photo-1508755881099-177d2e40b34a
3rd Mrt

OPA

Het thema van de novemberredactie was portret. In het verlengde hiervan schrijf ik over mijn opa’s. Wie waren zij voor mij? Welk beeld heb ik van hen gevormd? En welke invloed hebben zij op mij gehad?

 OPA

Op 21 november kreeg ik een berichtje van mijn zus. Bijna gelijktijdig stuurde mijn vader me een berichtje. Hij zat in het vliegtuig en was onderweg naar Nederland. Zijn vader, mijn opa, was gestorven. Hij was vierentachtig jaar. Mijn zus heeft mij verteld dat hij in het hospice dacht dat hij zich achter de duinen bevond, terwijl hij in werkelijkheid op de Veluwe was. Opa had Alzheimer. Daarnaast was een paar maanden voor zijn dood vastgesteld dat hij maar liefst vier (!) tumoren in zijn hoofd had.

Karel Lambertus de Leeuw werd op 6 augustus 1933 geboren te Rotterdam. Hij had een broer waarvan ik me de naam niet meer kan herinneren. Ze spraken elkaar niet meer om een reden die ik me niet kan herinneren. Opa’s vader was tramconducteur. Dat heeft hij me verteld toen ik naar zijn ouders vroeg. ‘’Ik weet zoveel over mama’s ouders, maar niet over jullie.’’

Toen ik een week oud was gingen we bij opa en oma op bezoek. Ik herinner me een foto waarop opa mij vast houdt. Opa, op de foto achtenvijftig jaar, hield zijn eerste kleinkind vast. Het is deze foto waar mijn moeder mij aan herinnerde toen we het nieuws kregen dat opa zou sterven. Mama besloot afscheid van hem te nemen in het ziekenhuis.

Door een akkefietje had ik vijf jaar eerder al afscheid van opa genomen. Opa vierde zijn tachtigste verjaardag. Mijn vader was ook uitgenodigd. Geen probleem, opa’s verjaardag draait tenslotte om opa’s verjaardag, en niet om het conflict tussen mij en mijn vader. Maar mijn bedoeling om mama mee te brengen, wat tot dan toe nooit eerder een probleem was, schoot in het verkeerde keelgat. Opa dacht dat mijn ouders, inmiddels al jaren van elkaar gescheiden, niet als volwassenen met elkaar konden omgaan. Of opa kon er zelf niet mee omgaan. Ik herinner me dat opa zich niet op zijn gemak voelde zodra hij met dingen om moest gaan. Opa wilde gewoon zijn verjaardag vieren. Ik was niet welkom op zijn tachtigste verjaardag. En dat was het laatste dat erover werd gezegd. Ik ben opa dankbaar voor het doorhakken van deze knoop. Ik herinner me dat ik opa voor de laatste keer een (verjaardags)kaart stuurde met daarop een (Boeddhistisch) citaat dat ik me niet meer precies herinner. Het was iets in de trant van: beslissingen die je vandaag maakt, hebben invloed op morgen.

Ik was zes jaar oud toen mijn zusje en ik twee weken lang bij opa en oma bleven logeren. Toen mama’s moeder, mijn oma stierf, gingen mijn ouders uit waaien op Gran Canaria. Ik herinner me ook dat ze ons thuis probeerden te laten voelen. Ik herinner me dat ik me niet thuis voelde bij opa en oma.

Ik herinner me dat opa uren lang naar Radio Gelderland luisterde om liedjes voor mij op te nemen. Als verjaardagscadeau zette hij dat voor mij op een CD. Toen ik opa op zijn negenenzeventigste verjaardag vroeg of er iets was waar hij op terug keek, antwoordde hij met: ‘’Wil je dat ik nu over de oorlog vertel ofzo?’’ Een paar jaar later vertelde mijn opa wel over de oorlog aan mijn zus. Over het moment dat de Duitsers op 10 mei 1940 in Rotterdam landden. En dat het ze slechts vijf minuten had gekost om zich in te graven in hun straat.

Toen ik mijn grootouders vertelde over mijn besluit om een naamswijziging aan te vragen, reageerden ze bijzonder mild: ‘’Je blijft altijd onze kleinzoon.’’ Mijn naam was in de eerste plaats mijn vaders naam. Daarom wilde ik er vanaf. Maar mijn naam was natuurlijk ook opa’s naam.

Tijdens zijn laatste zomer viel opa van de trap. Dit was het moment waarop de tumoren werden geconstateerd. Dit was ook het moment dat het onvermijdelijke einde onvermijdelijk dichtbij kwam. Een half jaar, hooguit. Hij moest het met slechts de helft doen. Dit was het moment waarop mama besloot hem op te zoeken in het ziekenhuis. Zij had hem, net als ik, in geen jaren gezien of gesproken. Toen mama uit het ziekenhuis terug kwam vertelde ze dat opa een hondje had en dat hij hem bij de portier van het ziekenhuis had achtergelaten zodat hij met het hondje van de portier kon spelen. Maar opa had helemaal geen hondje. Opa had per ongeluk met zijn mouwen in zijn avondeten gehangen waardoor hij nu vieze kleren had. Oma reageerde humeurig. Nu moest ze alles wassen.

Mijn zus was bij opa op bezoek toen ze terloops mama belde. Ze gaf de telefoon aan opa. Mama zei tegen opa dat ze van hem hield. Opa moest huilen. Mama moest ook huilen.

Op het laatst kon opa niet meer lopen. Mijn vader heeft mij verteld dat hij dat confronterend vond om te zien. Omdat hij hierin zichzelf herkende. Niet stil kunnen zitten, altijd in de weer. Ik herinner me dat opa en ik met Lego en Mecano knutselden. Hij zei dat ik kleine vingers had en daardoor overal goed bij kon.

Op opa’s rouwkaart stond de intrigerende zin: ‘’Kom zoals u bent.’’ Waarom moesten uitgerekend deze woorden staan op opa’s rouwkaart? Ik wist niet of ik het vond getuigen van zelfkennis of juist een gebrek daaraan. Wat er niet op opa’s rouwkaart stond was mijn naam. Toch was ik voor opa’s crematie uitgenodigd. Opa’s leven in een notendop. Kom zoals u bent. Ik heb nooit iets anders gedaan. En opa en oma ontvingen mij. Maar ontvangen voelde ik me niet. Natuurlijk stelden ze vragen over school en wat al niet. Maar de ongestelde vragen bleven in de lucht hangen.

Ik heb opa nooit echt gekend. Of liet hij zich niet kennen? Had opa zich in mei 1940 misschien ook ingegraven? Opa was bepaald geen prater, misschien hadden we daarin meer gemeen dan ik wil toegeven. Het eerste wat me te binnen schiet als ik aan hem terug denk, is zijn blik. Deze kon variëren van ondeugend tot luisterend. Luisteren kon hij bijzonder aandachtig. Zijn ogen vertelden mij meer dan hij zelf kon. Ik zag een wereld die daarachter schuil ging. Eentje die ik niet kende, maar erom schreeuwde om gekend te worden.

Reacties (0)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *