picasso-femmes-d-alger
24th Okt

Ode aan een Vrouw deel 2

Iemand schreef een reactie onder mijn eerste Ode aan een Vrouw. Lees dat artikel en de reactie hier.

Beste een vrouw,

Allereerst, bedankt voor je reactie! Ik denk dat nog nooit iemand minder is geworden van een goed gesprek over wezenlijke zaken en ik neem je uitnodiging, zo vat ik het op, graag aan. Waarbij ik wil opmerken dat ik het jammer vind dat je je reactie anoniem gepost hebt. Ik zou dit gesprek liever face-to-face met je voeren. De dynamiek die ontbreekt als het gaat om lezen tegenover praten is een belangrijk onderdeel van communicatie.Daarom kies ik ervoor om sommige van je punten te negeren. Zo lees jij “Ik vergeef je!” als een oprechte uitspraak, waar ik die cynisch heb bedoeld. Dat was ongetwijfeld duidelijker geweest als ik naast je had gestaan.

Veel serieuzer wordt mijn reactie echter als ik lees dat je eigenlijk bij de eerste zin van het artikel al hebt besloten waar de rest over zal gaan. Het verbaast me in dat licht dan ook niet dat je uitkomt bij jouw interpretatie van wat ik heb geschreven. Een vrij cynische interpretatie mag ik zeggen. Als je mij toe staat door je tekst heen te lezen tenminste.

Dat de koude rillingen je over de rug liepen bij de eerste zin zeg evenzoveel iets, misschien zelfs meer, over jouw wereldbeeld dan het mijne. Ik wil absoluut met je mee gaan in het feit dat het soms enigszins paternalistisch oogt, dat het soms misschien zelfs melodramatisch wordt. In het format van dit artikel ligt besloten dat ik maximaal een uur schrijf aan een artikel en dat ik dan plaats wat ik heb, ongeacht of ik er zelf tevreden mee ben. Ik moet bekennen dat ik ergens zelf ook een lichte vorm van ongemak heb ervaren bij het plaatsen en ik denk dat je kritiek dus ergens houdt snijdt. In een poging een verhaal te vertellen over een probleem, is het ergens een voorbeeld geworden van het probleem. Ergens voel ik me nu ook gevangen tussen iets zeggen en niets zeggen. Als ik niets zeg, verandert er niets en als ik iets zeg, is het dus eigenlijk ook niet goed. Hoe goed bedoeld ook.

Als ik hier echt heel uitgebreid over na ga denken ga ik me afvragen of niet al in de taal besloten ligt dat mannen en vrouw anders naar elkaar kijken. In mijn ogen is taal een construct dat gecreëerd is om de realiteit te vatten en dus ook niet buiten de realiteit kan bestaan. Onze realiteit draait er toch echt om dat er een verschil is tussen mannen en vrouwen, waarbij de vrouw op een lagere trede staat. Vandaag zijn nog steeds ruim één miljard mensen een geloof aanhankelijk, dat actief heeft bijgedragen aan die minderwaardige rol én aan de basis staat van onze cultuur en maatschappij. Het is dan niet meer dan logisch dat de taal die ik als man spreek en schrijf anders is en wordt geïnterpreteerd dan de taal die een vrouw spreekt en schrijft. Simpelweg omdat in de perceptie van taal zowel de zender als ontvanger een rol speelt. Ik denk veel en lang na over van alles en nog wat en doe dat in taal. Is het dan ook zo dat mijn gedachten in talige vorm geprogrammeerd zijn om de realiteit te bevestigen? Hoe was mijn tekst geïnterpreteerd als hij was geschreven door een vrouw? Of had een vrouw mijn tekst niet kunnen schrijven?

Je had haar ervan kunnen beschuldigen dat ze een moederlijke toon hanteert en dat ze daarin een verheven rol aanneemt. Net zoals dat je mij er op basis van interpretatie van kunt beschuldigen dat ik vaderlijk ben. Kan ik niet ook een broer zijn?

Ik wil vooral zeggen dat ik niet zie wat er mis is met liefde en steun, het is althans met die intentie dat ik de tekst heb geschreven. Ik zag beelden van vrouwen die ik ken, van wie ik houd of gehouden heb, die sterk waren, maar me ook lieten zien hoe moeilijk ze het hebben in deze wereld. Vaak moeilijker dan ik, simpelweg omdat ze een vrouw zijn. Dat doet mij pijn.

En het is daar dat ik je cynisch vind. Ja, je kunt mijn tekst zo interpreteren als jij dat doet en hem kapot redeneren, maar je kunt hem ook lezen met je hart en zien dat de intentie goed is.

Maar ook ik kan cynisch zijn. Het is niet vreemd om aan te nemen dat we vast zitten. In ons geslacht. Dat betekent ergens, als je uitgaat van een deterministisch wereldbeeld, dat de rolverdeling zoals die bestaat een logisch gevolg is van wie wij zijn als mensen, als man en vrouw. Dat het feit dat mannen sterker, agressiever en impulsiever zijn in de eerste seconde al de doorslag heeft gegeven. En dan ben ik bang, bang dat veel meer dingen dan ik zou willen vastliggen. Dat wij (ik denk dat wij op intentie hetzelfde gevecht voeren) vechten, zonder ooit te kunnen slagen. Dat gelijkheid een illusie is en dat we gedoemd zijn om voor altijd te doen wat we altijd hebben gedaan.
Ik denk dat dat uiteindelijk de ultieme reden is dat ik dit geschreven heb. Er is een gedeelte aan mij dat in de wereld in vooral het onafwendbare ziet. Ik associeer dat vooral met mijn hoofd en mijn talige gedachten, waar de maat wordt geslagen door geforceerd rationalisme en mijn ego. Ik zie andere beelden, voel iets anders.

Liefde, warmte, veiligheid. En Hoop. Hoop vind ik erin dat ik (helaas) veel vrouwen zie die niet vermoeden wat voor kracht ze in zich dragen. En als ik mijn redenatie van eerder volg, dan ligt die kracht erin besloten dat vrouwen ergens wezenlijk anders zijn dan mannen, omdat ze in andere taal nadenken over de wereld, omdat ze wereld anders ervaren. En dat is een kant die onderbelicht is en in sommige gevallen hardhandig wordt onderdrukt. De taal van de instituten wordt dan ook vooral gebaseerd op de patriarchale aard van onze samenleving. Met instituten bedoel ik niet alleen zaken als de overheid of de managementlagen van bedrijven, maar ook abstractere instituten als normen en waarden. Uiteindelijk kun je in mijn ogen de constructies die die instituten zijn terug brengen tot een gigantisch netwerk van gesprekken. Gesprekken die leiden tot beslissingen over de fundamentele aard van onze maatschappij. Het gesprek en dus de taal is dan daarmee cruciaal in de vorming van ons wereldbeeld. Doordat mannen altijd een leidende rol hebben gespeeld is dat een gesprek waar de helft van mist. Als een eenzaam mens, die tegen een muur staat te praten. Ik heb behoefte aan de andere kant van het verhaal. Moet de taal, het discours van de samenleving, aangepast worden? Kunnen we de realiteit, de alleszins flexibel is als het aankomt op de aard van taal, vervormen door anders te spreken met elkaar? En over elkaar?

We kunnen niet bij elkaar in het hoofd kijken en niet voelen wat de ander voelt. Dat geeft taal een cruciale rol als het gaat om elkaar begrijpen, maar maakt het ook onbetrouwbaar en moeilijk te toetsen. De christelijk, kapitalistische en technologische inslag van onze wereld vraagt iets heel anders van onze taalvermogens dan de gevoelswereld die veel dichter bij de natuur staat. Bij het eerste is de insteek om efficient en doelbewust te zijn, rationeel en logisch verklaarbaar en controleerbaar. Bij het tweede gaat het om het gevoel dat onder een tekst zit, dat hint naar die verbintenis die we zo moeilijk echt met elkaar aangaan. Het is denk ik ook daarom dat subtekst in het toneel ons veel meer raakt dan de woorden zelf. Als iemand eenmaal zegt dat het goed gaat voelen we niets, maar als hij het vier keer achter elkaar steeds overtuigender zegt voelen we (waarschijnlijk) allemaal dat het misschien helemaal niet zo goed gaat. En met dat gevoel kunnen we ons veel makkelijker verbinden dan met de woorden.

Ik geloof dat alles uiteindelijk om balans draait. Het is gemakkelijk om bepaalde dingen mannelijk te noemen en bepaalde vrouwelijk. Ik zou de verborgen kant van taal vrouwelijk kunnen noemen. Maar het komt er eigenlijk gewoon op neer dat we in gesprekken meer op ons gevoel moeten durven vertrouwen. In vertrouwen zit kwetsbaarheid en kwetsbaarheid maakt dingen echt (zoals in het toneel). Mijn Ode aan een Vrouw voelde voor mij kwetsbaar, alsof ik iets van mezelf laat zien dat ik niet mag laten zien. Jij koos ervoor alleen mijn woorden te lezen, maar niet mijn kwetsbaarheid te zien. Mijn woorden zeggen dat ik het vrouwelijke als kwetsbaar ervaar. Daar is je kritiek in zekere zin terecht. Maar alles aan dit Wat weet ik? is voor mij een poging om kwetsbaar te zijn. Je hebt gemist, door niet door de woorden heen te kunnen of willen kijken, dat ik kwetsbaar zijn als een kracht zie. Misschien wel als de enige echte manier om mij te verbinden met anderen. Ik hoop dat we in onze poging de wereld te vatten in taal en die te controleren, de mogelijkheid niet hebben verloren om ons er echt mee te verbinden.

Je met iemand verbinden is kwetsbaar, omdat het een gesprek is. En daarmee ergens een directe aanval op de veiligheid van je binnenwereld. De aanvaarding dat er andere taal, andere gevoelens en andere ideeën over de wereld bestaan dan alleen die van jou. Door (te proberen) kwetsbaar te zijn probeer ik me te verbinden met anderen. Als je kijkt naar de subtiliteiten die taal in zich draagt, de onnoemelijke hoeveelheid betekenissen die zinnen en woorden krijgen door andere intonatie, zinsbouw of woordkeuze, dan kan ik niet anders dan concluderen dat taal met kwetsbaarheid benaderen een veel betrouwbaardere manier van communiceren en daarmee verbinden oplevert. En die kwetsbaarheid is denk ik iets dat vrouwen over het algemeen makkelijker vinden dan mannen. Dat werd ooit nog afgedaan als Hysterie. Door mannen. Het is tijd om die kwetsbaarheid te dragen met trotsZodat we een echt gesprek met elkaar kunnen voeren.

Dat ik vooral positieve reacties heb gekregen sterkt mij in mijn gevoel dat de hoop die ik voel niet slechts een hersenschim is en dat het mij in ieder geval gedeeltelijk gelukt is om kwetsbaar te zijn.

En als het wel een hersenschim is? Laat me dan slapen, asjeblieft.

On that note.
Ik heb je handschoen opgepakt en je mijn hand gereikt.
Ik hoop dat je hem aanneemt.

(God, wat is het soms fijn,
om melodramatisch te zijn.
En slecht te rijmen.)

Reacties (10)
  • Beste Ivo,

    Fijn dat je woorden in mijn mond legt! Als je mijn reactie zou nalezen, zou je doorgehad hebben dat ik je bedoeling zie – echter vind ik dat je hem zeer slecht verwoord. Is je mening duidelijk verwoorden en voorzichtig zijn met woorden, niet jouw taak als schrijver? Ik heb je hele artikel gelezen, en ben van mening dat jouw cynisme niet goed te herkennen is als zodanig. Om iemand anders te citeren die je stuk heeft gelezen: “ik kan niet geloven dat hij dit durft te zeggen.”

    Heel leuk, die lange uitleg over woorden, beeldspraak en dergelijke – maar je negeert eigenlijk alles wat ik heb gezegd. Ik heb je woorden gelezen, maar je kwetsbaarheid heb ik in ieder geval niet zo opgevat. Ook hier spreek je zeer neerbuigend en alsof je alwetend bent. Als je meent jezelf kwetsbaar op te stellen, zou je niet meer waarde moeten hechten aan mijn kritiek? Zou je niet, als het gevoelig ligt, meer willen en moeten reflecteren over de mening die je uit? Misschien moet je je column “wat ik denk” noemen, in plaats van “wat ik weet”.

    Jammer dat je jezelf alleen verdedigd tegenover mijn argumenten, en niet kijkt of er een kern van waarheid in zit. Zelfs het doorgaan op mijn ‘vader-opmerking’ en suggereren dat je wellicht de ‘broer’-rol inneemt laat zien dat je totaal niet begrijpt waar ik vandaan kom. Je stelt daar ook de vraag of een vrouw in die situatie niet ‘moederlijk’ over zou komen. Ik zou zelf (omdat ik niet voor alle vrouwen wil en kan spreken) de mening van een vrouw over dit soort zaken eerder serieus nemen.

    Dit omdat andere vrouwen meer dezelfde levenservaringen delen. Ik word daadwerkelijk seksistisch behandeld, vaak niet serieus genomen door mannen (zoals hier), ongewenst aangeraakt, en wordt al sinds ik 12 ben lastig gevallen door onbekenden op straat. Jij, als man, deelt deze belevingswereld niet. Vind je het vreemd dat ik jouw geprivilegieerde blik niet zo waardeer? Subtext is inderdaad zeer relevant, en daarom vind ik het spijtig dat je dit alleen in jouw voordeel ziet. Beide columns hebben een zeer seksistische ondertoon, en lijken meer een soort “kijk eens hoe goed ik ben dat ik vrouwen niet minderwaardig vind” pleidooi voor te stellen. Heb je deze mening omdat je het werkelijk denkt, of is het omdat je denkt hier vrouwen mee te kunnen versieren?

    Ondanks mijn pogingen om je niet persoonlijk aan te vallen, weet ik dat je vrouwen in zeer ongemakkelijke situaties hebt gebracht. Ze ongemakkelijk laten voelen. Mensen zeggen dit echter, “zo is hij, daar kunnen we ook niets aan doen”. Dit verzin ik niet, dat is werkelijk zo. Vreemd, dat jij dan degene bent die denkt feministisch te doen.

    Als je overigens bekend bent met het werk van Paul Ricoeur (als jij filosofisch probeert te doen, doe ik dat ook), zou je weten dat de betekenis van de tekst uiteindelijk niet wordt bepaald door de intentie van de auteur. Deze staat daar los van, want betekenis wordt gevormd uit een proces tussen lezer en tekst. Jij, als schrijver, hebt daar eigenlijk dus niet zoveel over te zeggen!

    In theorie zou ik best een gesprek in persoon met je willen hebben, maar ik betwijfel de meerwaarde hiervan. Hier verdedig je jezelf alleen maar, en een gesprek is geen debat. Daarvoor moet je naar anderen luisteren, werkelijk horen wat ze zeggen en dit verwerken en meenemen – in plaats van direct tegenspreken.

    En om alvast de reactie van “maar je begrijpt het niet” voor te zijn – ik ZIE je poging tot gelijkheid en dat is in mijn mening je NIET gelukt. Dat is iets heel anders dan het niet zien, dat is het oneens zijn met jouw mening op zich. Ik vind het enigszins vreemd dat je alleen positieve woorden wil horen, en dat als je het fout hebt je liever je verkeerde gedachtegang wil beschermen in plaats van aanpassen.

    Als je écht in gesprek met mij zou willen, prima. Onder één voorwaarde: als de verslaggeving daarvan onpartijdig is – dus niet geschreven door jou.

    Je afscheid is erg patroniserend, hou die vunzigheid voor iemand die dat waardeert.

    Groet,

    Een vrouw

    PS: Ik ben overigens geen handschoen kwijtgeraakt, wellicht is dat ook een hersenschim.

    • Beste een Vrouw,

      Bedankt voor je reactie. Ik heb er veel aan gehad. Ik weet niet of je bericht krijgt van mijn comment. Maar een iets uitgebreidere reactie volgt in mijn laatste Ode aan een Vrouw die ik spoedig zal posten.

      Groetjes,

      Ivo

  • ‘Het is dan niet meer dan logisch dat de taal die ik als man spreek en schrijf anders is en wordt geïnterpreteerd dan de taal die een vrouw spreekt en schrijft.’

    Ivo,
    je zegt hier letterlijk dat vrouwen jouw niet begrijpen doordat ze aan andere taal spreken. Deze opmerking veegt de gehele reactie van de anonieme vrouw in één aanmatigende zin van tafel. Je suggereert dat haar kritiek vooral komt doordat zij een andere, louter door vrouwen te verstaan, taal spreekt, en dus niet begrijpt wat jij bedoelt. Ongelooflijk.
    Wat mij betreft slaat de anonieme vrouw hiermee de spijker op zijn kop: ‘Beide columns hebben een zeer seksistische ondertoon, en lijken meer een soort “kijk eens hoe goed ik ben dat ik vrouwen niet minderwaardig vind” pleidooi voor te stellen.’.

    • Beste Taco,

      Ik zou hier graag een keer uitgebreid met je over spreken (laat ik voorop stellen dat ik denk dat je in ieder geval deels gelijk hebt).

      Groetjes,

      Ivo

  • Beste Ivo,

    Hoewel jij schreef: ‘En als het wel een hersenschim is? Laat me dan slapen’, kies ik ervoor je niet te laten slapen. Ik zie het als taak van de schrijver zich te verhouden tot de wereld, niet als taak om zichzelf oogkleppen voor te binden. Hoewel een vrouw misschien wat fel uit de hoek komt, is haar frustratie goed leesbaar. Dat is, lijkt mij, ook de subtekst waarover het gaat in deze tekst.
    Ik bespeur een verwijzing naar Luce Irigaray in dit essay. In onze taal heerst nog steeds een verwijzing naar de ondergeschiktheid van vrouwen. Dit is alleen al merkbaar in de verschillende betekenis van secretaris of secretaresse. De toekomstig secretaris-generaal van OCW Marjan Hammersma zal immers niet de titel secretaresse-generaal dragen. De term secretaresse past niet bij een dergelijke positie.
    Taal draagt een wereldbeeld in zich mee. Wees echter geen slachtoffer van de taal, verschuil je er niet achter, maar vecht er tegen.

    • Hey Machteld,

      bedankt voor je reactie. Ik denk dat je gelijk hebt!

      Groetjes,

      Ivo

  • Beste Ivo,

    Als de vorm voor onduidelijkheid zorgt, loont het mogelijk een andere vorm te hanteren.

    Ook lijkt het me slim de prozalessen over te doen, gezien daar het belang van woordkeuze en de kwetsbaarheid van subtekst grondig behandelt worden.

    Welk vak je gaat helpen beter met kritiek om te gaan en begrijpend te lezen weet ik niet. Daar kun je vast je tutor over spreken.

    Groet,

    Een man, mede-student, broer, etc.

    • Beste Dylan,

      Bedankt voor je inhoudelijke kritiek. Ik zal er alles aan doen.

      Groetjes,

      Ivo

  • Beste Ivo,
    Ik hoop dat je het me vergeeft dat ik mijn commentaar op beide stukken verwerk in een reactie, dat scheelt mij wat onnodig tramalant.
    Zoals een leraar betaamt, zal ik je opbouwende kritiek geven in de vorm van tips en tops. Laat ik beginnen met een top, want je krijgt al een emmer tips over je heen gegooid. Ik vind het hartstikke mooi wat je probeert te doen. Vrouwen zouden meer plaatsen moeten krijgen in onze belachelijk patriarchale samenleving. Door de manier waarop je schrijft in dit artikel lijkt het alleen soms (onbedoeld) alsof je precies doet wat je zelf zo veracht in onze maatschappij, namelijk het generaliseren van vrouwen en ze terugduwen in hun underdogpositie.
    Ik heb met wat vrienden een aardige tijd over dit stuk kunnen praten, dus bedankt voor het gespreksonderwerp. Laat ik voorop stellen dat ik het oorspronkelijke artikel in ieder geval beter vind dan je commentaar, maar dat licht ik weldra toe.
    Sorry maar nu moet ik de spreekwoordelijke emmer ook maar verder gaan omdraaien. Ik denk dat ik snap waar ‘een vrouw’ vandaan komt. Wij moeten als mannen, Adams zonen, bedenken dat we een deel van de leefwereld van vrouwen niet direct mee kunnen krijgen. Probeer je eens in te beelden, in deze mannelijke samenleving, hoe het zou zijn om regelmatig seksistisch nageroepen te worden door vrouwen. Lukt jou het? Mij niet. En dat is een deel van de reden waarom dit zo gevoelig ligt, als man spreek je natuurlijk uit positie van privilege. Je moet dan ook erg opletten wat je zegt, maar nog meer hoe je iets zegt. Het stuk “Daarom zeg ik”, kan dan opeens wel eens erg vaderlijk opgevat worden. Daardoor lijkt het alsof je de hele zaak van boven benadert, de vrouw wel wilt complimenteren, maar haar niet jouw voetstuk gunt. Het is erg gemakkelijk te verzanden in een discussie over de verschillen tussen man en vrouw, terwijl je het eigenlijk allereerst over een mens hebt.
    Maar je commentaar, daar heb je je wel op een meesterlijke manier vanaf gemaakt. Zonder op ‘een vrouw’ in te gaan, kom je met filosofische standpunten over taal. Mooie, interessante discussie, maar je gaat niet echt in op haar punten.
    De reden waarom ik vooral reageer, is omdat ik een beetje geïrriteerd wordt over je deterministische houding. Dat komt naar voren in het einde: “En als het wel een hersenschim is? Laat me dan slapen, alsjeblieft.”. Maar ook in het begin al: “Daarom kies ik ervoor om sommige van je punten te negeren”. Ja tuurlijk is het makkelijker om sommige ondertonen beter op te vangen in een gesprek dan in een geschreven stuk, maar je bent toch een schrijver, het hele punt is dat je toon kennelijk niet goed genoeg overgebracht wordt op de manier waarop je het stuk geschreven hebt. Dan maak je je er wel erg gemakkelijk van af door te zeggen, als je met me had gepraat had je het wel begrepen.
    Groet,
    Een mede man, mens.

    • Beste Mens,

      bedankt voor je reactie. Ik heb zowel je tips als tops ter harte genomen.
      Daarnaast zou ik het ten alle tijde fijn vinden om hier eens een goed gesprek met je over te voeren.
      Je hebt vast mijn e-mailadres of iets dergelijks.

      Groetjes,

      Ivo

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *