttafels met me maken. We gaan op vakantie in de Ardennen.

Later zal ze me niet toestaan een account aan te maken op social media platforms. Ze zegt dat dat niet nodig is om vrienden te maken. Dat je nooit helemaal jezelf kan zijn op internet.

Ik zal leren het leven te waarderen en me geen zorgen maken om wat ik doe, niet doe of heb gedaan. Mijn jeugd zal zorgeloos zijn.

10176099_773416082703246_3378640376181365210_nDeze moeder zal me omhelzen en niet meer loslaten tot ik mijn eindexamen heb afgerond. En zelfs dan zal ze me altijd nog een veilige plek bieden, me altijd behoeden voor het gevaar van de buitenwereld. Ze zou me niet laten roken, geen alcohol laten drinken en mij in wollen truien en linnen broeken laten lopen. Ze zal verkering al lang afgezworen hebben omdat ‘ze mij heeft’ en zal zeggen dat dat ook beter zal zijn voor mij. Dat andere mensen me toch alleen maar ongelukkig maken, me pijn zullen doen. Ze zal me het liefst nog voeden als we stamppot eten. Of liever nog, ze zal me aan haar borst leggen en melk voederen.

Toch zal er een tijd komen dat ik moet beseffen dat de wereld geen speeltuin is, met rubberen matten die je val dempen. Vroeg of laat moet je erachter komen dat niets perfect is. Mensen stellen je teleur, verwachten dingen van je, kwetsen je, beoordelen je om je uiterlijk. Hoe lang ik kind moet blijven, valt niet te reguleren. Als je de buitenwereld ver van me weg laat, zal ik vroeg of laat schrikken van de hardheid ervan. Ik zal me niet kunnen verweren; worden gepest en me later geen draai weten te vinden in de samenleving. Hoe meer er wordt gedaan alsof jouw huis, jouw gezin ‘het leven’ is, hoe bozer de grote-mensenwereld kan lijken. Je kind opsluiten tot ze achttien geworden is, is dus niet de juiste oplossing.

Dan maar alle wereldproblematiek in één keer door het fruithapje? ‘Los het maar op, zei duimelot’? Hoeveel leed ik precies aan kon vanaf welke leeftijd, weet ik niet meer. Dit maakt het ook een lastige kwestie; kinderen kunnen hun grenzen niet aangeven zoals wij dat kunnen. Dit heeft ermee te maken dat voor een kind het begrip ‘je eigen grens’ erg vaag is. Ik heb nog nooit een klein kind horen roepen: ‘Al die ellende, ik kan het gewoon niet meer áán!’? Toch zijn er genoeg kinderen die later problemen hebben door de druk die hun van buitenaf is opgelegd. Er zullen dus, op welke manier dan ook, ergens grenzen getrokken moeten worden voor kinderen. In opvoeding? Niet alleen, wat mij betreft.

Zet de TV aan en zie talentenshows als ‘The Voice of Holland’, ‘Masterchef’, ‘X-factor’ en natuurlijk het ‘Songfestival’. Programma’s waar volwassenen het tegen elkaar opnemen in een strijd voor de hoofdprijs, de beste te zijn van Nederland en daarbuiten. Het gaat hier dus over ‘strijd’, het concept van ‘winnen’, en ‘verliezen’, over ‘talent’ en ‘talentloos’.

‘The Voice kids’, ‘Masterchef junior’, ‘Superkids’, ‘Junior Songfestival’. Allemaal shows die onze kinderen niet alleen kinderen meer maken, maar ook jonge talentjes. Want zeg nou zelf, het is toch enorm schattig die kleine mensjes leuk te zien zingen en dansen.

Nu heb ik het nog niet eens over de vergrote versie hiervan; de Amerikaanse ‘Pageants junior’. Dit is een verkiezing voor verschillende leeftijdsgroepen, van de ‘Babies’ tot de ‘Child Beauty’. Hier wordt gestreden om wie het knapst is en wie het beste trucje kan. In de documentaire van HBO genaamd ‘Living Dolls: The making of a child beauty queen’ is te zien hoe dit in zijn werk gaat. Kinderen worden in de make-up gezet, hun haar wordt gekruld en ze krijgen een kleurige, nietsverhullende jurk aan. Ze leren zich te gedragen op het podium, de juiste handbewegingen en grappen te maken en lief te lachen. Er wordt net zo lang aan deze kinderen geknutseld tot ze eruit zien als, je raadt het al, mini-volwassenen.

Ook als ik kijk naar de voorrondes van het één van de genoemde programma’s valt me op dat de kinderen zich wel heel sociaal wenselijk gedragen. Ze zwaaien vrolijk naar de camera, maken een ‘bel me’ gebaar als er wordt verzocht op ze te stemmen en als ze verliezen huilen ze niet, maar zeggen ze iets als ‘Ik ben zo blij dat ik zo ver ben gekomen! Ik wil iedereen bedanken die mij heeft geholpen en vooral mijn ouders voor hun onvoorwaardelijke steun.’ Waar ze deze woorden vandaan halen is me een raadsel. Zelf verzonnen hebben ze het niet, ze praten iemand na. 311336_499635106748013_535745924_nNatuurlijk zijn ze kapot van hun verlies, voelen ze zich minder goed dan anderen en huilen ze in de auto naar huis (nee, ik ben niet de enige). Het is normaal om dat te voelen als je niet je doel bereikt.

Toch zou ik het, op mijn beurt, niet anders doen dan mijn moeder. Ik weet dat ze het beste met me voor had en me kansen wilde geven. Ik ben altijd bezig geweest met mijn toekomst. Zij ook, omdat ze mij dat niet wilde ontzeggen. Maar tevens zat ik op de vrije school met Maan en Lieve, waar ik speelde met uniseks speelgoed. Zij heeft me willen beschermen, zodat ik niet gekwetst zou worden en langer ‘kind’ kon blijven.

Wat mij betreft heeft het aangeven van deze grens tussen kind en volwassene, alles te maken met invloeden van buitenaf. Er wordt verwacht dat ‘talentvolle kinderen’ de ruimte moeten krijgen daar op een professionele manier iets mee te doen. Op zich een mooie gedachte, maar in de praktijk zorgt dit voor concurrentie, het aanleren van de polarisatie tussen ‘goed’ en ‘slecht’ en hieruit voortvloeiend de druk om (te) snel volwassen te worden, of je in ieder geval volwassen op te stellen.

Op mijn jeugd terugkijkend, denk ik uiteindelijk toch aan de vrijheid die ik kreeg om jong te zijn. In bomen te klimmen en vies te worden Jongens-pakken-de-meisjes te spelen. In ieder geval niet aan verwachtingen van de ‘grote volwassen wereld’ te hoeven voldoen. Ik zou ieder kind willen gunnen om optimaal te genieten van hun jeugd.

Ik vind dat kinderen in dusverre beschermd moeten worden dat ze niet op een ‘professionele’ manier aan talentontwikkeling kunnen en hoeven te doen. Ze horen bezig te zijn met het ontdekken van zichzelf en de wereld om hun heen. Onbezorgd vrijheid ervaren en kunnen vallen, het leren zónder dat het consequenties heeft op de rest van hun leven. Ook zonder zich te richten op prestatie, kunnen kinderen zich ontwikkelen. 

Het woord ‘professioneel’, staat in het woordenboek omschreven als ‘met het genoemde als beroep’ en kinderarbeid is verboden, kinderen horen nou juist nog niet te werken.

Reacties (0)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *