Toneel is fictie

Het is maandagochtend en onze vader (Mathijs Verboom) heeft een oud-studiegenoot (acteursopleiding Artez) Bright Richards uitgenodigd voor zijn verhaal. Dat verhaal begint in Liberia.

Bright groeit op in een dictatuur die in 1990 de kop in gedrukt werd door rebellen waarop er een burgeroorlog uitbrak. Kritiek leveren op de gevestigde orde was daarom gevaarlijk. Maar, toneel is fictie, dus daar mag opeens veel meer.

In 1991 ontvlucht Bright de oorlog in Liberia en komt naar Nederland, een vrij land. Dat hij werd aangenomen op de toneelacademie vond hij opmerkelijk, hij heeft immers daar pas de taal onder de knie gekregen. “Ik leerde gewoon een toneelstuk uit m’n hoofd, zonder dat ik wist wat er bedoeld werd.”

Terwijl wij gefascineerd naar het inmiddels welbespraakte Nederlands van Bright luisteren, begint langzaam een besef van verwendheid in te dalen. Bright vertelt dat toneel – naast een stiekeme levering van kritiek – een dialoog aanwakkert die in een normaal gesprek niet tot leven komt. oftewel een andere manier van communiceren.

“Ik had moeite met de definitie van toneel.”

In Liberia was er grote behoefte aan toneel. Het belichaamt de stem van het volk tegen de gevestigde orde. Onvrijheid bevechten is een duidelijk doel. Wanneer er al vrijheid is valt er niks meer te bevechten. Een probleem wat ons als jonge makers bekend in de oren klinkt.Onze ouders hebben alles weg gevochten. Er valt voor ons niks te bestrijden, alles is al omgeduwd. Dan maar het publiek de zaal uit jagen door de geur van gaslucht te verspreiden en een sigaret uit je zak te pakken, zou docent Jibbe grappen. Je moet toch ergens shockeren.

Al op de toneelschool kreeg Bright meer en meer door dat je door een woud van subsidieaanvragen moet voordat je daadwerkelijk je verhaal kan vertellen. Dat vond hij omslachtig. “Ik maak niet een voorstelling omdat ik een voorstelling wil maken, ik wil een voorstelling maken omdat ik een missie heb.” Dus Bright deed het op zijn manier. Op z’n Afrikaans. Je zoekt je eigen publiek op. De voorstelling ‘As I Left My Fathers House’ speelt onder andere in kerken, moskeeën en buurcentra die voor iedereen (gratis) toegankelijk zijn.

De schrijfopleiding zal in januari samenwerken met een aantal vluchtelingen om hun droom in een monoloog te verwoorden. Ze zullen een podium krijgen in de Utrechtse Schouwburg om die monoloog uit te spreken. Op die manier laten ze zien dat ze hier zijn om hun dromen waar te maken. Theater leent zich daarvoor. En zo zijn we terug in waar theater in Afrika om ging: het bespreken van taboes door het in een gefictionaliseerde vorm te gieten.

To be continued.

Meer weten over Bright en zijn missie?

En nu aan je weekend.

Julia en Anne

Reacties (0)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *