3rd mei

OPA

Het thema van de novemberredactie was portret. In het verlengde hiervan schrijf ik over mijn opa’s. Wie waren zij voor mij? Welk beeld heb ik van hen gevormd? En welke invloed hebben zij op mij gehad?

 OPA

Mama’s tweelingbroer stond in de deuropening van de woonkamer van hun ouderlijk huis toen hij schreeuwde: ‘’Papa mag niet dood gaan.’’ Op 13 november 1967 zat opa met zijn vrouw en drie kinderen aan het avondeten toen hij een herseninfarct kreeg. Hij viel met zijn gezicht in het eten op zijn bord. Ze dachten eerst dat hij een grapje maakte. De wijkverpleegster werd er tevergeefs bij gehaald. Ze legden kussens op de vloer om hem op neer te leggen. Opa stierf op negenenvijftig jarige leeftijd.

Bernardus Hendrikus Langes werd geboren op 4 mei, 1908, te Onstwedde. Hij was de zoon van Hendrikus Johannes Langes, een arbeider uit Odoorn, en Gesina Wahrheit, geboren in Westrhauderfehn, Duitsland. Zij stierf toen opa acht jaar was. Zijn vader hertrouwde met een vrouw met wie hij het niet goed kon vinden.

In 1951 trouwde hij met mijn oma. Pas op late leeftijd kreeg hij kinderen. Op zijn zesenveertigste werd hij voor het eerst vader. Om die reden werd hij door sommigen belachelijk gemaakt. Opa was timmerman en werkte voor ene meneer Damen in het Arnhemse Spijkerkwartier. Elk jaar met Kerst maakte hij een ster voor op hun kerk. Opa keek graag naar kunstschaatsen. In de oorlog was hij cipier van het een of het ander. Blijkbaar heeft hij stennis gemaakt toen de gevangenen niet of te weinig eten kregen.

Sommige mensen zijn nog nooit in Spanje geweest. Ik ben nog nooit in de geboortestreek van mijn opa geweest. Met Google Streetview wel, maar dat is anders. Ik probeer me voor te stellen hoe zijn geboortegrond eruit ziet. Hij heeft in zo’n plaggenhut gewoond. Ik stel me voor dat ik me er thuis zou voelen. Want dat ik me er thuis zou voelen staat buiten kijf. Als ik er heen zou gaan, zou ik misschien over een lange laan wandelen waarover ook hij gelopen heeft. Onder het bladerdek van zo’n laan zou ik misschien een vleugje opvangen van.

Ondanks dat ik mijn opa niet heb gekend, heb ik nooit ervaren dat ik mijn opa niet heb gekend. In alles wat ik ben en adem, voel ik vreemd genoeg zijn kalmte en vastberadenheid. Een lommerrijk en eenvoudig leven, dat hij samen met met mijn oma en hun kinderen leidde. Ze gingen op vakantie in Egmond aan Zee. Het was alles wat hij verlangde. Hij had alle tijd, totdat het op was.

Ik was opa’s eerste kleinzoon (geweest). Dat mijn tweede naam Bernard is, voelt als een dierbaar monument. Naar horen zeggen heb ik ook zijn manier van lopen, zijn handen, zijn jukbenen en zijn (melancholieke) blik. Als ik een woord zou kiezen dat onze band kenmerkt, is dat overeenstemming. Alles dat ik er verder over zeg is teveel maar ook te weinig tegelijkertijd.

Zelfs als opa wel oud zou zijn geworden, waren we elkaar waarschijnlijk misgelopen. Was hij tachtig jaar geworden, dan nog had het een paar jaar geduurd voordat ik was geboren. Toch ontmoeten wij elkaar regelmatig. Op momenten is hij heel dichtbij, tastbaar zelfs. Alsof ik naar een aanwijsbare plek toe kan gaan, waar ik kan afstemmen op een bepaalde golflengte, om zijn aanwezigheid te herkennen. Een plek die ik ken, omdat het een plek is waar we allebei graag komen. Waar vertrekken en thuiskomen elkaars buren zijn.

Ik weet dat hij heeft bestaan. Ik voel dat hij heeft bestaan. In mijn voetstappen voel ik zijn schaduw. Dat hij groots was in het waarderen van kleine dingen, maakt dat ik me in de luwte voel gesteund in mijn pogingen.

Reacties (0)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *