Schrijven, regisseren en hoe je van mild naar streng gaat

Aron Goossens

-
Aron Goossens (1997) is schrijver van theater en film. Met een liefde voor de absurditeit van het dagelijks leven, tragikomedie en tekst met een ruw randje. Volgens hem zijn veel mensen geobsedeerd door grote verhalen, terwijl echte grootsheid bij hem pas begint in de ‘kleine mens’.

“Persoonlijke verhalen fascineren me. Er is vaker gezegd dat we de realiteit niet kunnen verzinnen en daar ben ik het wel mee eens. Het begint bij het leven en vanaf daar kan je alles fictionaliseren.”

Zijn grootste kracht vindt hij bij het schrijven voor theater én film. Zodra een theaterstuk op een film begint te lijken en een film op een theaterstuk, weet hij dat hij als schrijver op de goede weg zit.

Derdejaars student Aron loopt stage bij het Shilpee Theatre in Kathmandu, Nepal, waar hij schrijflessen geeft aan acteurs in opleiding. Op Deschrijfopleiding.nl doet hij verslag van zijn ervaringen. Vandaag deel 4, een volgens hem zelf “bijna té educatief verantwoorde blogpost.”

Een bewogen week. Een week waarin twee nieuwe fasen beginnen en er veel vragen door mijn hoofd spelen. 

Met mijn groep studenten zijn we onherroepelijk het repetitieproces in gestort. De schrijflessen hebben we achter ons gelaten en dagelijks zijn we aan het maken, schrijven en elkaar regisseren. Daarnaast begin ik met een nieuwe groep studenten, die drie dagen ervoor zijn begonnen aan hun opleiding acteren, een nieuwe lessenreeks toneelschrijven.

In mijn eerste groep moet ik een nieuwe rol aannemen. Niet meer de rol van chille docent die het ieders eigen verantwoordelijkheid vindt om aanwezig te zijn of niet, maar een van regisseur wiens verantwoordelijkheid het is om een stuk op poten te zetten. Het is een rol waar ik zowaar nog minder ervaring mee heb dan die van docent. Deze strengere aanpak echoot door in mijn nieuwe lessenreeks, waar ik ook geïnstrueerd wordt om hard te zijn naar de nieuwe studenten zodat ze zoveel mogelijk kunnen leren.

De vraag die omhoog borrelt is welke aanpak beter werkt: van mild naar streng of van streng naar mild? Het antwoord op deze vraag is eigenlijk simpel: het is beter om van streng naar mild te gaan als je de leiding hebt in wat voor situatie dan ook. Op deze manier kan je eerst vertrouwen opbouwen en vervolgens de teugels een beetje laten vieren naarmate het proces vordert. Deze aanpak is in mijn eerste groep nu te laat en ik zal het moeten oplossen door met de studenten in gesprek te gaan.

Ik begrijp opeens veel beter de noodzaak van een scheidslijn tussen professioneel en privé. Aangezien ik in eerste instantie mild ben begonnen met lesgeven, heb ik een vertrouwelijke en vriendschappelijk band opgebouwd met mijn studenten. Iets wat op zichzelf natuurlijk veel waard is. Nu ik ze echter wat strenger moet gaan regisseren, kan ik niet altijd vriendschappelijk met ze werken. Zodra we een repetitie uitkomen, moet het contact weer 180 graden omgedraaid zijn. Naderhand kunnen we gezamenlijk wat dan ook voor sociale activiteit doen. Deze nieuwe verstandhouding onderzoeken vraagt extra tijd en inspanning van ons allemaal.

In mijn eerste groep merk ik dat de overgang van een milde aanpak naar een strenge(re) aanpak soms zwaar valt. Zowel bij de studenten als bij mijzelf. Ik voel me helemaal niet zo comfortabel bij een groep studenten strak in het gareel houden waarvan de meerderheid ouder is dan ikzelf. 
Misschien is het de stress die een maakproces automatisch met zich meebrengt (ondanks dat er tijd genoeg is) of misschien is het mijn onzekerheid die ook door de studenten te voelen is. 

Ik praat over mijn bevindingen met de artistiek leider van het theater, tevens mijn stagebegeleider. Hij neemt het op zich om met de groep studenten te praten over deze overgang van werkproces. Het lijkt mij hierna ook verreweg het beste om de dialoog aan te gaan met mijn groep. Door met mijn studenten te praten over de nieuwe weg die we gezamenlijk inslaan, wordt de situatie uit zichzelf ook gemakkelijker. De studenten reageren erg positief en relaxed op dit gesprek. Ze hebben begrip en vertrouwen in elkaar, de voorstelling en mij.

Desalniettemin wil ik graag verder werken aan hechter groepsgevoel. Gelukkig zijn de studenten met een mooie suggestie gekomen: een buitenles. Noem het een schoolreisje. Met z’n allen naar een nabijgelegen natuurgebied om te zwemmen, te wandelen en, niet onbelangrijk… te schrijven. Dit staat voor aankomende week op de planning en ik ben er van overtuigd dat het goed gaat werken voor het stuk dat we maken. Als er als groep onderling meer verbinding is wordt het werkproces vanzelf ook leuker en gemakkelijker.

Met de nieuwe groep studenten heb ik nu de eerste twee lessen gehad. Hier is ook wat interessants gebeurd. Ik ondervind tijdens het doceren dat ik al enorm veel geleerd heb, hoe cliché het ook klinkt. De eerste weken van mijn stage zijn dusdanig leerzaam geweest dat een nieuwe lessenreeks beginnen opeens veel makkelijker gaat. Als ik terug denk aan de eerste les die ik gaf aan mijn eerste groep en dat vergelijk met hoe ik nu met deze nieuwe groep aan de slag ben, ben ik enorm vooruit gegaan.

Het lijkt me een passende conclusie van een (naar mijn zin) bijna té educatief verantwoorde blogpost.

Lees alle Nepal-verhalen van Aron:
Deel 1: Aapjes, bergen, tempels en theater.
Deel 2: De onervaren docent in Kathmandu.
Deel 3: Hoe theater én scenarioschrijven samenkomen in Nepal
Deel 4: Schrijven, regisseren en hoe je van mild naar streng gaat
Deel 5: Hoe de reis van mijn toneelstuk mijn eigen reis werd

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *