Waardevrij of Waardeloos

Latest posts by blogschrijfopleiding (see all)

Door Yoeri Knijnenburg (jaar 2)

Een zoektocht naar de ‘juiste’ opvoeding

Een vader die zijn zoon verbiedt met een vriendje thuis te komen, zal door veel mensen worden gehaat. ‘Uit welke tijd komt die man?’ ‘Hij houdt meer van God dan van z’n kind’ of ‘Snapt ie dan niet dat het geen keuze is?’ zullen veelal de boventoon voeren. De afkeurende menigte weet hoe het hoort. Als zij een zoon met vriendje had, werd het koppel met een feestelijk diner onthaald. ‘Als je maar gelukkig bent, jongen’ is een veelgebruikte oneliner van de menigte die tijdens dit diner ongetwijfeld een aantal keer de revue passeert. Dat de vader die het zijn zoon verbiedt nachtenlang piekert, omdat hij niet wil dat zijn zoon ongelukkig wordt en zal branden in de hel, wordt vrijwel nooit bij stilgestaan. En als er al bij stil wordt gestaan, wordt het geridiculiseerd. God bestaat niet en als hij bestaat, houdt hij van homo’s. Dat weet de menigte. Wellicht gooi ik roet in het eten door te zeggen dat de homofobe vader net zoveel van het leven na de dood weet als de menigte, maar ik doe het toch. Misschien bestaat God en heeft hij een hekel aan homo’s. Misschien bestaat God en heeft hij een hekel aan hetero’s. Misschien bestaat God en heeft hij alleen een hekel aan zichzelf. Niemand weet dit en niemand moet handelen alsof hij weet wat juist is. Iedereen rest te handelen naar wat hij denkt dat juist is. Waarheden bestaan niet, maar waardes vormen de realiteit. En die realiteit is een stuk complexer, wat opvoeden niet gemakkelijker maakt.

Beginsel

Want wat leer je een kind over de wereld, als je zelf ook weinig over de wereld weet? Je leert het in ieder geval basale regels over veiligheid: niet dichtbij de sloot spelen, geen vreemde besjes eten, en zowel links als rechts kijken voordat je oversteekt! Je waarschuwt en instrueert het kind als ouder de hele dag door, om het voor een dodelijke fout te behoeden. Het is als ouder toch je doel om je kind zo lang mogelijk in leven te houden, en dat leven in goede banen te leiden. Want iedereen, van homominnende menigte tot homofobe vader, zal verbroederen om de ouder wiens kind verdronk door gebrek aan surveillance te verketteren. Dat je je kind moet beschermen van de dood is dus gemeenschappelijk gedachtegoed, maar ouders zullen er wel al verschillende meningen op na houden als het gaat om minder levensbedreigende zaken, zoals een hete oven. Sommige ouders zullen een alarmsysteem en barricade om de brandwondenbezorger heen bouwen. Andere ouders zullen na één keer waarschuwen zich niet meer om het gevaar bekommeren tot ze een schreeuw vanuit de keuken horen. Dan zal de afwachtende ouder rustig de wond verzorgen met de gedachte dat hij nooit meer voor een hete oven hoeft te waarschuwen. De andere ouder zou dit echter nooit over z’n hart kunnen verkrijgen en vindt iedere vorm van te voorkomen pijn bij een kind mishandeling. Hoe minder levensbedreigend de situatie voor het kind is, des te groter zijn de verschillen in de opvoeding. Deze ‘formule’ kunnen we ook toepassen op de homofobe vader en de homominnende menigte. Beiden zullen hun kind eten geven, omdat het kind zonder voedsel niet zal overleven. Beiden reageren anders op de geaardheid van hun zoon, omdat ze de ruimte hebben om anders te reageren. Zonder eten gaat hun zoon dood, zonder vriendje niet. Daar waar de natuur bewijst dat je niet zonder eten kunt, biedt de natuur geen uitsluitsel over een relatie tussen hen van gelijk geslacht. De discussie is immers niet van fysieke, maar van mentale aard: waar wordt een kind gelukkig van?

Rangorde

De importantie van fysieke en mentale behoeften wordt uiteengezet in de piramide van Maslow. De basis, de onderste laag van de piramide, bestaat uit eten, slapen en uitscheiden. Pas als je hierin niet wordt belemmerd, heb je behoefte aan de volgende laag: huisvesting, werk en relaties. Pas als je binnen deze laag bent verzadigd, ga je door naar de volgende laag. Zo kun je doorgroeien tot de bovenste laag: zelfontplooiing. De levenskwaliteit neemt met iedere laag toe, en biedt steeds meer verschillende invullingsmogelijkheden en daarmee ook opvoedingsmogelijkheden. De ouder zal het kind op weg naar zelfontplooiing ook sturen door zijn eigen levensovertuiging, zoals de homofobe vader en homominnende menigte ook doet met hun reacties op een homoseksuele relatie van de zoon. Een levensovertuiging beperkt haast niet in de onderste piramidelaag. Sommige religies wijzen bepaalde voedselsoorten af, maar er is er geen die zegt dat je niet mag eten. In de onderste laag is er immers haast geen ruimte voor menselijke waardes, want de natuur heeft waardes opgelegd. Je zou waardes hierdoor kunnen opvatten als een luxe. Toch geven waardes, een levensovertuiging, zin aan het bestaan. Men leeft niet om te slapen. Men leeft om gelukkig te zijn of om voldoening te halen door de idee ‘het juiste’ te doen, en is dit allebei onlosmakelijk verbonden met waardes.

Invullen

En welke positie dient een ouder nu in te nemen ten opzichte van waardes? De ouder staat vermoedelijk achter de manier waarop hij zijn leven leidt en haalt voldoening uit die waardes die hij naleeft. Is het dan verkeerd om je die waardes aan je kind over te dragen? Is het verkeerd om homoseksualiteit tegenover je kinderen af te keuren of de hemel in te prijzen?  Dat jij moet leven zoals je denkt dat juist is, spreekt voor zichzelf. Maar dien je dit aan je kind over te dragen? Jouw levensovertuiging is immers niet waar, en even subjectief als die van de ander. Er wordt daarom wel gepleit voor een waardevrije opvoeding. Een opvoeding waarbij je als ouder louter verzorgt, voorziet in de primaire behoeftes, en verder je kind geen waardeoordeel oplegt. Het kind zou zijn eigen subjectiviteit zelf moeten invullen en keuzes maken hoe het kind zijn leven zin geeft.

Wie je bent en wat je wilt zijn

De hoeveelheid keuzes die een kind moet maken lijkt eindeloos: met wie ga ik om, naar welke middelbare school ga ik, wat doe ik buiten school, wat voor een vakken kies ik, ga ik verder met school, wat ga ik later studeren en ga zo maar door. Uiteindelijk zijn het allemaal deelvragen van de grote onderzoeksvraag van het leven: wie wil ik zijn?Een vraag in het hogere segment van de behoeftepiramide. Wie je wilt zijn, hangt uiteindelijk af van wat je ideaalbeeld is van de mens. Of dat nu iemand is die het financieel goed voor elkaar heeft, of iemand die zijn hart volgt. Dat ideaalbeeld van de mens wordt bepaald door de waardes die je koestert. De waardes die een ouder zijn kind leert, zijn dus bepalend voor wie een kind wil zijn. Waardes zijn dus van grote invloed op het zelfbeeld van een kind. Er is immers een spanningsveld tussen wie je wilt zijn en wie je bent. En hoe meer behoeftes er zijn die niet voldoen aan de waardes die het heeft, des te groter dit spanningsveld is. Hoe groter het conflict is tussen de behoefte om te handelen naar diens verlangens en de behoefte te voldoen aan de waarde, des te waarschijnlijker is het dat een kind hier problemen van ondervindt, concreter: dat het ongelukkig is. Denk aan de homoseksuele zoon die volgens zijn vader naar de hel gaat of een kind dat zijn droom van een sportcarrière laat varen om een financieel-stabielere beroepskeuze te maken.

Er is uiteraard wat voor te zeggen dat het de verantwoordelijk is van het kind zelf om te beslissen of hij de opgelegde waardes later nastreeft, of dat het er andere op nahoudt. Dat een kind ongelukkig is in zijn kindertijd, betekent niet dat het later nog steeds moet leven volgens de waarden van zijn ouders. Het zal met andere waardes in aanraking komen. Deze komen immers niet alleen via de opvoeding van de ouders tot een kind, maar ook via de omgeving en de media. Vaak zetten kinderen zich juist af tegen de waardes van hun ouders, maar dit zijn wel kinderen die in contact komen met andere waardes.  Een kind dat echter opgroeit in een sekte, zal niet snel besluiten anders te handelen. Misschien is het zelfs beter voor een kind dat in zo’n omgeving opgroeit, zich te schikken naar de waardes, omdat er weinig mogelijkheden zijn een leven te leiden waarin je andere waardes kunt naleven.

Veel kinderen komen echter met genoeg verschillende waardes in aanraking en hebben voldoende mogelijkheden om hun eigen waardes te kiezen. En de mensen die er een belang bij hebben om te overdenken welke overtuiging zij aanhangen, omdat ze voor dilemma’s staan, zullen dat ook doen. Het is soms echter te laat om als volwassene in te grijpen. Soms heb je als kind keuzes gemaakt, of zijn die voor je gemaakt, op basis van die opgelegde waardes, waardoor de consequenties nu onomkeerbaar zijn. Denk aan een kind dat een sportcarrière  ambieerde, maar deze heeft afgezworen, of een jongen die besneden is. Van waarde veranderen is veel makkelijker dan de nieuwe waardes kunnen naleven. Je wordt nooit meer de profsporter die je had kunnen zijn. Een besnijdenis is moeilijk ongedaan te maken. Het kan frustrerend zijn om niet te kunnen praktiseren, wat je in je hoofd als ideaal beschouwt. Je kunt wel ter discussie stellen of dit werkelijk een ramp is. Natuurlijk is het vervelend als waardes en ideeën niet altijd in z’n meest ideale vorm te praktiseren zijn, maar dit is ook niet te voorkomen. Zelden kun je je wensen één op één omzetten in de werkelijkheid. Dit betekent niet dat je gedoemd bent om ongelukkig te zijn; je geluk vindt een variant op jouw ideaalbeeld dat voldoet. Recreatief tennis op de zondagmiddag zal geen opvoeding van je af kunnen pakken. Je kunt dus veelal je waarden naar eigen inzicht bijstellen en (in een vergelijkbare vorm) praktiseren. Maar dat er altijd beperkingen zijn om je wensen te praktiseren, zou geen argument moeten zijn om de beperking van door ouders opgelegde waardes de wereld uit te helpen. Als een kind het beste tot zijn recht komt door een waardevrije opvoeding, zou deze de norm moeten zijn. Maar hoe ziet zo’n waardevrije opvoeding er dan uit?

Een handleiding

De ouder zou zijn kind er continu bewust van moeten maken dat er geen goede of slechte levenswijzen en -overtuigingen bestaan. De ouder moet het kind alle overtuigingen tonen en geen enkele uitsluiten. Het kind laten zien dat het alles kan zijn wat het wil. Bij de geboorte wordt de eerste essentiële stap gezet: een genderneutrale naam. Een baby heeft nog weinig bewustzijn, dus in deze fase kun je je het wellicht permitteren je kind te laten vaccineren, om het kind de overlevingskans te geven om verschillende overtuigingen te verkennen. Je maakt hier echter wel al een onomkeerbaar besluit voor je kind, dat wellicht later uit geloofsovertuiging geen vaccinaties wil. Vaccinaties zijn dus al discutabel, dus leg je kind, wanneer het de aard van het dilemma begrijpt, het dilemma zelf voor. Het kind leert eten, het liefst zoveel mogelijk smaken. Het kind leert praten, het liefst zoveel mogelijk talen. Hoe ouder het kind wordt, des te meer bewustzijn en uitdrukkingsvaardigen het heeft. Daarom dient de informatie waarmee het kind in aanraking komt zo gevarieerd mogelijk te zijn. Maak het kind ervan bewust dat het zijn naam kan veranderen, dat het niet per se een jongetje of een meisje is, en dat het heterofiel, homofiel, bi, pedofiel, zoöfiel, of iets anders zou kunnen zijn, en dat het kind later zelf moet beslissen of het z’n voorkeur zal praktiseren (en met hoeveel mensen, dieren of dingen).

Geef het kind de mogelijkheid met alle soorten speelgoed te spelen en neem het mee naar verschillende (speel)plaatsen. Vraag het kind of het wil leren zwemmen en fietsen. Spreek het kind nooit tegen, maar informeer en bied alternatieven aan. Als het kind in de sloot wil springen terwijl het haast vriest, vertel het kind dat het er wellicht niet levend uitkomt, maar verbied de sprong niet. Het is immers niet aan de ouder om te bepalen of de kans op overlijden van meer belang is dan deze ervaring. Dit brengt wellicht juridische problemen met zich mee, maar je moet wat voor je kind overhebben. Naast de informatie die de ouders geven, krijgt een kind, zoals eerder besproken, ook informatie van media en omgeving. Vraag daarom vlak voordat het kind wil gaan slapen, wat het vandaag heeft gezien en meegemaakt. Probeer ook deze informatie en ervaringen te relativeren en een tegenkleur te bieden, uiteraard zonder een voorkeur voor één kant te belichten. Je bent er als ouder ter reflectie, niet ter manipulatie. Daar één ouder, één school of ander leersysteem, één (sub)cultuur, of één land door de eigen subjectiviteit het kind toch onbewust zal sturen in zijn levensovertuiging, is het van belang dat het kind met meer van elk in aanraking komt. Daarom moet het kind geregeld van gezin wisselen. Bijvoorbeeld een maand leven bij een extreemrechts gezin in Litouwen, en daarna een maand bij een inheemse stam in Zuid-Amerika. Uiteraard dienen deze surrogaatouders met dezelfde openheid op te voeden en iedere avond dezelfde reflectie op waardes te bieden. En dan zal het kind net zolang verhuizen tot het dat zelf niet meer wil. Dan kun je als ouder nog een gesprek voeren over de mogelijke consequenties van dit besluit, maar niet meer dan dat. Dan kun je hopen dat je je kind ooit nog ziet en dat het gelukkig is.

Belang van de ouder

De waardevrije opvoeding blijkt onmogelijk te zijn. Zelfs al zou een ouder al het bovenstaande uitvoeren, zelfs dan zou de opvoeding niet waardevrij zijn. Naast kleine praktische zaken als de vaccinatie waarmee de ouder een steek laat vallen, is het concept waardevrij opvoeden een waarde an sich. De ouder vindt het immers van belang dat zijn kind zijn eigen waardes er op nahoudt, waarnaar de ouder zijn opvoeding staaft. Naast dat de waardevrije opvoeding niet te praktiseren is, is het ook nog de nachtmerrie van iedere ouder. Je verliest je band met je kind. Voor een band is er namelijk meer nodig dan het gegeven dat je DNA voor een groter deel overeenkomt met iemand in vergelijking tot de anderen. Voor een band heb je persoonlijkheid nodig, identiteit. Op het moment dat je niet naar je kind kunt communiceren wie jij bent en waar je voor staat, relativeer je jezelf tot een schim die even vervangbaar is als de volgende. Uiteraard zijn de wensen van een kind van belang, maar dat betekent niet dat die van de ouder niet tellen. Een ouder heeft meer rechten dan een nieuw leven op de wereld te zetten, die levens worden toch wel op de wereld gezet. Je wilt kinderen om ze te vormen, om iets mee te kunnen geven aan hen en aan de wereld. Je wilt via hen een stem de wereld in brengen die ook vindt dat pedoseksualiteit een misdaad is, of die ook vindt dat homo’s verbrand of juist de hemel in geprezen moeten worden. Waardes dienen overgebracht te worden. Als ze worden gepresenteerd als allemaal even discutabel, zou wellicht ook de zeggingskracht van waardes verdwijnen, het enige waar waardes uit bestaan. Cultuurrelativering leidt tot cultuurloosheid.  En ongeacht dat iedereen er andere waardes op nahoudt, wil niemand dat waardes van de wereld verdwijnen. Dat zou een aanslag zijn op iedere behoeftepiramide, ieder mensenleven.

Waardes zullen niet snel verdwijnen, daar de waardevrije opvoeding, zeker niet in deze extreem doorgevoerde vorm, niet snel zal aanslaan. Maar dat maakt de wil van de ouder om hun stem door te laten klinken, een band met zijn kind op te bouwen, niet kleiner. Dat de ouder een identiteit bij het kind wil afdwingen, of dit nu mogelijk is of niet, is iets waar alle ouders zich schuldig aan proberen te maken. Wellicht hebben de kinderen daar wel meer baat bij dan je in eerste instantie denkt.

Waardevol

Een levensovertuiging helpt wel sterk bij het vormen van een identiteit. Jouw levensovertuiging die je met een groep mensen deelt, maakt dat je je onderdeel voelt van een groep. Dat gevoel ergens bij te horen, valt in een hoger segment van de piramide van Maslow. Op het moment dat je opgroeit zonder levensovertuiging, kun je je moeilijk identificeren met anderen, word je slachtoffer van culturele ontworteling. Je verhoudt je immers tot alles op een afstandelijke manier. Met de veronderstelling dat iemand later de mogelijkheid heeft om zich te schikken naar andere waardes, is het goed om een kind op te laten groeien met een levensovertuiging zodat het zichzelf in een hokje kan plaatsen. Een gevoel van saamhorigheid zal anders misschien ontbreken, tenzij het veel in aanraking komt met kinderen die óók waardevrij worden opgevoed en het zich daarmee verenigd kan voelen. Daarnaast zou het kind een basislevensovertuiging mee krijgen, waartoe het zich kan verhouden. Als een volwassene iets vreemd voorkomt, kan hij dit benaderen vanuit al gedane bevindingen. Hij kan zich verhouden tot een actie of fenomeen, omdat hij kan vergelijken. Als wij proberen te beslissen of iemand onrechtmatig handelt of niet, kunnen we kijken of het overeenkomt met situaties die wij eerder als onrechtmatig hebben bestempeld. Als kind had je nog geen idee van onrechtmatigheid. Toen wees een ouder onrechtmatige situaties aan, op basis van hun eigen overtuiging. Vanuit die ‘zekerheid’, kan een kind kaders gaan aanbrengen. Een kind kan pas als het is aangeleerd wat goed en slecht is, zelf een besef creëren van ethisch handelen. Doordat iemand in de loop van zijn leven steeds meer geconfronteerd wordt met situaties die hem onrechtvaardig voorkomen, zal hij zich steeds opnieuw verhouden tot het begrip waardoor hij uiteindelijk zijn eigen waarde creëert. Vergelijken kan echter pas als je een basis van ‘zekerheid’ hebt. Een kind heeft eenduidigheid nodig om een mening te vormen, anders is het wellicht gedoemd altijd te vervallen in ambiguïteit. Zonder een duidelijke afbakening van goed en slecht zou een kind er zelfs nooit grip op kunnen krijgen en is de kans groter het later onethisch zal handelen, omdat het nooit waarde heeft gehecht aan waardes.

De ‘juiste’ opvoeding

Het lijkt een gestreden strijd: de homofobe vader en de homominnende menigte moeten hun waardes lekker aan hun kinderen blijven opdringen. Het geeft ze een basis van waardes zonder dat de mogelijkheid om later van waardes te veranderen wordt belemmerd. Toch is dit wellicht niet zo makkelijk en ongevaarlijk als ik het hierboven heb gesteld. Een kind is immers veel vatbaarder voor invloed van buitenaf dan volwassenen. Een kind dat opgroeit met het idee dat een waarde waar is, dat het moet voldoen aan die waarde en dat het wellicht zelf niet voldoet, zal een indruk maken die veel dieper is, dan die bij een volwassene zou zijn. Dit betekent niet dat het onmogelijk is om afstand te doen van de waardes van je ouders, maar je zelfbeeld zal er voor een groot deel op gebaseerd zijn, wat je nog lang na het vertrek uit het ouderlijk huis zal achtervolgen.

De sleutel tot een ‘juiste’ opvoeding lijkt te liggen tussen een stelligheid waarmee je levensovertuigingen afkeurt, en een breder spectrum aan waardes presenteert. Je eigen waardes in perspectief te plaatsen, zonder je stem als ouder te verliezen door jezelf weg te relativeren. Deze overdenkingen zullen tijd kosten, tijd die wellicht kostbaar is als je werkt, je kinderen verzorgt en probeert te voorzien in je eigen levensbehoeften. Maar goed, iedere ouder weet het en zegt het niet vaak genoeg: ze hebben het ook niet makkelijk.

i__m_your_father__by_mikhasus-d4xq1l0

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *