DSC_0235
25th Dec

Essay 6: Schooluniformen zouden verplicht moeten worden.

Mijn bewuste keuzestrategie kost me mijn leven. Dan bedoel ik niet dat ik doodga, maar dat de tijd díe ik heb verloren gaat aan keuzes maken. Daar moet dus verandering in komen. We beginnen vandaag. Of zal ik u eerst even iets uitleggen over mijn keuzes?

Alex (van Goodbye Lenin) staat voor een schap met wel dertig soorten augurken, maar Spreewald –augurken staan er niet tussen.
‘Dan pakt Alex toch gewoon de Kesbeke,’ suggereert de vakkenvuller.
Maar die augurken komen uit Holland en het kopen ervan houdt absoluut de Duitse Democratische Republiek niet in stand. Tijden zijn sinds de coma van Alex’ moeder veranderd. De Duitsers hebben nu veel meer keus. Wel tien soorten zilveruitjes, en vijfentwintig verschillende blikjes tomatenpuree. De economie is meegegroeid met het westen en daarom hebben we nu veel meer mogelijkheden. We hebben alleen geen Spreewald meer.

Toen ik zelf op een ochtend boodschappen deed moest ik daaraan denken. Ik kon geen significante verschillen vinden tussen de ene en de andere gekookte worst. Het was allebei vacuüm verpakt, vol E-nummers, nostalgie-opwekkend en lekker. Ze waren ook even duur. Toen ik erover aan het reflecteren was (thuis) begreep ik dat twee dezelfde gekookte worsten, gewoon één te veel is. In de supermarkt ben ik die nuchtere kijk ergens verloren tussen de ‘Kies Bewust’ stickers. Alex moest de juiste augurken hebben om een volgende hartaanval van z’n moeder te voorkomen. Ik moet goed kiezen omdat ik weet dat huisgenoot Nicoline alles biologisch koopt en op het plankje boven mijn plankje in de koelkast legt. Louis koopt juist het tegenovergestelde. Mijn gekookte worst past niet op het plankje dat ik eigenlijk wil zijn. Dat komt doordat ik me vandaag wat slapjes en toegeeflijk voel. Dat kun je allemaal lezen in onze koelkast, waar Nicoline een sticker op heeft geplakt: “Ik eet, dus ik ben.”

Na het eten (ieder zijn eigen kostje) stuit ik online op Leo Babouta, de man achter de Zen Habits. “Focus op het één, maak de rest zo simpel mogelijk.” is het motto. Ooit was Leo een gestreste roker met overgewicht en een ongeordend archief. Nu wordt hij een moderne monnik genoemd. Elke dag eet hij hetzelfde ontbijt, lunch en avondeten. Hij drinkt één soort thee, draagt altijd dezelfde kleren en scheert zijn haar af. Hij noemt zichzelf een simplifier. De energie die je dagelijks in overbodige keuzes stopt kan je beter gebruiken voor écht belangrijke dingen. Hij is niet alleen. Ook Barack Obama en Mark Zuckerberg dragen altijd hetzelfde omdat ze wel wat anders dan een onderbroekkeuze aan hun hoofd hebben. Kent u die? Die onderbroeken met de dagen van de week erop? Ik weet zeker dat zij die ook dragen. Je kunt je energie beter stoppen in het schrijven van essays, blogberichten, of misschien het schrijven van onderzoeken. Bijvoorbeeld het onderzoek naar schrijfprocessen van andere schrijvers, daar een stuk over schrijven, een toneelstuk over de schrijver die alleen maar jatte wat al geschreven was en daar kunst van maakte. Iemand die een stuk schreef zonder eigen woorden. Zoiets dat interessant is.

 

Rationalist legt z’n pen neer en leest nog eens terug. “Dat focus een karaktereigenschap zou zijn is een illusie. Focus is iets dat je moet trainen. Het hebben van focus zorgt voor een efficiënter gebruik van de energie en levert vaak betere kwaliteit. Een voorwaarde voor Focus is dat de rest van je gedachten even uitgezet worden.” Gisteravond waren we opeens Origami’s aan het vouwen. Dat is dus precies zoiets wat goed geofferd zou kunnen worden. Door al die spontane ideeën krijgt Rationalist niet de kans om eens goed over gewichtige zaken na te denken. Het weerstaan van impulsen is voor sommigen moeilijk maar toch noodzakelijk. Voor het hebben van Focus moeten offers gemaakt worden. Het is goed om je te realiseren dat deze offers op een later moment met geconcentreerdere aandacht nog eens bekeken kunnen worden. Begin klein, en eindig veelzijdig.” Dat moet toch duidelijk zijn voor iedereen. Rationalist kijkt op zijn horloge. Hij moet bijna weg.

 

Op De Correspondent lees ik diverse reacties op de Zen Habbits van Babouta. Ik lees:

Als ik had geleefd als een monnik had ik dit artikel niet gelezen.

Ik moet denken aan een vriend die ook die vaak reünies organiseert. Ik kan me zo voorstellen dat ik op de eerstvolgende reünie – met een paar biertjes achter de kiezen – voorzichtig het nut van de Zen Habbits uitleg. Dan zullen er kennissen (waarvan ik niet weet hoe ik ze anders kan noemen dan het onbeduidende ‘kennissen’) braaf luisteren tot iemand opmerkt dat dit ‘een prachtige ode aan autisme’ is. Dan zal iedereen bevestigend knikken en ik zal stoppen met uitleggen. Ik praat te Amsterdams om zulke theorieën overtuigend te brengen. Mijn overtuigingen zijn op zulke reünies altijd stads en zweverig, weet ik ook wel.

Als de term ‘autisme valt’ zijn er bij mij heel wat zenuwen ingetrapt. Mijn broertje is autistisch en heeft dat van mijn vaders vader. Dat zegt mama althans. Ik ben er op dit soort momenten van overtuigd dat mijn autisme nog gediagnosticeerd moet worden. Er heeft nog nooit een dokter naar mijn hersenen gekeken.

 

In de groepsruimte zitten de verschillende partijen uit de Linker en Rechterkamer. Optimist heeft zich afgemeld want die had het druk met rustig aan doen. Criticus tikt met zijn pen op tafel terwijl Filosoof en Romanticus fantaseren hoe het leven eruit zou zien als we onze lichtelijke autistische afwijking zouden accepteren. Rationalist sluit de deur achter zich en gaat als laatst aan tafel zitten. Hij zoekt de goede pagina in het notulenschrift en zet zijn bril op. De vergadering is geopend. Het eerste agendapunt betreft de overgevoeligheid rondom de term autisme.
‘We moeten ons realiseren dat het hebben van een beperking ook altijd mogelijkheden schept.’ zegt filosoof.
Criticus veert op. ‘Hohoho, wie zegt dat wij beperkt zijn?’
‘Het autisme kent velen vormen,’ zegt Rationalist. ‘Het is dus goed mogelijk dat…’
‘Onzin. Laten we nou niet weer beginnen over onze ‘emotionele minderheden.’
Criticus heeft een zware tijd achter de rug. Vele gevoelens hebben vóór de adolescentie een verblijfsvergunning aangevraagd. Dat heeft een hoop ervaringen met zich meegebracht, waaronder ook een heftige onenigheid over de zin van het leven. Inmiddels is het merendeel akkoord met het feit dat we ons in een multi-emotionele samenleving begeven, en schrijven Optimist en Rationalist daar treffende essays over.
Rationalist kan het niet laten: ‘Criti, je kan niet ontkennen dat het hier de afgelopen dagen nogal een zooitje is. Is het niet verstandig bijvoorbeeld het avondritueel te standaardiseren? We zouden enorm inwinnen op de energie.’
‘Ik vind een lege avond juist fantastisch.’ zegt Romanticus.
‘Mij lijkt het een uitstekend experiment.’ Filosoof knipoogt naar Rationalist. ‘Een beetje orde kan geen kwaad.’
Romanticus begint onrustig aan haar haar te wriemelen.
‘Maar, wanneer mijmer ik dan? Ik vind mijn vondsten juist altijd in de chaos.’
Ze gooit haar handen in de lucht.
‘Zo’n strakke structuur zou een ramp zijn!’
Rationalist vindt dit wat overdreven maar weet dat je in een hoofd de vrede moet bewaren.
‘We kunnen misschien een klein stukje chaos overhouden en dan zetten we jouw bureau daar.’
Criticus trekt een bedenkelijk gezicht.
Rationalist zet door. ‘Jongens, we gooien echt onze carrière weg als we niet wat meer focussen.’
Criticus proest het uit: ‘Carrièèère?’
Rationalist wordt boos. ‘Kom jij dan met een oplossing?’
Criticus ziet dat niet als zijn taak en gaat even in de spiegel kijken.
‘En jullie dan?’ zegt Rationalist uitdagend. ‘Weten jullie soms iets beters?’
Filosoof en Romanticus zijn helemaal in de war. Wil Rationalist nou echt dat wij onze keuzevrijheid opgeven? Ze verdwijnen naar de rechterkamer om depressieve hardcore te luisteren. Vandaag wordt niet meer gewerkt, zoveel is duidelijk. Dat schiet natuurlijk niet op, weet ook Rationalist. Hij is de enige die op dit soort momenten toch doorgaat met zijn kennis verbreden. Optimist is de rest van de dag zijn bed niet uitgekomen, hij voorvoelt dat morgen alles vast beter zal zijn. Zonder medewerking van Optimist wordt Rationalists’ werk meestal pathetisch en niet zo goed.

 

Ooit hoorde ik van een dichteres dat the Genius een moment uitkiest om in jouw lichaam te komen en dat je dan met pen en al klaar moet staan om het te vangen. Vanavond voelt het alsof dat ieder moment kan gebeuren. Het is in ieder geval een goed excuus voor het gedrag dat ik vertoon. Zo zit ik nu al twee uur te doen alsof ik de parkietenkooi schoonmaak. Ondertussen heb ik een was gedraaid en m’n moeder gebeld en gecontroleerd of mijn saldo’s nog voldoende zijn. Dat waren ze. En ik las een artikel van Hannah Bervoets over hoe zij haar leven inricht. En ik las een dagboek terug. Een fragment waarin mijn jeugdliefde vraagt of ik mee ga naar Inside man. Ik ben elf jaar en de film gaat over een gijzeling. Er schijnt geschoten te worden. De film is eigenlijk zestienplus maar daar doen ze volgens hem bij de Movies nooit zo moeilijk over. Ik zeg dat ik even mijn moeder moet bellen of ik mag. Ik bel mijn moeder, hij luistert. Mijn moeder zegt dat ik het zelf mag weten. Tegen m’n moeder zeg ik: ‘Ik begrijp het mam.’ Tegen hem zeg ik dat ik niet mag van m’n moeder. Hier ontdek ik dat je dingen soms wat makkelijker voor jezelf kunt maken.

 

Al tijden kampt het hoofd met een impuls genaamd ‘Tijdelijke Liefde #12 – Tom’. Criticus vindt dat Tom een slechte invloed op het werkproces heeft. Tom is een jongen die erg lekker ruikt maar het verschil tussen een geloof en een extremisme niet kan vatten. Zojuist streelde hij onze haren en sprak op verliefde toon dat wij zo onpeilbaar zijn. De gevoelens zijn verdeeld. Romanticus beleeft een moment van eureka. Al tijden had ze het idee dat haar instinct haar de juiste weg wees. Vandaag heeft die onpeilbaarheid haar aantrekkelijkheid bewezen. Het hele hoofd is getuige van de liefdevolle kraaloogjes van Tom. Romanticus glimt gewoon van trots. Filosoof klopt haar lachend op haar schouder en zegt:
“Bevor ‘gedacht’ wird, musz schon ‘gedichtet’ worden sein.”
Wat zoiets betekent als dat sommige dingen eerst moeten gebeuren voordat je ze kunt bevatten. Deze opmerking was niet helemaal raak maar dat merkt alleen Rationalist die inmiddels op koken staat.
‘Niet te peilen?! Onbegrijpbaar? Ongevat?!”
Hij loopt de groepskamer uit en smijt de deur achter zich dicht.

Mijn moeder ging naar Gambia en leerde daar haar vriend van nu kennen. Daar hoef ik het nu verder niet over te hebben. Toen ze terugkwam had ze een Jeleba meegenomen. Zo’n Afrikaanse mannenjurk. Victor merkte op dat hij hier echt niet mee over straat kon lopen. Het was een ontroerend moment. Zelden heb ik m’n broertje iets horen zeggen wat zodanig getuigt van empathie. Hij had  volstrekt gelijk. Een brede jongen van 1,90 met kapotte pijpen, puntschoenen een leren jasje en een peuk in z’n bek stop je niet in een Jeleba om een rondje om de buurtmoskee te gaan lopen. Dat is provocerend.

Rationalist zit weer aan zijn bureau. Het schrift waarin hij net aan het mijmeren was ligt nog open. Focus is geen eigenschap. Focus is misschien wel een utopie. Alleen als het hele hoofd onder zijn regie zou werken kunnen ze misschien ooit de staat van Focus bereiken. Zojuist is maar weer eens gebleken hoe onmogelijk dat is. Ze snappen niet dat het presteren of afvallen is in deze tijd. Tom moet inzien dat wij méér zijn dan een lekker ding. Rationalist kijkt nog eens naar zijn voorstel met betrekking tot zijn autoriteit. Ergens weet hij dat het zinloos is. Het hoofd is een traditiegetrouwe democratie. Grote beslissingen moeten altijd in overleg genomen worden. Het voorstel zal nooit door de rechterkamer komen. Iedereen heeft het recht om er het zijne van te vinden. Hij hoort ze al zeggen: ‘Wie denkt-ie wel niet dat-ie is? Omdat hij kan spellen? Omdat hij onderzoeken doet?’ Rationalist slaakt een zucht, en kijkt uit het raam. Hij schrikt zich rot.

 

Tom stopt de auto voor het huis van mijn vader. Hij heeft tranen in zijn ogen. Ik heb het snikheet onder het dekbed op de bijrijdersstoel, maar het voelt beschermder dan zonder. Tom stapt uit, en ik doe dat ook. Ik prop het dekbed in een boodschappentas en pak mijn reistas. “Rij je voorzichtig?” wil ik zeggen. Maar ik bedenk me op tijd dat hij graag de verantwoordelijkste speelt. Ik stamel iets van sorry en stop m’n sleutel in het slot. Mijn tassen zet ik neer en ik sla nog eens m’n armen om zij nek. Hij voelt in de war. Dit is de eerste keer dat hij die rol aanneemt. Ik vervloek dat ik een poging heb gedaan iets uit te leggen wat niet uit te leggen valt. Hij rijdt weg, en ik ben bang voor een auto-ongeluk. Al eerder heeft hij zijn arm in het gips geslagen door mijn ‘onpeilbaarheid’. Mooie dingen hebben vaak twee kanten. Ik ga naar binnen.

 

Rationalist racet terug naar de groepsruimte om te kijken wat hij zojuist gemist heeft. ‘Problemen in de liefde’ is code rood. Het gevaar bestaat dan dat het licht in onze kamers uitvalt en dan kunnen we niks meer zien. Als hij aankomt is Criticus net klaar met zijn tirade en kijkt de rest elkaar verslagen aan. Tom heeft de wind van voren gekregen. Dat-ie nog bij z’n moeder woont; dat-ie geen werk heeft; dat lichaamstaal helemaal niet direct af te lezen is en dat-ie ook niet moet doen alsof ie dat wél kan; en dat wij niet denken dat hij ooit de verfwinkel van zijn vader over gaat nemen omdat ie niks van tinten snapt(…). Tom is weg. We moeten oppassen dat Criticus’ broer Cynicus er geen lucht van krijgt want dan wordt ie wakker. Cynicus is een vieze dictator maar hij kan niet tegen harmonie, dus is het enige wat de gevoelens nu kunnen doen: lief zijn voor elkaar. Rationalist stopt zijn voorstel voor Rationele Autoriteit voorlopig in ’t archief. Nu is niet het moment. Waar is Optimist? Optimist is goed in deze situaties. Romanticus, Filosoof en Criticus liggen stilletjes onder een dekentje op de bank en hebben een ouderwetse natuurfilm aangezet. Ze drinken chocomelk met rum. Romanticus kijkt met natte ogen naar de bevruchting van een dolfijn. Rationalist slentert sombertjes terug naar zijn werkkamer. Het licht knippert.

 

Het leven van Hannah Bervoets is overigens vrij saai. Ze heeft een zolderkamer waar ze zich (zo zegt ze zelf) op gezette tijden in nestelt om te werken aan haar nieuwe roman. Verder sport ze elke dag op een vast tijdstip en kijkt ze ’s avonds de volgende aflevering van de serie. “Het is een ritueel. De regels staan vast, het verloop ook: licht uit, deken om, play-knop. Ik hoef alleen de juiste aflevering uit te zoeken.” Het lijkt erop dat Bervoets naast haar serie en boekpersonages geen gezelschap heeft. Ze brengt de werkdagen door op en rond haar zolderkamer, met haar schema’s waarin ook sport- en eetpauzes opgenomen zijn. Daarna is het serie kijken en slapen tot de volgende werkdag. Misschien is ze in de weekends gezellig.

 

Terwijl meer en meer van een babydolfijn geboren wordt komt Optimist de kamer in geflaneerd. Ze draagt een lange witte jurk en heeft een uitgeslapen gezicht.
“Ik dacht ik kom maar es kijken.” zegt ze met haar heldere stem.
Filosoof praat haar bij zonder echt een punt te maken, maar Optimist snapt natuurlijk alles. Ze neemt de brokjes verdriet in haar armen.
‘Kijk’, zegt ze. Waarop ze eenieder apart aankijkt.
“Eerst… was er Chaos. Een toestand waarin de wind woei en mensen driftig rondrenden niet wetend wat ze moesten met die grond waar ze maar niet los van kwamen. Ze hadden honger en dorst, dus ze dronken en ze aten, maar ze kenden geen recepten. Niemand kon ook maar iets van elkaar begrijpen. Dat was Chaos. Maar toen was daar opeens uit het niets…”
Romanticus steekt haar hand op. ‘De liefde!’
Optimist twijfelt. ‘Dat bedoel ik niet.’
‘Socrates!’ zegt Filosoof.
“Nee daarvóór” zegt Optimist.
‘God?’ probeert Criticus.
“Nee gekkie, ‘De Taal!’ Met Taal begonnen de eerste mensen verhalen te maken om aan elkaar te vertellen. De eerste overdenkingen konden vatbaar gemaakt worden en gedeeld. Zo kwam er een eind aan de Chaos.”

 

Ik heb best iets van een schema. Aan mijn kast hangt een Deens schoolbord met de dagen van de week. Onder die dagen schrijf ik op wat ik moet doen. Onsdag moet ik bijvoorbeeld Joep bellen en Mandag moet ik Anne’s mayo niet vergeten mee naar school te nemen. Verder heb ik ook een schoolrooster en weet ik goed wanneer het weekend begint. Al wordt dat het weekend een steeds troebeler begrip. De definitie van weekend schommelt iedere week opnieuw tussen ontspannen, deadlines halen en op avontuur gaan. De functie van het weekend komt daarom wekelijks onder lørdag te staan. Søndag is niet inbegrepen want ik vind de illusie van één planvrije dag rustgevend.

 

Rationalist gaat terug naar de groepsruimte voor een kop kamillethee. Hij heeft ergens gelezen dat je daar rustig van wordt.
‘Ssht!’ sist filosoof als hij de kamer binnen dreunt. Een hoopje harmonie zit warm bij elkaar op de bank. Het is lang geleden dat Rationalist dat heeft kunnen aanschouwen. Hij laat zijn schouders zakken, om klemt zijn kop thee en komt erbij zitten. Optimist gaat door.
“Taal – mijn liefjes – legde vast wat een enkeling ooit bij toeval ontdekte: dat een stam bleef drijven, dat stenen vuur konden maken. Taal ontwierp de wapens tegen de dood. Taal onderscheidde donker van licht en aarde van water.”
Criticus denkt aan de boekenkast die Rationalist had bijgehouden over alles wat ze tot nu toe met z’n allen hadden meegemaakt. Voor het eerst in zijn leven is hij ergens van onder de indruk.
“Taal…” gaat Optimist door, “creëerde eenheid en tweestrijd, meesters en slaven. Taal leerde tellen, meten, wegen. Taal vond het wiel uit. Mensen bedachten woorden voor al wat ze konden beheersen en de machten die hun te hoog gingen noemde ze goden.”
Criticus steek zijn vinger in de lucht. ‘Of onpeilbaarheden!’
Rationalist vindt het nog rommelen. Goden is hij nog nooit tegengekomen in het hoofd. Ze hebben alleen elkaar. Optimist zegt daarop ‘dat dat dan toch juist zo prachtig is?’ Dat begrijpt Rationalist wederom niet. Bovendien is hij nog steeds gepikeerd over twee zaken: 1. Tom is weg, 2. We zijn een vaag geheel en daarmee maken we geen carrière.

 

Sinds mama terug is uit Gambia vertelt ze verhalen over de simpliciteit van het Afrikaanse leven. Yancuba’s huis bestaat uit een bed en een gaspitje. Ze hebben de zee en een gigantisch strand. En heel veel vogels. Dat is dan ook meteen Yanks’: Birdwatching. Toen mijn moeder daar was gingen ze zo ongeveer voor het eerst in zijn leven boodschappen doen. De volgende ochtend aten ze gebakken eieren met spek. Hij vond het fantastisch. Mijn moeder ook, samen op de veranda met Bob Marley uit mijn moeders Iphone, uitkijkend over het rulle zand en de woeste zee. Normaalgesproken eet Yancuba bij de buren, en soms eten de buren bij hem omdat hij dan een vogel gevangen heeft ofzo. Boodschappen doet ie nooit. Niemand in het dorp koopt regelmatig spullen. Ze leven van elkaar. Van wat het dorp hen biedt. Daar doen ze het mee. Nu hij mijn moeder heeft ontmoet begint zijn wereld groter te worden. Hij is aan het nadenken over een toekomst. Mijn moeder denkt mee en heeft voor hem een taxi gekocht omdat hij dan meer geld als Birdwatcher kan verdienen. Ik vraag me af of Yanks zich nu een belangrijker man voelt vanwege die BMW en die gebakken eieren met spek.

DSC01096 In Berlijn viel ik van m’n fiets. Hier zie je een foto van voor de val en na de val. Ik fietste van de Mauerberg af. Ik wilde de restanten van de muur fotograferen. Met mijn linkerhand op de rem vloog ik over de kop en kwam – zoals veel dingen logisch verband met elkaar hebben – met mijn kin op de Invalidenstrasse. Er was een Nederlandse docent Duits die wist dat je de Feuerwacht moest bellen om in het ziekenhuis te komen. Wat hij niet wist, was dat dat ziekenhuis al om de hoek was. Ik heb dus vijf minuten in een brandweerwagen-ambulance gezeten en ben vervolgens in een rolstoel naar binnen gerold waar mijn kin werd gehecDSC01099ht door twee flirtende coassistenten. Ik had geen hersenschudding en ook geen whiplash. Ik had eigenlijk helemaal niks wat het verdient een ongeluk genoemd te worden. Toch spatte met de val in Berlijn het idee dat ik alles tegelijkertijd kan uiteen. Op mijn Amsterdamse racefiets had ik nog vrolijk gezongen, gesmst, geluisterd naar Outkast en gedanst, maar dat zou vanaf nu niet meer gaan. Een stukje vertrouwen in mijn grip op de wereld ben ik daar in Berlijn verloren. Ironisch genoeg was het juist die hele wereld om mij heen die meewerkte: de Nederlandse docent Duits, het ziekenhuis (om de hoek), mijn moeder die in de buurt was, de verzekering die te veel geld heeft teruggegeven…Alleen ik was aan het miepen dat ik mezelf niet meer kan vertrouwen en dat ik wou dat ik nog jong, naïef en onbevangen was.

Later wil ik acht kinderen. Ik denk wel eens dat die acht kinderen mij zullen verplichten tot orde. Dat ik noodgedwongen mij overgeef aan bepaalde Zen Habbits en dat dat goed zou zijn. Dat ik een vrouw wordt die zegt dat ze niet begrijpt waarom ze niet eerder aan een Foodkalender begonnen is. ‘Het scheelt je enorm veel ruimte in je hoofd.’ Ik weet ook wel dat ik voor acht kinderen nu al zou moeten starten met baren. Keuzes zaad zat in deze wereld waar je daarvoor gewoon naar de bank kan. Dat is wel zo makkelijk. Moet je je voorstellen dat je in het ergste geval niet alleen acht kinderen, maar ook acht scheidingen hebt. Moet je al die ballen hooghouden. Beter focus je eerst op het één, dan op het andere. Maar dan wel met enige romantiek. Gepassioneerd focussen. Dat zou mooi zijn.

 

Romanticus en Optimist draaien nachtdienst vandaag. Filosoof en Criticus liggen in hun hangmatjes. Ratio kreeg een slaappil in z’n yoghurt, en daarmee is de rust wedergekeerd in het hoofd. Als Romanticus en Optimist een droompje draaien is het feest. De hemel kleurt oranje en valt in vlokken naar beneden terwijl de schapen zichzelf scheren. Er is weer het begin. Waarin de Chaos het enige vergelijkingsmateriaal is. Pas zo meteen als we wakker worden is er weer begrip; het determinisme; dat het één verband heeft met het ander. Een structuur die verzonnen is door de wakkeren. Want die moesten lopen, converseren en iets om handen hebben. Rationalist schrijft de volgende ochtend het volgende in zijn schriftje: De droom bestond voor de wereld bestaat zoals ie is nu. Dagelijks proberen de gevoelens die dromen en verlangens naar buiten te werken. We weten als mens dat elke poging tot het verwezenlijken van de droom gênant kan zijn. Door de spanning die daarmee gepaard gaat bestaat het gevaar dat het hoofd het lichaam niet toestaat ergens in mee te doen. Bijvoorbeeld aan een wedstrijd of aan een relatie. Aan een reis of aan een schooldag. Te veel indrukken kunnen zorgen voor Chaos.

Gelukkig weten we nu dat we daarop juist kunnen bouwen.
Chaos is altijd ons startpunt geweest.

 

Reacties (1)
  • […] van het probleem. Vandaar dat ik kwam met het boerka-idee. Een soort onhaalbare, totaal absurde schooluniformachtige aanpak om een probleem op te lossen. Symptoombestrijding in principe, maar […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *