The_same_game144
30th Dec

Essay 9: Nog een bakkie?

Iemand vragen om seks met je te hebben, is hetzelfde als het aanbieden van een kopje thee. Dat werd recent gesteld in een filmpje gemaakt door de Thames Valley Police. Wil iemand geen thee? Dan geef je niet alsnog thee. Vraag je of iemand thee wilt, maar twijfelt diegene, dan kun je zeggen ‘denk er maar over na’, of, ‘ik kan je alsnog thee geven, maar als je dan toch echt geen thee wilt, moet je het maar zeggen’. Je gaat ook niet iemand dan toch bevelen de thee te drinken, doordrammen of manipuleren om je kopje thee toch aan te nemen. Ook ga je niet, als iemand nee zegt, iemand thee in z’n strot gieten. Je voert ook iemand niet stiekem een kopje thee wanneer diegene slaapt. Ik voeg er ook aan toe: je roept ook niet midden over een plein of iemand je kopje thee zou willen hebben of dat iemand er uit ziet alsof ie veel thee drinkt, als je diegene niet kent. Is gewoon een beetje gek, nogal onbeleefd en intimiderend bovendien.

“Ik bedekte al eerder vroom mijn haren, in Syrië zelfs continu, maar dat was uit vrije wil, omdat ík niet constant kwijlende mannen achter me aan wenste”.

Toen ik reizend in mijn treintje zat, ergens in Europa, las ik het boek ‘Miss yellow hair, hello!’. Dromend over reizen naar exotische oorden, las ik een passage waarin Iris Hannema, de schrijfster en subject in haar autobiografische reisboek, zich in het Midden-Oosten bevond. Ik bladerde naar hoofdstuk ‘Syrië’. Hier las ik hoe Iris hordes vrouwen en mannen om zich heen kreeg, zodra ze haar blauwe ogen zagen. Ook las ik dat ze een trouwring droeg uit bescherming, omdat ze anders tientallen mannen kreeg aangeboden met de zin ‘he good man, you marry’. Om dezelfde reden – zelfbescherming – droeg Hannema dus ook een hoofddoek.

Zo had ik het nog niet bekeken. Ik zag de hoofddoek vooral vanuit mijn (wat kortzichtige) westerse perspectief; als een verplichting vanuit de Islam. Blijkbaar is het niet slechts een verplichting, het is ook een keuze, met niet alleen religieuze motieven die een rol spelen. Wat een wildernis, dacht ik na het lezen van dat fragment, blij dat ik in Nederland woon.

Eenmaal in Praag ging ik uit. Met vier kersverse vrienden, net opgeduikeld in het hostel waar ik een uur geleden aankwam, stond ik te dansen in de grootste club van Europa. Het viel ons op dat er vrij veel mannen waren op onze etage. Het testosteron was zo aanwezig, dat ik het gevoel had dat ik het bijna kon vastgrijpen in de vorm van klam zweet.

Het testosteron was zo aanwezig, dat ik het gevoel had dat ik het bijna kon vastgrijpen in de vorm van klam zweet.

Ik had eigenlijk geen zin in mannelijke aandacht die avond. Toch kon ik niet negeren dat een aantal jongens in m’n buurt steeds ietsje dichter bij me kwam dansen. Één jongen pakte m’n hand. Ik glimlachte en zei ‘no, thank you’. Ook anderen die een poging waagden mij op een iets daadkrachtigere manier ten dans te sleuren, kregen een beleefde nee, waarbij ik probeerde mijn irritatie niet door mijn glimlach heen te laten schemeren. Hij en de andere mannelijke omstanders gaven het niet op. Één van de jongens pakte me bij m’n heupen en drukte me tegen hem aan. ‘I thought i said no’, zei ik boos en rukte hem van me af. ‘Ah, come on,’ zei hij. ‘Fuck you,’ zei ik ‘that’s fucking impolite’. Één van mijn nieuwe vrienden van het hostel, Shawn, zag het gebeuren.  Hij liep naar me toe, om me te helpen, dacht ik. ‘Give that guy a break,’ zei hij tegen me. Oké, Tessa, dacht ik toen, misschien moet je je inderdaad niet aanstellen. Die jongen probeert ook maar een meisje te scoren voor de avond. Ik deed zo veel mogelijk mijn best niet de aandacht te trekken, en beperkte heupbewegingen tot een minimum.

Blijkbaar trok dat al genoeg aandacht. Jongens om me heen begonnen te fluiten. Op de een of andere manier vormde zich in rap tempo een kring, waarbij de mannen die de cirkel vormden bevalen dat de geringe meisjes er in gingen dansen. Helaas stond dit geringe meisje erg dichtbij. ‘No,’ zei ik ‘sorry, pick someone else.’ ‘Come on, come on,’ klonken stemmen van verschillende mensen. Een tiental nee’s was niet genoeg. Er werd aan me getrokken. Ik keek om me heen. Het stond stampvol. Om er vanaf te zijn danste ik tien seconden in de kring en zei toen dat de show over was. Ik vluchtte weg.

Het zal wel Praag zijn, dacht ik. Terug in Utrecht fietste ik in de avonduren over straat. Een auto kwam langzaam naast me rijden. Er rolde een raampje naar beneden. Er zat een tweetal jongens in. Ze begonnen tegen me te praten. Dat ik knap was, waar ik heen ging, en of ik niet met hen mee wilde. Nee bedankt, zei ik, fijne avond. Het duurde nog even voordat ze wegreden. Een andere dag liep ik over het Janskerkhof toen een drietal bouwvakkers naar me riep. Of ik niet even wilde lachen. Ook dacht ik aan alle keren dat ik uit ging in Nederland, en iemand me in mijn billen kneep, of dronken gasten die me zomaar proberen te zoenen. De mannen die dit deden verschilden allemaal van nationaliteit (voor zo ver ik kan beoordelen naar aanleiding van uiterlijk).

Overdag zag ik een vrouw lopen met hoofddoek. Ik dacht terug aan Iris Hannema in Syrië en aan de zelfbescherming. Zou deze vrouw hier, naast religieuze redenen, andere redenen hebben om een hoofddoek te dragen, zoals zelfbescherming?

Ik probeerde me in te leven in de situatie. Heb ìk ooit, met terugwerkende kracht, de behoefte gevoeld me te bedekken (dat is immers wat het is; bedekking)? Alle eerder genoemde situaties schoten door mijn hoofd. In Praag had het me prima geleken om te swingen in een boerka. Dan kon ik gewoon bewegen zoals ik wilde, zonder dat ik me zorgen had hoeven maken over het al dan niet uitlokken van reacties van omstanders. Ook hier in Nederland lijkt het me prettig als de mogelijkheid tot het ontvangen van dat soort type aandacht af en toe ontbreekt, hoe vaak of niet vaak ik het ook ontvang. Het in mindere mate ontvangen van deze aandacht is een bijkomstigheid die ik zeker mee zou nemen in de keuze om me te bedekken. Het antwoord luidde dus: ja.

In Praag had het me prima geleken om te swingen in een boerka.

Ik dacht dat dit soort bedekking meer iets is voor vrouwen in landen als Syrië, maar ik woon in Nederland. Misschien, begreep ik ineens, is Nederland, of ‘Het Westen’, helemaal niet heel anders. Hoewel er hier, vanuit westers oogpunt, meer sprake is van vrouwenemancipatie, heeft een vrouw nog steeds een andere positie ten opzichte van een man, in ieder geval op seksueel gebied. Of beter gezegd: hebben vrouwen en mannen andere posities ten opzichte van elkaar. Er wordt echter niet bewust omgegaan met het feit dat er wezenlijk verschil is. ‘Meisjes weten vaak niet hoe kwetsbaar ze zijn’, werd onlangs gezegd in een artikel uit het Parool over (het gebrek aan) vrouwenemancipatie in Nederland. Hier gaan we ervan uit dat de vrouwenemancipatie veel verder ontwikkeld is dan bij onze oostelijker buren. Het is juist die onwetendheid die zorgt voor ongeloof en onbegrip voor meisjes die last hebben van het verschil dat er nog steeds is, waardoor het moeilijker wordt om een gesprek te beginnen, bijvoorbeeld over het krijgen van de hiervoor beschreven aandacht.

Het voelt ook cru om te klagen over het ontvangen van  aandacht. Ik moet blij zijn dat ik aandacht krijg, zegt een stemmetje in mijn hoofd. Ook zou ik, als ik dit allemaal zou lezen, en ik zou mij niet kennen, heel benieuwd zijn hoe ik er uit zou zien. Blijkbaar durf je te impliceren dat je knap bent, doordat je het hebt over alle aandacht die je af moet slaan, zou ik over mij denken.

Ik denk dat je, om de aandacht te krijgen die ik bedoel, niet bijzonder knap hoeft te zijn. Ik krijg namelijk altijd het idee dat wanneer ik dit soort aandacht krijg – ik noem het maar ‘mannelijke aandacht’ – het niet om mij gaat, maar meer om het feit dat ik vrouwelijke lichaamskenmerken heb en geen karbonkel ben. Het krijgen van deze aandacht voelt voor mij niet als een compliment, behalve op dagen dat mijn zelfvertrouwen echt tot onder het vriespunt gedaald is. Op de andere dagen voelt het eerder als een herinnering aan welk geslacht ik ben.

Hoewel een boerka dragen dan klinkt als een buitengewone, maar praktische oplossing, zou ik niet daadwerkelijk als boerkadrager door het leven willen gaan.

Ik was mijn essay oorspronkelijk begonnen met het innemen van een radicaal standpunt om mijn punt te maken . Dat standpunt luidde: ‘iedereen moet een boerka dragen’. De boerka uit zijn religieuze en sociaal-historische context getrokken, leek het me een grappige vorm om gelijkheid te illustreren. Ook verloor ik me vooral snel in de fantasie over hoe de wereld er dan uit zou zien. Overal boerka’s op straat, boerka’s in de achtbaan, dansende boerka’s op techno-feesten, boerka’s op de wallen, een boerka op de top van een berg, een boerka op de maan. Het deed me een beetje denken aan de aflevering van Fairly Odd Parents waar alle karakters in grijze blobs waren veranderd (heeft diepe indruk op me gemaakt).

Het voelt namelijk niet helemaal eerlijk om zelf maatregelen te moeten nemen, en daarmee je vrijheid in te perken, om je te ‘beschermen’ tegen gedrag van sommigen. Aan de andere kant zou je het ook kunnen zien als júist een stukje vrouwelijke macht. Een soort omgekeerde variant van ‘free the nipple’. Emancipatie-beweging Free The Nipple heeft als concreet doel dat vrouwen topless over straat kunnen gaan, evenals mannen.

Hoewel dat het concrete doel is, denk ik dat het voornamelijk gaat om de neiging het vrouwelijk lichaam te seksualiseren af te leren in de westerse cultuur. Als er vandaag bij wet bepaald zou worden dat een vrouw topless over straat mag, zou er in wezen nog niets veranderd zijn. Het “moraal” dat er heerst betreft het vrouwelijk lichaam is immers te sterk. Een wet lost dat niet op. Hetzelfde geldt waarschijnlijk als ik een statement zou maken door middel van volledige bedekking. Het is een middel om een ideaal na te streven rondom een controverse, maar niet het uiteindelijk evenwicht waarin je dat ideaal in de toekomst hoopt te zien.

In mijn hoofd klinkt een ‘maar jij hebt er toch last van, kan ik niks aan doen’. Dat zei ik vroeger als puber altijd tegen mijn moeder, als ze me vroeg of ik nou eens een keer gelijk mijn glas in de vaatwasser wilde zetten.

Het is echter ook schrijnend om de aangesproken mannen te vragen zich aan te passen. In mijn hoofd klinkt een ‘maar jij hebt er toch last van, kan ik niks aan doen’. Dat zei ik vroeger als puber altijd tegen mijn moeder, als ze me vroeg of ik nou eens een keer gelijk mijn glas in de vaatwasser wilde zetten. ‘Niemand heeft verder last van een losstaand glas in dit huis, behalve jij. Waarom moet iedereen dan gelijk zijn glas opruimen omdat jij dat wil?’ was mijn puberale antwoord. Valt wat voor te zeggen. Alleen, stel dat mijn vader en broer er eigenlijk ook last van hadden, maar dat niet zo goed durfden te zeggen, omdat ik bijvoorbeeld zo opvliegend ben of omdat het maar zo’n klein dingetje lijkt, geldt dat argument niet. Volgens mij is dat het geval bij deze thee-kwestie.

Afgezien van de eerlijkheid er van, zou je vanuit dat opzicht ook nooit een concrete maatregel kunnen bedenken, die sluitend en functionerend is als oplossing van het probleem. Vandaar dat ik kwam met het boerka-idee. Een soort onhaalbare, totaal absurde schooluniformachtige aanpak om een probleem op te lossen. Symptoombestrijding in principe, maar toch.

In het thee-filmpje lijkt de boodschap zo makkelijk. Toch gaat het in de praktijk vaak anders. Logisch, het willen van seks is een (soms niet geheel bewuste) oer-drang, het willen aanbieden van een letterlijk kopje thee niet. Ook kan de theemetafoor in het filmpje opgevat worden als het aanbieden van “seks” in zijn geheel, niet per se over alle genuanceerde minder (of niet) strafbare situaties waarin seksueel getinte handelingen voorkomen.

Dat maakt het ook lastig, want bij de genuanceerde situaties ontbreekt het meestal aan een hard argument dat iets niet door de beugel kan. Daarnaast is seks geen kant-en-klaar totaalpakket, waarin bepaald is welke handelingen er gebeuren. Voor velen ligt de grens tussen wat seks en wat niet seks genoemd wordt ergens anders. Daarnaast kunnen andere seksueel getinte handelingen of woorden ook mega kut of zelfs schadelijk zijn, afhangend van de situatie.

Voor de meesten is het al een enorme drempel om te praten over seks in zijn “geheel”. De meeste mensen willen niet zeggen ‘ik voel echt een enorme drang om seks met je te hebben, wil je dat ook met mij?’, laat staan te zeggen ‘ik voel een enorme drang om in je billen te knijpen nu hier in het voorbijgaan, vind je dat oké?’, laat staan te zeggen ‘ik voel een enorme drang om slet naar je te roepen, vind je dat ook oké?’.

Hoewel ik toch denk dat voor gelijkwaardigheid de communicatie over seks belangrijk is, lijkt het dus een brug te ver. “Dat is toch niet romantisch!” riepen mijn klasgenoten ook al. Wat mij betreft heeft dat alles te maken met het beeld dat er heerst over hoe seks hoort te zijn. Door er niet over te praten kan de wrange dubbelheid rondom de seksuele positie van de vrouw in onze cultuur blijven bestaan. Overigens is een ongewenst kopje thee ook weinig romantisch.

Hoe dan ook, het kopje thee is, ook voor de genuanceerde gevallen, een goede maatstaf. Als je weet dat iemand geen kopje thee wilt, ga je niet toch een half kopje thee geven, of een slokje. En zoals gerespecteerd theekenner Lu Yu zei:

Thee kan ineenschrompelen als de plooien in een leren laars van een tataarse ruiter, hij kan ruw zijn als de onderkin van een wilde stier of golven als de dakpannen van een huis”

 

 

 

Reacties (0)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *