oblivion1
3rd Jan

Tussen staren naar de dichte mist en kijken naar het noorderlicht

De buitenwereld in 2012. Een grote fietsende en autorijdende massa. Smartphones, heel veel smartphones. Mensen rennen, botsen bijna tegen elkaar. Kijk uit! Fietser! Niet op de stoep! Meneer, u reed te hard! Sorry, ik heb haast, ik moet ergens zijn, ik heb een doel. Een doel. Een groot goed. Op het moment dat ergens in de wereld deze taferelen zich ongetwijfeld voltrekken, waar ik maar al te vaak deel van uitmaak…

… loop ik van Whiterun naar de Throat of the World, de hoogste berg van de koudste en meest sneeuwrijke provincie van Tamriel: Skyrim. Ik speel The Elder Scrolls V: Skyrim. Als ik naar links kijk, de afgrond in, zie ik het dorpje waar ik net doorheen liep. Tientallen donkere houten huisjes met daaromheen herfstbomen in geel, rood en bruin. Een vrouw in een schort voert kippen. Een man werkt bij een watermolen. Ik ga naar boven, naar de top, daar waar de Greybeards wonen. Zij riepen mij toen ik mijn eerste draak versloeg en iedereen mij aanstaarde alsof ik God was. Met mijn Great Sword in de hand stormde ik op de draak af, klom ik op zijn nek. Ondanks haar pogingen om mij af te schudden lukte het mij om te blijven zitten en haar te doorboren. De draak viel neer, ik viel ernaast. De huid van de draak bladderde af en veranderde in goud. Langzaam maar zeker viel de hele draak uiteen. De gouden velletjes kwamen op mij af. De jagers naast mij, die heus ook wel wat rake klappen hadden uitgedeeld, keken toe hoe ik de gouden velletjes absorbeerde. En toen klonk er een grote donderklap, die mij tot Dragonborn bombardeerde. Daar waar de donderklap had geklonken, zaten de Greybeards op mij te wachten. Zij zouden mij The Voice aanleren, de taal van de draken, die mij zou helpen om de draken te verslaan.

Maar niet deze keer. Dat gebeurde de vorige keer dat ik de top van deze berg bereikte. Nu loop ik hier om de afgrond te zien, om te zien waar de boomgrens ligt en waar de winterstorm begint. Ik kom hier om gewoon wat te ploeteren door de eeuwige sneeuw, om The Voice te uiten naar het nagenoeg lege toendralandschap in de verte, op enkele mammoeten na.

Een zeer irritante stem komt er doorheen.

PLICHTSBESEF
Je moet naar college.

Ik kom hier om de natuurlucht op te snuiven en om naar het adembenemende noorderlicht te kijken, de gloeiende groene slierten die zich in bochten wringen om zich een weg te banen tussen de sterren.

PLICHTSBESEF
Je moet naar college.

Ja, rustig.

Ik sluit de game af en klap mijn laptop dicht.

Onmiddellijk word ik omgeven door een dichte mist, die mijn uitzichtradius tot enkele decimeters vernauwt. Om te duiden wat dit voor mij betekent, geef ik een demonstratie door naar college te gaan.

Ik loop naar buiten.

De mist dwingt mij om het dwalend rondkijken (zoals ik dat in Skyrim deed) te staken en in een rechte lijn te lopen. Zolang de mist niet optrekt, moet ik immers vertrouwen op wat ik ken. Ik moet erop vertrouwen dat de stoeprand hier schuin afloopt en daar loodrecht; ik moet erop vertrouwen dat er “Lijn 1: Oosterenk” op de bus staat, dat deze plaats vrij is, dat dit de roltrap naar boven is, dat dit de juiste kant van het perron is, dat dit de mensenstroom naar Hoog Catharijne is en niet de mensenstroom naar het Jaarbeursplein, dat de Drift over dit bruggetje is, dat dit collegezaal 1.21 is, dat deze plaats vrij is, enzovoort. Vertrouwen is essentieel, want ik zie alleen mijn voeten. Het gevolg van al dit vertrouwen op mijn stappen, van dit visualiseren bij gebrek aan zicht, is dat ik voor elk uur, voor elke dag, voor elke week tot aan kerst – of voor mijn part voor het hele collegejaar – precies uitgekiend heb waar ik op welk moment mijn voeten zet. Één keer een loodrechte stoeprand aantreffen waar ik een schuine verwacht, en ik mis de bus, ik mis mijn vaste vrije plaats, ik mis de juiste roltrap op het juiste moment, ik mis (misschien wel) één college te veel en ik mis mijn beoogde studiepunten. En als de output niet komt, waarom blijf ik dan input geven in de vorm van energie? Nee, niet aan denken. Naar de mist staren en geordend blijven stappen.

In de tijd waarover ik spreek (2012), en waarin ik dus verknocht ben aan Skyrim, studeer ik Muziekwetenschap. Interessante studie, zo houd ik stug vol, al lijkt het studeren meer een mechanisme dan een interne noodzaak te zijn. Ik volg mijn vakken, ik sprokkel mijn studiepunten bij elkaar, ik steven af op mijn eerste bachelor-diploma. Daarnaast volg ik keuzevakken uit andere disciplines, die soms bevallen en soms niet; indien ze niet bevallen, keer ik terug naar de dingen die echt belangrijk zijn: het volgen van de hoofdvakken, het bij elkaar sprokkelen van studiepunten, het afstevenen op mijn bachelor-diploma.

En de mist? Die creëer ik zelf.

Stiekem weet ik wat ik mis: een levensdoel. Ik streef naar een streven. Het niet hebben van een streven verontrust mij. De mist is het antwoord op deze verontrusting, het middel bij uitstek om comfortabel door mijn studie te gaan. Door de mist op te werpen verlies ik alle alternatieven uit het oog en hoef ik niet te denken aan wat ik mis, welk streven, welke concrete intentie om te leven. Maar het streven naar een streven is allerminst comfortabel. Het probeert naar buiten te treden, maar verdwaalt telkens in de zelf opgeworpen witte waas. Zodoende is het maar een mat en nevelig streven, dat streven naar een streven. Elke keer loop ik erop vast, kan ik er geen streven, geen concrete intentie om te leven aan koppelen. En toch vind ik het ergens comfortabel om de mist op te werpen, om te doen alsof levensdoelen niet belangrijk zijn, alsof het niet belangrijk is om te weten welk streven ik mis, en – ik loop er weer op vast.

Tot vlak voor het einde van het eerste jaar muziekwetenschap kies ik halsstarrig voor het comfort. Daarna wordt het streven naar een streven groot en dwingend. Het probeert steeds feller uit te breken. Het comfort van het ‘niet denken aan wat ik mis’ wordt langzaamaan beklemmend. De mist houdt mij gevangen. Ik besluit om erdoorheen te kijken.

En zie daar, de wereld! Een groot kruispunt. Ik verbaas me over de vele windrichtingen, de vele bustijden en eindhaltes, en ik ontdek dat de eindeloze frictie tussen het comfortabele ‘niet aan denken’ en het oncomfortabele ‘niet weten’ niet voor niets is geweest. Waar ik lang niet aan toe wilde geven is onontkoombaar geworden: ik twijfel aan mijn studiekeuze.
Mijn intuïtie neemt het op tegen de ontkenning:

INTUÏTIE
Daar, precies daar is mijn streven! [Hij wijst naar een weg die “games” heet.]

ONTKENNING
Dat is een hobby.

INTUÏTIE
Wacht! Daar! [Hij wijst naar een weg die “theater” heet.]

ONTKENNING
Ik wil het niet weten.

INTUÏTIE
Stop. Ga niet weer de mist in.

ONTKENNING
De begrippen ‘streven’ en ‘levensdoel’ bestaan niet.

INTUÏTIE
En wat als je over vier jaar ontdekt dat het wel bestaat? Of, wat zeg ik, ontdekt? Ik
bedoel accepteert. Want je hebt het al ontdekt. Je hebt het zojuist ontdekt.
[De ontkenning loopt weg.] Hallo! Daar is het pad, daar!

De ontkenning wint, omdat ik niet wil accepteren dat ik al die tijd een verkeerd spoor heb gevolgd.

De ontkenning probeert de resterende mistflarden om zich heen te wikkelen.

Nu ben ik vier jaar verder. Ik heb binnen de muziekwetenschap een brug weten te slaan naar computergames. In mijn eindscriptie heb ik onderzocht hoe muziek in filmische games functioneert. Dat onderzoek is me goed bevallen. Daarnaast studeer ik nu Writing for Performance, wat me ook goed bevalt. Ik kan nu met recht zeggen dat ik een soort levensdoel heb gevonden. En toch heb ik spijt. Ik kan namelijk niet uit mijn geheugen wissen dat ik de paden vier jaar geleden al gezien had. Ik wist precies wat ik wilde, en toch koos ik voor de ontkenning, wiens poging om terug in de mistbank te duiken overigens nergens toe leidde. Nu moet ik dealen met het feit dat niet alle muziekwetenschappelijke kennis in dienst staat van het doel om een goede schrijver en/of onderzoeker naar computergames te worden; ofwel, ik moet ermee dealen dat ik vier jaar heb gedaan over iets wat in één split second had gekund.

SPIJT
Als ik toch op dat kruispunt anders had gekozen.

RELATIVERING
Je vond het leuk om muziek en games te combineren.

SPIJT
Het was me vooral om de games te doen, ben ik bang. En er is geen enkele reden
waarom ik muziek nodig zou hebben voor wat ik nu doe.

RELATIVERING
Muziektheater!

Stilte.

RELATIVERING
Excuus.

SPIJT
Hoe ga ik met mezelf om?

RELATIVERING
Doelloosheid.

SPIJT
Hoe?

RELATIVERING
Denken aan het lot?

Het denken aan voorbeschikking biedt troost. Altijd als ik in een dip zit, wat vaak veroorzaakt wordt door een gevoel van mislukking, helpt het om te denken dat mijn hele leven voor mij bepaald is. Ook al weet ik niet of ik dit werkelijk geloof, het is toch een comfortabele gedachte dat het de waarheid zou kunnen zijn: tijdloosheid, een geschiedenis die zich telkens herhaalt, een leven dat geleefd wordt. Het maakt verkeerde keuzes acceptabel.

Ook lukt het soms om uit een dip te komen door mezelf de volgende vragen te stellen: wie ben ik nou eigenlijk? Waarom verwacht ik zo veel van mezelf? In Trouw stond laatst dat sinds 50.000 voor Christus 108 miljard mensen op deze planeet geleefd hebben. Tegenwoordig lopen er zo’n 7 miljard mensen rond. Dat is 6,5 procent van wat er sinds 50.000 voor Christus rondgelopen heeft. Bij een gelijkmatige spreiding van het aantal mensen over het aantal jaren zouden er nu 2,1 miljoen mensen moeten leven. Of maak ik nu een gigantische rekenfout? Of pas ik een verkeerde formule toe? In ieder geval, het percentage zou lager zijn als de bevolking niet exponentieel gegroeid was, wat betekent dat individuele mensen relatief gezien steeds kleiner worden. Dit soort gedachten beschermen mij tegen mijn levensdoelen. Het is een manier om mij niet te hoeven verantwoorden voor mijn eigen acties.

Genoeg over grote doelen. In de categorie “Hoe ga ik om met gevoelens van spijt als gevolg van doelen” ga ik nu kijken naar kleinere doelen, om vervolgens weer groot te eindigen.

Op een kleiner niveau betekent het nastreven van doelen dat handelingen of avonturen afgemaakt moeten worden. Het niet afmaken kan gepaard gaan met gevoelens van spijt. Maar ik vraag me af: is dat erger dan dat je de handeling wel hebt afgemaakt, maar dat de ervaring negatief is geweest? Is de herinnering aan de potentie dan niet meer waardevol? Stel, je hebt sjans met iemand. Moet je hem/haar dan diep in de ogen aankijken als je al langer oogcontact hebt en voor het eerst naast elkaar zit? Wie weet wat er dan gaat gebeuren. Het vinden van een geliefde gaat gepaard met lotdenken: “deze is echt de ware”.  Ik vraag me af of het lotdenken niet alleen maar kan leiden tot teleurstellingen, alleen al omdat mijn potentiële geliefde zich niet zou schikken aan mijn lot, maar ook omdat mijn eigen gevoelens voor die persoon kunnen wegkwijnen. Dergelijke teleurstellingen kunnen traumatisch zijn en kunnen mijn wereld ingrijpend veranderen. Dat wil ik natuurlijk niet. Maar als ik me er niet in stort, weet ik niet hoe het uitpakt, blijf ik hangen in een denk- en doe-stramien en zal ik nooit leren wat teleurstellingen zijn.

De liefdeskwestie speelde vier jaar geleden, in 2012, nog niet. Deze omzeilde ik door de liefde in een andere wereld te zoeken – en ik ben blij dat ik na alle spijtbetuigingen eindelijk weer hiernaartoe kan – namelijk Skyrim. Ik had al wat ervaring op het gebied van het aangaan van romances met personages in games; het kon in The Sims en het kon ook in sommige role-playing games, zoals Dragon Age: Origins. Destijds las ik ergens dat het ook in Skyrim kon, en wel door de missie “The Bonds of Matrimony” te voltooien.

Deze missie ging als volgt:

  1. Speak to Maramal about marriage.
  2. Find a potential spouse who you wish to marry and who is willing to marry you.
  3. Wear the Amulet of Mara and ask them to marry you.
  4. Go to the Temple of Mara and attend your wedding ceremony.
  5. Select a house for you and your new spouse to move into.

Na dit stappenplan doorlopen te hebben, kon ik mijn geliefde opzoeken in mijn houten huisje in het stadje Whiterun. Gesprekken met mijn geliefde verliepen als volgt:

GELIEFDE
Yes, my love? What do you need?

IK
Has the store made any money?

GELIEFDE
It has. Here, this is your half, love.

IK
Goodbye.

GELIEFDE
Goodbye, my love.

Het moge duidelijk zijn: niet alle doelen uit de echte wereld zijn te simuleren in de doelloosheid van games.

Zoals hierboven ter sprake komt, kan doelloosheid goed dienen als uitvlucht. Doelloosheid zorgt ervoor dat je verkeerde keuzes beter kunt accepteren. Daarnaast zorgt doelloosheid ervoor dat je alle angst voor (dreigende) verkeerde keuzes en alle spijt over gemiste kansen kunt vergeten, bijvoorbeeld door computergames te spelen; dit laatste heeft als keerzijde dat bepaalde missies in games je pijnlijk bewust kunnen maken van wat je mist in het echte leven. Het zich verschansen in doelloosheid kan tegen je werken als je je bewust wordt van je stilstand, van het feit dat je eigenlijk niks ervaart.

Om te ervaren is het zinvol om te streven. Moet ik dan toch maar een levensdoel hebben? Om deze vraag te beantwoorden ga ik nu inzoomen op de voordelen van streven.

Het hebben van een doel zorgt ervoor dat je trots kan zijn op bepaalde prestaties en verworvenheden. Mensen moeten een levensdoel hebben om het gevoel te hebben dat ze ertoe doen, dat ze een functie hebben voor deze wereld, of tenminste voor een stukje van de wereld. In dat opzicht lijkt het me gunstig om een doel te hebben. Ik geloof niet dat alle mensen in de geschiedenisboeken terecht willen komen, maar ik denk wel dat ze tenminste voor één iemand iets willen achterlaten; een soort familienalatenschap. Mensen willen dat hun kleinkinderen (en de generaties daarna) hun fotoboeken bekijken. Ze willen dat hun biografieën uitgeplozen worden in het kader van een stamboomonderzoek; misschien worden ze dan vereeuwigd in een groot familieboek, waarvan de geschiedenis terug reikt tot de achttiende eeuw.

Ik denk hier in grote termen. Is vereeuwiging werkelijk een levensdoel op zich? Ik heb vaak met de gedachte gespeeld, maar ik ben er niet uit. Misschien houdt deze kwestie mij bezig omdat ik bang ben dat ikzelf nooit een gezin zal stichten of voor een ander soort nalatenschap zal zorgen?

Misschien speelt hier nog een ander doel, namelijk de wens om zich te kunnen meten met anderen. Een persoon van dertig die nog geen geliefde en kinderen heeft zal een paniekaanval krijgen als hij/zij een jong gezin ziet picknicken in het park. Deze persoon heeft nog geen gezin en ligt dus achter in de traditionele levensloop. Liefde wordt hierbij een kwestie van slagen of falen. Of we het nu willen of niet: gelijk lopen met anderen, dus niet stilstaan waar anderen doorgaan, zorgt voor gemoedsrust.

Dan kan ik in een game nóg zo’n turbulent leven hebben…

Toen ik The Elder Scrolls IV: Oblivion speelde, drie jaar eerder dan Skyrim, in de tijd dat ik nog niet te maken had met de dichte mist van de studietijd, was ik zeer trots op mezelf toen ik de eerste Gate to Oblivion had gesloten. De stad Kvatsch was gevallen. De lucht was gevuld met vuurrode onweerswolken. Vlak voor de stadspoort was een Gate to Oblivion uit de grond geschoten; een ovalen poort met een rode gloed. Twee bewakers waarschuwden me nog. Het was te gevaarlijk; de kerktoren was doormidden gespleten, de daken van alle huizen waren ingestort en nagenoeg alle bewoners waren om het leven gekomen. Desondanks liep ik door de poort. Aan de andere kant was een groot desolaat kratergebied vol zombies en demonen. Ik moest smalle paadjes bewandelen, omgeven door zeeën van kolkende lava en groene vloeistoffen waar de gasdampen vanaf kwamen. Boven in een toren bevond zich een grote lichtgevende steen die ik moest aanraken. Toen ik dat uiteindelijk deed, ontplofte de wereld van Oblivion. Ik werd teruggezonden naar Kvatsch. De poort zakte in elkaar en de vuurrode onweerswolken verdwenen. Ik werd toegejuicht door de twee bewakers. Ze benoemden mij tot de “Hero of Kvatsch”.

En dan kan ik in de game nóg zo veel erkenning krijgen voor mijn daden…

Maar in feite sta ik stil.

Het level had ik net zo goed op een andere manier kunnen ‘doorlopen’. Ik had alle gevaren die voor me lagen de rug toe kunnen keren om de Gate to Oblivion weer op te zoeken. Op de weg terug zou ik alle demonen zien liggen die ik op de route naar de toren had gedood. Als ik later terug zou keren, dan zouden al deze wezens weer in leven zijn, maar het zou niet uitmaken omdat ik inmiddels een stuk sterker zou zijn.

In de echte wereld zou ik met deze werkwijze kostbare tijd verspild hebben. Ik werk hard omdat ik wil afmaken waar ik mee begonnen ben. Zo heb ik muziekwetenschap afgemaakt omdat ik er al aan begonnen was. Afgezien van de angst dat bij opgave alle inspanningen voor niets zijn geweest, geeft het bereiken van doelen voldoening.

En wat is die voldoening precies? Hier volgen een paar opties:
– Het gevoel dat ik dienstbaar ben geweest aan mijn eigen levensloop, aangezien ik mijn tijd efficiënt heb benut.
– Het gevoel dat ik een succesverhaal te vertellen heb aan mensen.
– Het gevoel dat ik hoger sta dan mensen die hun doel nog niet bereikt hebben. Misschien hebben anderen nog geen studie afgerond.

Ik walg van de tweede en de derde optie. Ze zijn het toppunt van egocentrisme en narcisme. Ik ga weer gamen.

Cyrodiil, het fictieve land waar Oblivion zich afspeelt, direct ten zuiden van Skyrim, is een mooie middeleeuwse wereld, met veel loofbomen, bospaadjes, velden, beekjes en kleine dorpjes met houten huizen, watermolens en loslopende kippen. Het landschap is groen en heuvelachtig. Zonder concreet doel loop ik naar een heuveltop. En daar is de symfonische muziek. Terwijl ik de top nader, hoor ik de muziek aanzwellen. Ik loop door, de muziek loopt door, en precies op het moment dat ik de top bereik, bereikt de muziek haar climax. Het weidse uitzicht, met in de verte de gigantische pilaar van Imperial City, wordt door de muziek een filmisch uitzicht, en ik ben zelf de regisseur. Als ik uit was op het verdienen van experience points, dan had ik na het bereiken van de top meteen naar de grond gekeken, op zoek naar aardmannetjes. Als ik bezig was met een missie, dan was ik nooit naar de top van de heuvel gelopen. Doelloosheid zorgt ervoor dat je vatbaar bent voor spontane overrompeling.

Deze ervaring leert dat kleine momenten zeer waardevol kunnen zijn.

Zo kan doelloosheid ook tot verveling leiden, en verveling is fijn. Ik kan me vele vakantiedagen herinneren waarop ik niets anders deed dan YouTube-bingewatchen. De zin van het leven werd onbelangrijk. Een kleine bezigheid, zoals breien of een puzzel van duizend stukjes maken, zorgt ervoor dat het leven als een roes aan je voorbij trekt. In mijn familie bestaat de traditie om een kerstpuzzel (van duizend stukjes) te maken. Het puzzelen begint met het scheiden van de kantstukjes en de middenstukjes. Daarna wordt het frame gebouwd, en dan kan het echte puzzelen beginnen. Stukjes worden gesorteerd op kleur, zodat luchtstukjes en boomstukjes bij elkaar komen te liggen. Afzonderlijke stukjes worden op de voorbeeldafbeelding gelegd, om de precieze positie te bepalen. Zodra de eerste “yes” klinkt (omdat iemand twee stukjes aan elkaar verbonden heeft), gaat het los. Iedereen gaat extra hard zijn best doen. Iedereen wil elkaar aftroeven. We zitten elkaar dwars en ondertussen zingen we atonale (zelfverzonnen) liedjes met rare stemvervormingen. Het puzzelen zelf, in de zin van de puzzel af willen krijgen, is geen handeling meer; het is een automatisme geworden. De puzzel wordt ons strijdtoneel, ook al vereist de puzzel zelf geen strijd. Het gros van onze hersenen staat uit, waardoor we rare verbanden leggen en onszelf en ons doel vergeten. De zorgeloze roes die hiervan het gevolg is, ervaar ik als prettig.

Over een zorgeloze roes gesproken. In een taveerne in Bruma, de meest noordelijke stad van Cyrodiil, hoorde ik een verhaal over de Forlorn Watchman, een geest die elke avond om acht uur bij Niben Bay verschijnt. Ik sta bij de grasrijke waterkant en daar verschijnt hij, uit het niets; een witte doorzichtige gedaante. Hij begint te lopen en ik achtervolg hem. Soms blijf ik even staan en kijk ik om me heen, puur en alleen omdat ik de geest bijna uit het oog wil verliezen. Die dreiging vind ik spannend; hij is de enige wegwijs die ik heb. Pas als hij volledig achter een heuvel verdwijnt, ren ik achter hem aan en haal ik hem bij; gered. Direct laat ik hem weer gaan, hetzelfde spelletje. Ik hoef niets te kiezen, ik hoef alleen maar om me heen te kijken en hem te volgen als hij bijna uit het zicht verdwijnt. Wat een rust. Opeens blijft hij staan, op een rots. Hij houdt zijn hand boven zijn ogen, kijkt uit over de baai en zegt: “I was once the man known as Grantham Blakeley. Look for me in the mouth of the panther. Please… release me.” Ik kijk langs hem heen; in de verte zie ik het noorderlicht, adembenemend. Ik zoek een beter uitzichtpunt. “Please…”

Streven is doorgaan, doelloos zijn is stilstaan. Het speelse stilstaan waar een ander doorgaat is mogelijk in een game. Het afgeleid zijn door een natuurwonder op een moment dat elke vorm van afleiding absoluut ongewenst is, is mogelijk in een game. In de ‘echte’ (of beter gezegd: niet-virtuele) wereld liggen de zaken anders. Stilstaan waar anderen doorgaan en je ondertussen bewust zijn van de stilstand is slecht voor de gemoedsrust. Maar wat als we allemaal stilstaan?

Laat ik een aanzet doen, en laat ik deze keer in de ‘echte’ wereld blijven. Stilstaan gebeurt tijdens kleine leermomenten, die samen een mooie ontdekkingstocht – een stilstaande ontdekkingstocht – vormen. Nog steeds leer ik hoe ik me in bepaalde situaties op moet stellen, en nog steeds train ik mezelf in het volgen van omgangsnormen. Ik kan nog steeds trots zijn op mezelf als ik in een printshop de juiste kritische vragen heb gesteld over een combipakket van inktpatroon 153 en 154. Het viel mij op dat het combipakket veel goedkoper was dan andere combipakketten van dezelfde nummers. De verkoopster legde uit dat het pakket dat ik op het oog had speciaal was samengesteld door deze winkel. Ik schonk haar mijn vertrouwen en ik schafte het combipakket aan; niks aan de hand. Als ik niks had gevraagd, waar ik zeker toe geneigd was, dan had ik vol argwaan (of gewoon ‘voor de zekerheid’) het duurdere pakket gekocht. Ook heb ik geleerd over de liefde, bijvoorbeeld dat het begint bij oogcontact.

Ik wil af van het idee dat ik zo vlug mogelijk moet ontdekken hoe de wereld werkt, zodat ik vervolgens kan focussen op het vinden van mijn eigen plekje in deze door en door bekende wereld. Ik wil het ‘leren kennen’ niet beschouwen als een haastig uitgesmeerde levensfase waar ik even doorheen moet. Ik wil juist deze kleine leermomenten uitlichten en afzonderlijk van elkaar vieren, omdat ze beletten dat mijn wereldbeeld volgroeid raakt en omdat ze hiermee tevens het moment van complete levensvervulling uitstellen. Doordat de ontdekkingstocht af en toe naar de voorgrond treedt, bijvoorbeeld door een klein moment zoals ik hierboven beschreven heb, duwt dezelfde ontdekkingstocht mijn wereldbeeld naar de achtergrond. Tegelijkertijd kleuren deze kleine leermomenten mijn wereldbeeld, ze helpen bij het vormen ervan. Met andere woorden: de tocht werkt verblindend en verrijkend tegelijk. Ik weet echter dat het einde van de tocht eraan komt, ook al zie ik het nog niet. Pas als ik geen trots meer voel bij kleine leermomenten en als ik niks meer ontdek, zal mijn wereldbeeld volgroeid zijn. Ik zie op tegen dat moment. Daarom zou ik juist veel tijd willen nemen. Ik wil de ontdekkingstocht uitrekken, vlak voor mijn dood wil ik iets nieuws ontdekken. Als ik voor mijn dertigste alles al zou weten én op mijn gedroomde plek in de wereld zou zitten, dan zou ik niks meer te leven hebben. Met een lege blik zou ik mij blindstaren op mijn wereldbeeld. Waarom zou ik, met mijn uitgekristalliseerde wereldbeeld in mijn achterhoofd, gaan denken? Ik zou steeds op hetzelfde uitkomen. En bovendien: alle denkers komen er toch op uit dat de wereld een vervelende en onrechtvaardige plek is?

Wat ik wil zeggen: het kan lonen om niet alleen het levensdoel maar ook de ontdekkingstocht als hoogste doel te nemen. Er is een mooie combinatie van de twee mogelijk. Het doel om iets groots te verwezenlijken zit ergens ook in mij; ik kan hier niet omheen. De ambitie die hiermee gepaard gaat, zorgt ervoor dat ik me vitaal voel en dat ik me voldaan kan voelen (als ik het doel bereik). Ook op een kleiner niveau houden concrete doelen mij vitaal. Tegelijkertijd ben ik me ervan bewust dat het leven (hopelijk) lang is en dat het leven meer bevat dan succesverhalen; tegenslagen, verkeerde keuzes en kleine leermomenten zijn er ook onderdeel van, en deze moet ik accepteren en (zelfs) omarmen. Ze zijn onderdeel van mijn ontdekkingstocht. Ik moet me hier niet doorheen haasten, om het vervolgens aan de kant te schuiven en me te richten op wat ‘echt’ belangrijk is: beroemd of rijk worden. Dat zou zonde zijn, want het leven is dan wel erg lineair en bovendien snel voorbij.

Dus… wat als we allemaal stil zouden staan?

Het is goed om te dwarrelen en om je niet vast te pinnen aan een gebaand pad. Elk pad heeft zijpaden, en het kan zinvol zijn om deze in te slaan, al is het maar om tot de ontdekking te komen dat het oude pad toch beter was. In dat geval keer je gewoon om en zoek je het oude pad op. Men zou hier tegenin kunnen brengen dat het omdraaien en terugkeren verloren tijd is, tenzij je heel hard rent. Mijns inziens kan het geen kwaad om dergelijke ontdekkingen te doen, en geven deze ontdekkingen meer gemoedsrust dan de eeuwige twijfel die je voelt bij het stoïcijns blijven bewandelen van het gebaande, mistige pad. En bovendien: tussen de bomen langs het ingeslagen zijpad kun je ook een gouden vondst doen. Opeens stuit je op iets waarvan je niet dacht dat het bestond. Opeens krijg je een ingeving. Opeens stuit je op een nieuw bospaadje.

En alle keuze- en leermomenten daargelaten: opeens sta ik écht stil, in de meest letterlijke zin van het woord, denk ik aan alle mooie ervaringen in Skyrim en Cyrodiil, en kijk ik naar de bomen. Of, met een beetje geluk, naar het noorderlicht.

 

Bronnen:
http://www.uesp.net/wiki/Skyrim:The_Bonds_of_Matrimony
http://www.minecraftforum.net/forums/archive/alpha/alpha-smp-servers/830772-oblivion-imperial-city (afbeelding)


Dit essay verscheen in de reeks Essays 2016-2017, eindteksten Beschouwend schrijven van de tweedejaars studenten van de Schrijfopleiding. 

Reacties (0)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *