baby-03
30th Dec

Papa plantte je ? Mama baarde je ? En nu jij

Beste toekomstige moeder,

Stel je voor: je bent bevallen, de eerste weken vol zorgen en slaapgebrek zijn voorbij en je zit eindelijk even op de bank met een beschuitje muisjes. Je stuurt de man des huizes erop uit met de opdracht bij huilen, krijsen en luiers van jullie kind zorg te dragen. En als het kind niet huilt, kan man mooi meelezen. Jullie hebben nu invloed op een leven. En op levens daarna. Daarom mijn voorstel: kun je zorgen voor een positief zelfbeeld van je kind? Als het dat van zichzelf al heeft, mooi; stimuleer het, behoud het. Het is van belang voor z’n positie in de wereld.

Daar zit je dan: jullie durven zorg te dragen voor een leven. Dat is op zich al dapper. Je bent een vrouw die door kan leven in verhalen. Mijn oma is er ook zo eentje: één van de eerste vrouwen die ging studeren, zegt ze. Ze heeft mijn moeder op het hart gedrukt zelfstandig te zijn. En ik heb op mijn beurt weer van mijn moeder geleerd dat ik iemand ben, die evenveel waard is als andere iemanden. Zo kan een positief zelfbeeld doorgaan van generatie op generatie. Ook mijn eventuele kinderen zullen hopelijk leren van zichzelf te houden, omdat ze generaties boven zich zien waarbij het normaal is een basis van zelfvertrouwen te hebben. Als je denkt dat dat heel normaal is, kijk om je heen en check maar: het is zo simpel nog niet.

Misschien moeilijk, toekomstige moeder: je kunt een gezond zelfbeeld wel prediken, maar als je het niet laat zien, is dat niet genoeg. Ziet je dochter jou voor de spiegel staan terwijl je in mini-vetrollen knijpt met ontevreden blik, dan komt de boodschap van zelfacceptatie alsnog niet over. Misschien betekent het, nu je moeder gaat zijn, dat je af en toe bewust wat zelfacceptatie moet aanwakkeren bij jezelf, tot je het daadwerkelijk voelt. Of praat over de onzekerheid en plaats het in perspectief. Doe het voor de toekomst, die wordt er beter van.

Een betere toekomst, is dat niet een beetje overdreven? Ik denk het niet. Op kleine schaal kan het groeiende zelfrespect van een kind veel teweeg brengen. Denk maar eens aan hoe krachtig het zich voelt als het weet dat je, of je nu jongen of meisje bent, niet alleen hoeft te dromen van een topfunctie in een mannenwereld, maar er ook werk van kan maken. Zo werken we toe naar een betere man-vrouwverhouding in leidinggevende functies. Je beïnvloedt met je opvoeding dus generaties na jou en de generaties voor jou hebben jou beïnvloed.

In het toneelstuk Glazen Speelgoed van Tennessee Williams zie je een voorbeeld van hoe mis het kan gaan: gemodelleerd naar zijn eigen moeder schreef Williams over een moeder die haar dochter verstikt met haar dwingende verwachtingen. Ook ontkent deze overheersende moeder dat haar dochter kreupel is, ze danst om dit feit heen alsof het een ramp zou zijn als haar dochter is zoals ze is. Zo houdt ze haar kind klein en geeft haar een verrot zelfbeeld. De dochter durft dan ook maar moeilijk contact te maken en slijt haar dagen thuis: moeder bereikt haar doel niet. We lachen erom, maar het dwingt ons ook na te denken over de invloed van een moeder. Je kind is goed zoals het is. Het kan toch niet anders zijn, dan het is.

Ik zit aan tafel en mijn moeder praat over vreemdgaan. Of mijn vader dat zou doen, wordt haar gevraagd. ‘Wat moet hij dan bij anderen? Hij heeft mij toch?!’, zegt ze. Als beginnende puber denk ik: wat arrogant. Later denk ik: wat fijn. Vertrouwen in jezelf als leuk genoeg. Het kan dus. Natuurlijk heb ik af en toe mijn onzekerheden, maar mijn ouders vertrouwen in ‘de relatie’, dus denk ik ook constructieve relaties aan te kunnen gaan. Ik gun het mezelf en de ander. De ander hoeft mij niet te ‘redden’ (‘ik ben al iemand’), maar kan wel veel toevoegen. Ik geloof erin dat, hoe onzekerder en jaloerser je bent, hoe groter de kans is dat je partner denkt: ‘Tabee! Als je me sowieso al niet vertrouwt, dan geef ik het op en ga ik vreemd ook! De bekende selffulfilling prophecy die socioloog Robert K. Merton als volgt definieerde:

‘De zelfvervullende voorspelling is in aanvang een foute definitie van de situatie die een nieuw gedrag oproept waardoor de oorspronkelijke foute kijk waar wordt. Deze schijnbare juistheid van de voorspelling houdt een foute voorstelling van zaken in stand. De voorspeller zal namelijk datgene wat uiteindelijk gebeurd is aanvoeren als bewijs dat hij van begin af aan gelijk had.’

Vertrouwen in elkaar is er helaas geen garantie voor dat er nooit iets mis zal gaan, maar het helpt een hoop. En je kunt vertrouwen, als je die zekerheid voelt.

Komiek Jon Cleese, die we kennen van Monthy Python, en psychiater en pionier op het gebied van gezinsbehandelingstechnieken Robin Skynner zeggen in Hoe overleef ik mijn familie dat mensen die een vergelijkbare jeugd hebben gehad – die bijvoorbeeld dezelfde ontwikkelingsstadia in hun jeugd hebben overgeslagen – zich tot elkaar aangetrokken voelen. Dit hebben ze bewezen gezien tijdens een Oefening in Familie Systemen in de jaren ‘70, waarbij ze een groep vreemden in een ruimte zetten en elkaar lieten kiezen op basis van gevoel: elk groepje dat bij elkaar kwam bleek een gemeenschappelijkheid te hebben in de manier waarop ze opgevoed waren. Als je dus liefdevol en met zelfrespect bent opgegroeid, vorm je weer zo’n gezin waarin dat zal gebeuren, en zet je de ‘goede richting’ voort.

En dan… je toekomstige kind krijgt een seksuele identiteit. Voor het seksleven van meisjes en jongens, toekomstige vrouwen en mannen, is een gezond zelfbeeld volgens mij van steeds groter belang. Met steeds meer toegang tot pornografie, is het Grote Gevaar dat pubers denken dat de seks die zij zien op het net, laat zien hoe het in werkelijkheid gaat. Jongens denken vaker dat de vrouw dienend hoort te zijn aan de man, was te horen in de documentaire Sletvrees van Sunny Bergman. Ook jonge (in dit geval Britse) meisjes zelf leken te denken dat onderdanigheid van vrouwen op seksueel vlak normaal was. Als dit je verontrust, leg je kinderen dan uit dat de beelden die ze te zien krijgen, niet realistisch zijn: dat de vrouw net zoveel waard is als de man, ook in bed. Als je kind dit weet, zal je zoon de meisjes niet kiezen die op basis van ongelijkheid een relatie aangaan. Je dochter zal de jongens die dat doen niet willen. Zo kunnen we wellicht voorkomen dat ze de liefde in het ‘liefdesspel’ verliezen.

Robin Skynner zegt over moeders:

‘Als zij positief tegenover hun eigen vrouw-zijn staan, en tegenover dat van hun dochters, en ook genieten van het man-zijn van hun echtgenoten en zoons, helpen zij hun kinderen op te groeien met een goed geaccepteerde seksuele identiteit.’

Met mijn oma en moeder heb ik veel gesprekken gevoerd waarin we stout lachend besloten dat we ons af en toe maar even hulpelozer moesten voordoen, om de man het gevoel te geven dat hij ‘nodig’ is. Een ‘sterke vrouw’ zijn, betekent niet dat je het gezonde ego van de man onderuit moet halen. We hebben hem misschien minder ‘nodig’ dan in de oertijd, blijkbaar willen we hem nog steeds. Annie M.G. Schmidt vatte het treffend samen in haar lied ‘O was ik maar een kleine zwakke vrouw’, waarin ze haar moederpersonage laat zingen:

‘Ik wou zo graag eens zeggen: schat ik kan dat niet zo goed. Ik wou dat hij dan zei: ik zal je leren hoe het moet. Ik hoefde nooit bescherming, en daarom denk ik nou: o, was ik maar een kleine zwakke vrouw.’

Je dochter mag dit moderne-tijd-grapje best weten; de mannen in de familie trouwens ook. Luister maar:

Tot slot een heel andere reden om je bewust te zijn van het zelfbeeld van je kind: de toekomstige relatie die het met vrienden en vriendinnen heeft, kan er baat bij hebben. Vrouwen keuren elkaar bijvoorbeeld soms en wanneer ze onzeker zijn, kunnen ze de neiging hebben andere vrouwen onderuit te halen. Iedereen kent wel verhalen van moeders die een strijd met hun dochter aangaan over wie de leukste, de slankste; de betere vrouw is (zie het vreemde programma Hotter than my daughter). Als je dat vergelijken niet kent, zal je waarschijnlijk ook minder geneigd zijn deze strijd met je vriendinnen aan te gaan en heb je meer ruimte om hen juist te steunen en te waarderen voor wie ze zijn.

Uiteraard mag jij, moeder in wording, zelf weten hoe je straks jouw kind opvoedt. Maar nu kun je nog kiezen hoe je een leven mede wil vormgeven.

?

Beste toekomstige vader,

Goed gedaan, man. Je hebt een wolk van een kind gecreëerd met je vrouw: zie dat maar eens even voor je. Je was, bent en wordt steeds belangrijker. Het kind ligt misschien de halve dag bij mama aan de borst, maar jouw invloed is op andere manieren groot.

Als je kind behalve van de moeder, ook van vader hoort en ziet dat mannen en vrouwen vanzelfsprekend evenveel te zeggen hebben, is die gelijkwaardige basis nog sterker gelegd en geloofwaardiger dan wanneer haar vader het tegendeel – of niets – laat zien.

Een kind heeft idealiter een mannelijk en een vrouwelijk voorbeeld, zegt Skynner in Hoe overleef ik mijn familie. Hij zegt:

‘Als het kind erg jong is, zelfs tot aan de peuterfase, is het denk ik erg verwarrend en storend voor hem als moeder te veel moet proberen beide rollen te spelen – het ene moment zacht en behulpzaam moet zijn en het volgende moment streng en veeleisend. Je herinnert je nog wel dat hij al moeite genoeg heeft met te proberen de puzzel in elkaar te zetten en een heel mens van haar te maken.’

Alle typen relaties zijn uiteraard goed, maar bedenk hierbij als stel van twee vrouwen of twee mannen dus dat het fijn is als er ook in de omgeving een rolmodel van het andere geslacht kan zijn.

Het boek van Skynner en Cleese is geschreven in 1983 en wellicht denken we nu wel wat minder ‘in the box’ na over ‘vrouwelijke’ en ‘mannelijke’ eigenschappen. Dat neemt niet weg dat het voor een kind fijn is twee verschillende persoonlijkheden om zich heen te hebben om met beide te moeten leren dealen. Dat de ouders (of mensen in de nabije omgeving) voor verschillende dingen staan, maar hun onderlinge verschillen accepteren en erover kunnen praten, geeft een goed voorbeeld. Als je je vrouw wel achter het behang kan plakken, neem dan misschien een ademteugie extra als je kind erbij is, om te laten zien dat verschillende meningen oké zijn en niet het einde van de wereld oftewel de relatie hoeft te betekenen. Zodat je kleine krijsertjes niet zulke ongenuanceerde wij-zij-denkers hoeven te worden als Wilders of Trump. Ja hoor, ook hun ideeën mogen er zijn – ademteug – als ze maar niet worden gepresenteerd als ‘het enige juiste’. Een tirannetje meer of minder ligt in jouw handen.

Als stralende Adam stond je jarenlang in de volle schijnwerpers van je Eva, maar als er een klein mormeltje bij is gekomen, verandert dat. Ik waarschuw je vast. Niet dat ik het uit ervaring weet (alhoewel: geef mij een baby en ik hoor en zie niets anders meer), maar vele onderzoeken over relaties na het krijgen van een kind zeggen het volgende: Papa, her-verover moeder, de vrouw! Behalve voor jullie relatie is het ook voor het kind belangrijk dat je je plek weer opeist, en voor de relatie tussen jou en je kind: je zal maar jaloers worden op je kind omdat het meer aandacht krijgt van je vriendin / vrouw dan jij… Toch komt dit heel vaak voor. Robin Skynner zegt over de vader in de beginfase van het leven van je kind:
‘Door zijn liefdevolle aanwezigheid helpt hij het kind bij het delen en zich redden in groepen van meer dan twee’. Kan je kind meteen een goede teamspeler leren te zijn.

Uit eigen ervaring weet ik ook dat je hierom belangrijk bent voor je meisje; door de ogen van haar vader, kan een dochter in eerste instantie naar zichzelf kijken om te peilen hoe mannen over haar denken. Als mijn vader tegen een van de vrouwen in ons gezin zegt dat ze echt moet gaan sporten, steekt dit me daarom ook: ergens staat hij nog steeds symbool voor hoe mannen naar ‘ons’ zouden kijken. Als mijn moeder en zusje niet sporten, wil ik zelfs meer sporten om te compenseren en mijn vader trots te maken. En ik ben al zes jaar uit huis. De invloed van een vader werkt door… Ken de macht van je ver(w)achtingen. Je staat soms voor ‘mannen’ in het algemeen. Je kunt echt wel commentaar hebben op je dochter(s), wanneer nodig, maar in de juiste mate.

In de pedagogiek wordt gesteld dat hechting met de ouders een van de belangrijkste punten is die invloed hebben op de sociale en emotionele ontwikkeling van het kind:

‘Als ouders gepast reageren op de behoeften van het kind tijdens de periode van hechting, ziet het kind volwassenen als betrouwbaar en voorspelbaar. Resultaat: veilige hechting. Op korte termijn is de hechting tussen een vader en zijn kind in overeenstemming met die tussen moeder en kind. Deze hechtingsband bepaalt onder andere de mate waarin een kind sociaal, adaptief en zeker is, in relaties met andere mensen. De band die een kind specifiek met zijn vader heeft, heeft ook lange termijngevolgen. Deze gevolgen hebben invloed op de volwassen, romantische relaties die het kind later, vanaf de adolescentie al dan niet zal hebben. Ook zijn er lange termijn associaties van de band van het kind met de vader met de manier waarop kinderen in de adolescentie met hun leeftijdsgenoten omgaan.’

Daarop aansluitend las ik:

‘Veel vrouwen kiezen een oudere man als partner. Dat is vaak bij aanvang een gelijkwaardige relatie, maar een deel van de vrouwen heeft een oudere man als partner gekozen om iets uit te werken wat zij met hun vader nog niet hebben verwerkt. Veel vaders zijn in de kindertijd (psychologisch) afwezig. Het gevolg is dat de dochters onzeker blijven over de betrouwbaarheid van mannen. In hun partnerkeuze voor een (vaak oudere) man is deze onzekerheid nog niet manifest, maar gaandeweg ontwikkelt de relatie zich zodanig dat de kwetsuren opgelopen in de kindertijd wel manifest worden. De oudere partner krijgt verwijten over zich heen die hij niet kan relateren aan zijn eigen gedrag. Hij wordt als het ware gestraft voor de onduidelijkheid die de afwezige vader heeft achtergelaten.’

Genoeg over meisjes en hun vader – daar weet ik uit ervaring natuurlijk het meeste van, maar wat nu als je een zoon krijgt?! Daarvoor pak ik het boek Hoe overleef ik mijn familie er weer bij en vind ik hoe John Cleese tegen zijn eigen vader-zoon relatie van vroeger aankijkt en wat hij daarvan leerde:

‘…omdat ik weet dat ik grote groepen, met andere woorden autoriteit, altijd negatief bekijk, en ik denk dat dat komt omdat mijn vader, een heel lieve man, niet streng genoeg voor mij was.’ … ‘Als alles precies was zoals het zou moeten zijn, zou je, denk ik, geen drang moeten hebben om te rebelleren noch om je te conformeren.’

Volgens Cleese ‘is it all in the balance’. Niet te lief en niet te streng, al schijnen veel kinderen die een strengere opvoeding hebben gehad hun ouders hier later voor te bedanken, zegt hij.

Erkenning van je vaderTerugkomend op de relatie, even tussen ons: zou je eerder vreemdgaan als je partner onzeker is, of als ze een positief zelfbeeld heeft? Denk je dat je vriendin of vrouw eerder vreemdgaat als jij een positief zelfbeeld hebt of als je onzeker bent? Lijkt een positief zelfbeeld arrogant en kan je dan maken wat je wil omdat je de ander toch niet zou kwetsen? Is onzekerheid is dan beter? Dan blijft de ander daardoor bij je. Maar wil je dat zo? Is het niet veel meer waard als je partner blijft omdat ze wil?

En hoe denk jij over de verhoudingen in bed? Ben je het eens met de eerder besproken gelijkheid, of vind je dat man en vrouw terug moeten naar de oertijd waar de vrouw afhankelijk was van de man, en mannelijke mensapen meerdere vrouwtjesapen hadden? Wakkert macht van de man seksuele gevoelens aan?

Ik vraag dit alles natuurlijk, toekomstige vader, om je te prikkelen na te denken over je zelfbeeld. Wat je voor je kind wil, maar eerst hoe het zit met jouw gevoel van eigenwaarde. Ben jij oké met jezelf? En vind je dat van belang? Zo ja: ben er dan, om je kind dat basisvertrouwen als voorbeeld te geven. Het kan zo veilig hechten. Laat het groeien en voeg een vleug erkenning toe: je beginrecept voor ouderschap.
Dat waren een hoop GROTE WOORDEN voor een jong meisje, dat ook maar probeert de ‘beste manier’ te zoeken. Hoe wil jij straks je kind opvoeden? Ik ben benieuwd.

?

Kortom: beste toekomstige ouder,

Stel dat we de eerste dagen van het leven van je kind zouden kunnen vragen: ‘Hallo kind, super, daar ben je dan. Nou, even tot the point hè: wat wil je met je opvoeding?!’ Dat zou handig zijn. Of zou je dan niet luisteren naar zijn / haar wensen omdat je het als volwassene beter weet? En wat weet je dan, dat het kind niet weet? Is kennis belangrijker dan intuïtie?

Voor ‘het kind’ heb ik dit geschreven. Hopelijk zal het er komen, op een dag. Ik heb geen haast, maar het is in ieder geval gewenst. En stel dan, het leest dit – veronderstellend dat het taal zou begrijpen. Ik ben zo benieuwd wat het ervan zou vinden.

Hoe wil je opgroeien? Wil je gevormd worden? Denk je dat je gevormd kan worden? Of eraan kan ontkomen gevormd te worden? Is ‘vormen’ te dwingend? Hebben we wel het vermogen ons handelen vorm te geven? Moeten we het laten? Of lijkt het je een fijne basis?

De eerste jaren
Je eerste kind is geboren: alle opvoed-aandacht is op hem of haar gericht. Elk woordje en stapje wordt gezien en bejubeld: dit beïnvloedt je kind, ook als de bejubeling hierbij afwezig is. Lees je veel voor, dan vorm je de – exorbitante – woordenschat van je kind, enzovoorts. Ik ben zo’n eerstgeborene en de volledige aandacht herinner ik me als fijn, omdat ik het, toen mijn broertje kwam, stomvervelend vond dat het afnam. Vanaf het moment dat er meer kinderen bij komen, zijn de verhoudingen automatisch anders. In mijn geval kreeg ik daarna vooral aandacht als ik vervelend was.

Mijn moeder stond niet ‘in het licht’ als tweede kind van de drie. Maar ze voelde wel dat haar moeder van haar hield. Mijn oma scheidde na 13 jaar huwelijk, ze wist dat haar moeder deed wat ze kon en dat ze niet hoefde te vragen om meer aandacht. Ze huilde vroeger ook al niet vaak en noemt zichzelf een tevreden kind in de basis. Dat kan dus ook, zonder een lieve vader en aanwezige moeder.

Naar school
Op de basisschool wordt het karakter van je kind zichtbaarder. Hier vergelijkt het zichzelf bewust of onbewust met veel andere kinderen. Ik ga ervanuit dat karakter al ‘in’ een kind zit (maar waar?!). Voor mij is het bewijs dat mijn broertje en zusje een vergelijkbare opvoeding als ik hebben gehad, maar toch twee heel andere mensen zijn geworden. De plek in de kinderrij is tijdens de basisschool ook van invloed op de soort aandacht die een kind van z’n ouders krijgt en dus de invloed die je op je kind hebt. Een eerste kind doet alles voor het eerst in het gezin en wordt bekeken door de jongeren: de grote broer of zus moet en zal laten zien hoe het moet. Dat brengt verantwoordelijkheid met zich mee. De andere kinderen kunnen zich minder gezien voelen, maar ook dit hangt natuurlijk af van de ouders en of ze zich hiervan bewust zijn.

De middelbare school
In de puberteit heb je als ouder steeds minder invloed op je kind. Wel krijgen ze jullie waarden en normen mee. Mijn moeder noemde deze tijd ‘de tijd waarin ouders vooral nog kunnen aangeven wat de grenzen zijn’. Je kind heeft waarschijnlijk nog niet veel van de wereld gezien en het zou heel goed kunnen dat het wat de ouders over de wereld zeggen voor waar aanneemt. Op politiek vlak gaat het waarschijnlijk mee met de ideeën van zijn of haar ouders, het is wat het de hele tijd om hem of haar heen ziet. Of je kind zet zich af en probeert als tegengewicht andere denkbeelden te vormen.

Ouder-af?
Vanaf je 18e moet je kind het ‘zelf doen’, vinden mijn ouders. Feitelijk dan, want mijn vader zou volgens mij het liefste altijd over zijn kinderen blijven waken en lichtelijke controle uitoefenen in de richting van ‘veilige keuzes’. Toen ik achttien was, ging ik na gewerkt te hebben, drie maanden alleen backpacken door Nieuw Zeeland. Ik weet nog hoe mijn vader me huilend in het washok verbood om te gaan, zich heel goed beseffend dat hij dat niet meer kón verbieden. Je bent nu machteloos of vrij, als ouders. Je werk zit erop. Of niet?

Ouders moeten ‘een positief zelfbeeld’ van hun kinderen ‘kweken’, heb ik gezegd. Misschien heb ik de kinderen onderschat. Voelen zij het niet meteen aan als je als ouder je zekerheid als voorbeeld faket? Maar niet geschoten is toch altijd mis. Proberen meer oké met jezelf te zijn hoeft niet fakend: denk er gewoon over na.

Of is mens zijn inherent aan twijfelen en onzeker zijn en willen we dan teveel iets worden dat we niet zijn? Als je aan je kind wil meegeven dat je goed bent zoals je bent, waarom zou je dan eigenlijk positief beïnvloed moeten worden? Mag de moeder of vader de onzekerheid dan niet (of minder) laten zien aan jou? Ben je, wanneer je onzeker bent – als ouder of kind – fout bezig, niet goed genoeg? Misschien geef je die boodschap dan juist wel mee, dat is ook niet wat ik zou willen. Wat ideaal is moeten we dus zelf nog uitzoeken. We hebben work to do. Hè, is het toch niet zo’n simpel stappenplan.

We moeten maar wel blijven proberen, denk ik. Zoeken naar een balans. Ik denk niet dat een kind van zichzelf, in de kern, al slecht over zichzelf kan denken, maar wel dat het absoluut een basis mee kan krijgen van zijn ouders. Of die basis ‘goed’ of ‘slecht’ is, en wat dan goed of slecht is, bepaal jij. Maar: als jouw ouders een gezond zelfbeeld niet hebben meegekregen van hun ouders, waar moeten zij dat dan vandaan halen? En waar moet jij, en later jouw kind het dan van leren? Wordt in dat geval het zelfbeeld van een kind elke generatie slechter, omdat de wereld om het kind heen harder wordt en de basis gebrekig blijft? Dat denk ik wel. Daarom vind ik het belangrijk en gun ik iedereen dat basis-zelfvertrouwen, een gevoel van eigenwaarde.

Als 24-jarige ben ik niet ‘af’, maar zie ik hoe ik gevormd ben. Ik mag niet klagen (ook dat is erin gestampt door mijn ouders), maar het was niet allemaal rozengeur en maneschijn: ja, ‘ik mag er zijn’, maar nog steeds kan ik enorm aan mezelf twijfelen. In vriendschappen bijvoorbeeld. Als ik daar over praat, zie ik dat de reden ervoor in mijn opvoeding ligt. Ik was chaotisch, dwangmatig, perfectionistisch en minder punctueel dan de rest van het gezin. Ik moest mezelf excuseren en aanpassen op momenten dat ik anders was. Mijn vader leek meer op mij, maar gaf dat niet toe. Ook dat beïnvloedde mijn idee dat die kanten van mij ‘slecht’ waren. Als ik teveel wilde in te korte tijd, kon (en kan) ik niet meekomen met ‘de rest’, dus zat ik fout. Nu ik meer van de wereld heb gezien en vriendjes het juist eens met mij eens waren, zie ik dat mijn familie soms ook door kan slaan in hun tijdschema’s. Ook met vriendinnen (meer dan bij vrienden – zou dat liggen aan dat mijn moeder me duidelijker ‘afkeurde’ als ik anders was dan mijn vader, of sla ik dan door?) denk ik al snel dat ik fout zit als zij het niet eens zijn met mijn keuzes. Dan schiet ik in een lage status en sta niet achter mezelf, omdat ik gewend ben dat mijn ‘anders zijn’ niet functioneert en dat het wel aan mij zal liggen. Ergens weet ik dat ik evenveel waard ben, nu moet ik het nog voelen. Me uitspreken, ligt nu bij mij. Of moet je iedereen achter je laten die je zo doet twijfelen aan jezelf en je focussen op mensen die je waarderen om wie je bent?

Genoeg bevraagd, een samenvatting: het ‘gezonde’ zelfbeeld van je ouders kán je als kind kracht geven: je ziet wat mogelijk is. Maar het hoeft niet: mijn moeder twijfelt beduidend minder aan zichzelf dan ik, maar heeft een afwezige, alcoholistische vader gehad die qua zelfbeeld niet in het hokje ‘ideaal’ te plaatsen is. Is onzekerheid of aanleg voor het hebben van een laag zelfbeeld dan aangeleerd kopieergedrag of onderdeel van een karakter? Ik denk allebei. De drie kinderen in ons gezin (van dezelfde ouders) zijn alle drie immers ook heel anders. M’n zusje heeft faalangst, m’n broertje kan overmoedig zijn, ik zit in het midden…

Dan nog één laatste vraag aan jou en mezelf. Misschien gaat alles toch zoals het gaat en hoeven we niet zo ons best te doen. Want, kún je een leven wel vormgeven?

?

Dit essay verscheen in de reeks Essays 2016-2017, eindteksten Beschouwend schrijven van de tweedejaars studenten van de Schrijfopleiding.

Reacties (2)
  • Wat en stom stuk. Jij kan ook niks hè 😉

  • Scherp

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *